5 minuten

Meerdere spelers droegen de afgelopen jaren zowel het shirt van Liverpool als dat van Atletico Madrid. Dat was vooral te danken aan de Armada aan Spaanse spelers die Rafa Benitez in zijn jaren bij Liverpool de oversteek liet maken. De Fransman Florent Sinama-Pongolle zal dus niet de eerste speler zijn waaraan je denkt, maar juist daarom een goede reden om het doopceel te lichten van dit gewezen wonderkind.

In 2004 werd Rafael Benitez aangesteld als de opvolger van Gerard Houllier. Hij nam die zomer maar liefst vier spelers uit zijn geboorteland mee, waarvan de grootste namen Xabi Alonso en Luis Garcia waren. Die laatste was twee seizoenen eerder doorgebroken bij Atletico. Hij en Benitez kenden elkaar nog van hun gezamenlijke seizoen bij Tenerife in de Segunda Division. In 2007 kwam er een einde aan Garcia’s verblijf op Anfield, toen hij en Fernando Torres van club wisselden.

Bron: Soccrates Images

Met Torres komen we meteen de tweede speler tegen die bij beide clubs furore maakte. Het kind van de club uit Madrid verliet voor een recordbedrag van bijna €60 miljoen het oude nest. Al sinds zijn tienerjaren was de blonde spits niet meer weg te denken uit de topscorerslijstjes. In zijn laatste seizoen in de Spaanse hoofdstad eindigde hij samen met Lionel Messi op een gedeeld negende plek in de strijd om de Trofeo Pichichi. Een treetje lager stonden twee oud-Liverpool-spelers: Fernando Morientes en Florent Sinama-Pongolle.

Morientes was al na een tegenvallend anderhalf jaar in de Premier League bij Valencia teruggekeerd naar de Spaanse top, terwijl Sinama een dienstverband bij laagvlieger Recreativo Huelva juist gebruikte om weer hogerop te komen. Zijn tijd in Engeland – eerst bij Liverpool, daarna in het blauw-wit van Blackburn Rovers – was kort daarvoor definitief uitgedraaid op een teleurstelling, terwijl zijn Britse avontuur nog wel zo hoopvol was begonnen.

Nadat hij als jonge tiener was overgekomen van Réunion, een klein eilandje ten oosten van Madagaskar, onderscheidde de spits zich al snel als talentvolle speler in de jeugdopleiding van Le Havre, waar hij een gevaarlijk duo vormde met zijn neef Anthony Le Tallec. Ze speelden ook samen in de Franse jeugdploegen, waarmee ze in 2001 eerst nog de finale van het EK Onder-17 verloren, maar later dat jaar wel de wereldtitel voor zich opeisten. Sinama, die in eerste instantie niet was opgeroepen, maar door een blessure van een teamgenoot alsnog mocht aantreden, won de topscorerstitel en werd uitgeroepen tot beste speler van het toernooi.

Samen met Le Tallec werd hij die zomer al overgenomen door Liverpool, maar de jongelingen mochten nog twee jaar rijpen bij hun oude club. Na die twee jaar werden de twee Fransen opgenomen in de selectie van Liverpool, maar ze zouden nooit een plekje in het eerste elftal weten te bemachtigen. In drie jaar kwam Sinama tot 38 wedstrijden voor de Reds, waarmee hij het toch nog een stuk beter deed dan zijn neef, die op 17 bleef steken.

Ondanks dat zijn carrière zich nog niet zo had ontwikkeld als hij gehoopt zal hebben, zag het gepromoveerde Recreativo brood in Sinama. Hij was niet de enige nieuwe speler in de selectie van Recre. Maar liefst 17 nieuwe spelers – waaronder bijvoorbeeld ook een zeer jonge Santi Cazorla – werden aangetrokken om voor lijfsbehoud te vechten. Hoewel dat klinkt als een noodgreep die gedoemd is om te mislukken à la Roda JC in het verleden of Alan Pardews ADO Den Haag nu, werd dat eerste jaar een groot succes voor de promovendus.

De club greep met een achtste plaats in de eindrangschikking zelfs net naast een Europees ticket. Het hoogtepunt van dat jaar beleefde de ploeg op 20 december. In Santiago Bernabéu werd Real Madrid met 0-3 verslagen. De doelpunten kwamen die avond op naam van Sinama, Ikechukwu Uche, zijn Nigeriaanse kompaan in de spits, en de ervaren middenvelder Emilio Viqueira.

