5 minuten

Het was even schrikken op zondagavond toen ik me op de bank aan het opladen was voor een nieuwe werkweek. Op mijn Twittertijdlijn zag ik het bericht dat 1. FC Kaiserslautern het faillissement zou gaat aanvragen bij de rechter. Hiermee zou een roemruchte voetbalclub uit het Duitse voetbal kunnen verdwijnen. Hoe kon het zo mis gaan voor de voormalig Bundesliga-meister?

Door: Maurits Hoek

Het Fritz Walter tijdperk

‘Lautern is opgericht in 1900 en is een van de medeoprichters van de Bundesliga. De grootste speler die ooit voor de club heeft gespeeld is zonder twijfel Fritz Walter. Een naam die bij het jongere publiek waarschijnlijk niet heel bekend is maar in Duitsland is hij een grote meneer. De linksbinnen speelde tussen 1939 en 1957 maar liefst 364 duels voor Kaiserslautern en daarin scoorde hij een duizelingwekkend aantal van 357 doelpunten. Ook was hij als aanvoerder een van de sterren van het Duitse elftal dat in 1954 het ‘Wonder van Bern’ realiseerde en West-Duitsland hiermee haar eerste wereldtitel schonk. Naast Fritz Walter leverde Kaiserslautern ook Werner Liebrich, Werner Kohlmeyer, Horst Eckel en Ottmar Walter af bij het nationale elftal dat het WK won. Deze vijf helden zijn vereeuwigd in een standbeeld voor het stadion, welke naar Walter vernoemd is. 

Oprichter Bundesliga

Zoals gezegd is Kaiserslautern een van de founding fathers van de 1. Bundesliga. In dit tijdperk zijn een aantal grote voetballers door de talentenfabriek van ‘Die roten Teufel’ gekomen, waaronder Miroslav Klose, Andreas Brehme en Mario Basler. Ook FIFA-legende Alexander Esswein genoot zijn jeugdopleiding bij Lautern. 

Van 1963 tot en met 1996 was de club een rots in de hoogste afdeling van het Duitse voetbal. Het was een goede middenmoter met af en toe een uitschieter naar de top en soms werd het spannend of de club überhaupt in de hoogste afdeling bleef. In deze periode was het grootste nationaal succes het kampioenschap van 1991. In 1996 degradeerde de club naar de 2. Bundesliga, opvallend genoeg wist Kaiserslautern dit wél beslag te leggen op de DFB Pokal. Gelukkig voor de fans werd het verblijf in de 2. Bundesliga beperkt tot slechts een seizoen. Het seizoen daarna flikte Kaiserslautern iets wat onmogelijk geacht werd, de club werd direct bij de terugkeer op het hoogste niveau kampioen van Duitsland. Eat your heart out Leicester City!

Ook op Europees niveau sprak Kaiserslautern z’n woordje mee. In 1999 haalde de club de kwartfinale van de Champions League en in 2000 waren ze dichtbij het halen van de finale van de UEFA Cup. Echter, gooide Deportivo Alavés roet in het eten. Daarna braken roerige tijden aan in het Fritz Walter stadion.

Financiële problemen: Het stadiondossier

Zoals wel vaker bij een echte ‘Traditionsverein’, kwam 1. FC Kaiserslautern in financieel noodweer. Het WK in 2006 stond voor de deur en de club wilde dat er hoe dan ook in de stad gespeeld moest worden. Dat Kaiserslautern, een stad met 100.000 inwoners, dit toegewezen kreeg is op zijn minst opmerkelijk te noemen. Volgens bronnen kunnen ‘de meeste Duitsers Kaiserslautern niet eens aanwijzen op de kaart’. Het indrukwekkende Fritz Walter stadion onderging een metamorfose en de capaciteit werd uitgebreid tot een kleine 50.000 man. 

Deze uitbreiding is opmerkelijk aangezien Lautern’s gemiddelde bezoekersaantal in die periode tussen de 32.000 en de 39.000 toeschouwers lag. De totale kosten voor dit project waren 48,3 miljoen euro, waarvan 18,9 miljoen euro moest worden opgehoest door de club. Omdat de gemeente sinds 2003 eigenaar is van het stadion, moest de club meer dan 3 miljoen euro huur per jaar betalen. Een eerste faillissement werd in deze periode al afgewend door de verkoop van het stadion aan de gemeente. De huur is in normale omstandigheden geen probleem voor de club zolang ze in de 1. Bundesliga spelen. Echter, in 2006 viel het doek voor Kaiserslautern en degradatie naar de 2. Liga was een feit. Spelers werden in deze tijd al voor weinig geld verkocht omdat Lautern het geld hard nodig had, zo werd Klose in 2004 voor slechts 5 miljoen euro aan Werder Bremen verkocht.

