Hoekie_B: Korfbal

02 oktober 2021 - 12:47

Ik heb dit lang voor mezelf gehouden, maar volgens mijn psycholoog kon dit niet langer. Ik steek niet lekker in m’n vel door deze ellende, eet alleen maar ongezond en de drank is niet aan te slepen. Ik ben humeurig tegen mijn naasten en ook mijn werk lijdt eronder (de kinderen in mijn klas mogen alleen nog maar vrij lezen omdat ik de hele tijd aan het huilen ben). Mensen met een stempelmachine zouden het zelfs over depressief kunnen hebben. Ik lijk misschien een joviale jongen, maar achter dat masker gaat puur en wanhopig verdriet schuil. Vandaar dat ik dit van me af moet schrijven, dat schijnt dan op te luchten. Erkennen is de volgende stap. Nou, daar gaan we: mijn zoon zit op korfbal.

Het staat er. Ik kan niet meer terug. Iedereen weet het nu. Mijn geweldig leuke zoon, boordevol creativiteit en humor. Altijd vrolijk en attent, echt mijn maatje. En dan korfbal. De leukste mensen hebben de donkerste schaduwen, zegt men. Als jonge vader in de dop zie je altijd het ideaalplaatje voor je. Je zoontje begint in de de F’jes (JO5 zoals dat tegenwoordig heet) tussen zijn vriendjes en pingelt iedere wedstrijd alle tegenstanders uit en na zeven doelpunten wordt hij gewisseld omdat die andere kindjes ook een kans moeten krijgen. Op zijn 8ste ‘gescout’ door een BVO en vanaf daar in een rechte lijn omhoog die stopt met de winnende goal in de finale van het WK 2036 in Oman.

Ik had zelf al voorzien dat het vaak niet zo’n vaart gaat lopen. Realistisch als ik ben had ik al rekening gehouden met eventuele kanttekeningen in de ontwikkeling van mijn zoon. Een neuspiercing bijvoorbeeld of dat hij genderneutraal door het leven wil gaan. Prima, als hij maar gelukkig is. Dat hij drugskoerier wil worden of aansluiten bij de Taliban had me wat moeite gekost, maar het is zijn leven. Met de wetenschap van nu had ik met liefde en plezier afgezet in Jalalabad, maar nee hoor…..hij moest gaan korfballen.

Ik heb het natuurlijk uit z’n hoofd proberen te praten, maar van mijn vrouw kreeg ik meteen de preek over gelukkig zijn en al die onzin. Inmiddels heb ik het geaccepteerd. Ik ben zelfs al gaan kijken, met een capuchon over m’n hoofd vanuit de bosjes. Nu ik het zelf heb gezien is m’n mening wel bijgesteld. Het is namelijk nog erger dan ik al dacht. Mijn zoon stond in het verdedigende vak. Dat wil zeggen dat hij achter iemand aan moet lopen, ook al gaat die even naar de wc. Of nou ja lopen, zijn ploeg was vrijwel constant in de aanval dus in zijn vak was niets te doen. Mocht er de unieke situatie voordoen dat hij een bal onderschept moet hij die zo snel mogelijk naar het aanvallende vak gooien en weer verder wachten. Ik ben met hem gaan trainen op een sprongsliding. Zodra de bal naar zijn aanvaller gegooid zou worden moest hij er met gestrekt been inglijden zodat die de bal los zou laten. Dat mocht dus niet. Er mag wel meer niet: schouderduwen, de bal afpakken, een andere man of vrouw dekken en je mag ook niet gooien als er iemand met z’n handen omhoog voor je neus staat. Je mag eigenlijk vrij weinig, alleen vrijlopen en proberen te schieten.

Als je in de situatie komt dat je met twee personen tegelijk een losliggende bal pakt hou je je hand op de bal en laat je de scheidsrechter beslissen, in plaats van de tegenstander een elleboogje te geven en je kont erin draaien. Ach, ik moet het maar accepteren. Als hij hiermee gelukkig is ben ik het ook en nog belangrijker: ik heb nog een zoon en als ik die de liefde voor het voetbalspelletje wel door kan geven kunnen we de oudste in ieder geval met z’n tweeën uitlachen.