Zijn tweede seizoen in Andalusië zou een ander verhaal worden, al lag dat zeker niet aan zijn eigen prestaties. De club had Uche aan Getafe verkocht en Cazorla was teruggekeerd naar Villarreal, die door zijn goede spel niet lang twijfelden om diens terugkoopclausule te activeren. Recre eindigde net boven de streep en met tien goals was Sinama andermaal de clubtopscorer. Atletico Madrid zag in hem een ideale stand-in voor hun gouden koppel Sergio Aguëro en Diego Forlan en pikte hem voor zo’n €8 miljoen op.

Ondanks korte oplevingen werd dit verblijf in de top ook geen succes. Door blessures van teamgenoten kwam hij nog wel tot 40 wedstrijden in anderhalf jaar, waaronder vier duels achterelkaar waarin hij tot scoren kwam, maar in de winterse transferperiode van 2010 werd hij alweer verkocht aan Sporting Lissabon.

In de jaren die volgden ging hij van Portugal terug naar Spanje en weer naar Frankrijk, om daarna in respectievelijk Rusland en de Amerikaanse MLS neer te strijken. Waar het tot nu toe nog wel om hele seizoenen ging, gaat het vervolgens sneller. Binnen een tijdsbestek van een jaar ‘speelt’ hij in Zwitserland, Schotland en Thailand, waar hij bij Chainat Hornbill F.C. voor het eerst weer een paar seizoenen bij dezelfde club blijft.

Na dit laatste exotische avontuur keert hij huiswaarts naar zijn geboorte-eiland Réunion. De teruggekeerde verloren zoon is inmiddels 34 als hij gaat spelen voor Saint-Pierroise, de club van zijn jeugd. Opvallend genoeg is hij niet de eerste voormalig topvoetballer die zijn nadagen slijt op het kleine eiland. Hij is zelf niet de eerste oud-Liverpudlian in dienst van de club, want Djibril Cissé is hem een paar jaar eerder al voorafgegaan. Ook hij was echter niet de eerste spits met een roemrucht verleden bij de club.

Op het WK van 1990 schokten de Kameroeners de voetbalwereld door regerend kampioen Argentinië met 1-0 te verslaan. Zes dagen later moest de ploeg tegen Roemenië bewijzen geen eendagsvlieg te zijn. Het was een speler van Saint-Pierroise die de Afrikanen de zege bezorgde. Vervolgens danste Roger Milla zich bij de cornervlag ons collectief geheugen in. Op dat moment stond de 38-jarige spits na 12 jaar in het Franse voetbal onder contract bij Saint-Pierroise. Na het WK keerde Milla terug naar zijn vaderland, waar hij vier jaar later nog speelde, toen hij in Amerika de oudste doelpuntenmaker op een wereldkampioenschap werd.

Jaren na Milla’s vertrek dook plotseling Jean-Pierre Papin op bij de club uit Réunion. De Franse spits die ooit Marco van Basten moest opvolgen bij Milan, beëindigde zijn loopbaan na twee seizoenen voor Saint-Pierroise, waar hij nog een keurig moyenne van één doelpunt per twee wedstrijden behaalde. Papin werd opgevolgd door de jonge Guillaume Hoarau. Net als Sinama ging hij van Saint-Pierroise naar Le Havre, om later als speler van PSG uit te groeien tot Frans international.

Ook Sinama heeft één interland achter zijn naam staan. In zijn tijd voor de Colchoneros mocht hij onder bondscoach Raymond Domenech eenmaal aantreden voor Les Bleues. Inmiddels is hij als speler ver verwijderd van een internationaal podium als de Champions League, maar is hij er als analist van Canal+ toch nog wel eens bij. Met een verleden bij beide clubs kijkt hij vanzelfsprekend uit naar de tweede confrontatie tussen zijn voormalige werkgevers. Als hij dan moet kiezen, gaat hij toch voor zijn eerste liefde, Liverpool. De club waarmee hij ooit zelf nog de CL won.

Champions League = Studio Dudek

Liverpool moet vanavond flink aan de bak tegen Atletí om hun achterstand van één doelpunt om te buigen. Vanaf 20.00 is Studio Dudek live om voor te beschouwen op deze wedstrijd en op PSG – Dortmund.