Waar het niveau daalde, stegen de problemen. Zo beschreef de Duitse RTL in 2016 dat de club in 2008 geen huur had betaald voor het stadion. Volgens de regelementen zou dit tot degradatie naar het vierde niveau moeten leiden, dit is echter niet gebeurd. De huur op het stadion werd verlaagd om de club tegemoet te komen.

Financiële problemen: Het kampioenschap

Behalve het stadion is er nog een is er nog een ander begin van het einde aan te wijzen: het kampioenschap in 1998. De club zag zichzelf destijds als dé uitdager van Bayern München. Om deze ambitie te realiseren haalde succescoach Otto Rehhagel een jaar na het kampioenschap onder andere Youri Djorkaeff en Mario Basler. Djorkaeff werd een miskoop, hij weigerde de taal te leren en belandde op de reservebank. Ook Basler werd geen groot succes en aan zijn transfer stonk het nodige. De Duitser kreeg bij het tekenen van zijn contract bij Kaiserslautern een tekenpremie van 5 miljoen Duitse Mark, omgerekend zo’n 2,5 miljoen euro. Deze werden echter niet op de juiste manier administratief opgenomen. Dit was het eerste teken van financieel wanbeleid van de club. Ook werden spelers’ salarissen betaald via buitenlandse rekeningen om zo belasting te ontwijken. Hier werd de club voor bestraft met een boete van €9 miljoen. 

Het tijdperk Stefan Kuntz

In het recente verleden viel er weinig te juichen op de ‘Betzenberg’. Een paar jaar schommelde de club tussen de 1. en de 2. Bundesliga. In deze periode was de opkomst en het verval van clubicoon Stefan Kuntz als voorzitter merkwaardig. Hij werd binnengehaald als de grote held die de club behoedde van degradatie naar de 3. Liga in 2008, was de architect van het team dat promoveerde in 2010 en de goede prestaties in het seizoen 2010/11, waarin de club op een knappe zevende plek eindigde. Een van de meest iconische duels dit seizoen was de overwinning op het FC Bayern München van Louis van Gaal.

Hoe mooi het tijdperk Kuntz begon, zo tragisch eindigde ook. Na een beroerde transferwinter in januari 2012, degradeerde Kaiserslautern naar de 2. Bundesliga. In 2012/13 verloren ze nog de finale van de play-offs voor promotie tegen Hoffenheim. Kuntz’ reputatie kwam door verschillende incidenten onder vuur te liggen. Hij werd ervan beschuldigd dat hij zou meeverdienen aan transfers. Toen de club geld te kort kwam, kwam de Vorstand van Kaiserslautern met het initiatief dat de supporters aandelen konden kopen om het om de jeugdopleiding te moderniseren. Kuntz heeft echter maar een deel van dit geld in het te bouwen complex gestoken, een deel werd gebruikt om kosten in de club te dekken. Dit kwam op veel kritiek te staan van de leden van de club. Ook lukte het Kuntz niet om de club terug in de 1. Bundesliga te krijgen. In april 2016 stapte hij op. 

Het post-Kuntz tijdperk

“Kaiserslautern heeft in de afgelopen tien jaar geleefd als een 1. Bundesligaclub, maar zelden als een 1. Bundesligaclub gespeeld.”, zo verzekerde CEO Patrick Banf in 2016. De misère duurde zowel op financieel als op sportief als op bestuurlijk vlak voort. Na Kuntz werd er niet tijdig een nieuwe sportief directeur aangesteld. Met weinig voetbalknowhow, een opeenstapeling van jaren wanbeleid, veel trainers, slechtste transferpolitiek en dramatische resultaten degradeerde 1. FC Kaiserslautern in 2018 naar de 3. Liga, een dieptepunt. De club had voor de Coronacrisis al een schuld en deze werd door de crisis opgehoogd naar 24 miljoen euro, het was te veel.

De toekomst

Voor het nieuwe bestuur is het faillissement een kans om schoon schip te maken. Ze ‘kopen’ op deze manier namelijk tijd om op financieel, sportief en organisatorisch vlak de bezem door de club te halen. Ook wordt deze tijd gebruikt om nieuwe investeerders voor de club te vinden. Laten we hopen dat Kaiserslautern dit alles rond kan krijgen en verder kan gaan in de 3. Liga. Wie weet wordt de slapende reus wakker en zingt het Fritz Walter Stadion binnenkort weer het Olé Olé, Olé Olá, der FCK ist wieder da!