Oekraïnes Michels: een nicotinebrouwsel voor Sjevtsjenko

10 juni 2021 - 17:06

In het kader van het leren kennen van onze tegenstanders duiken we in het voetbalverleden van onze groepsgenoten. Als speler maakte hij onder zijn leermeester Victor Maslov naam bij Dinamo Kiev, de club die hij meermaals bij de hand zou nemen, en ook als coach was hij bijzonder succesvol. De nationale ploeg van eerst de Sovjet-Unie en later zijn eigen Oekraïne deden het nooit zo goed als onder zijn bewind: Valerij Lobanovskyj.

In 1964 noopt noodweer het vliegtuig met daarin de selectie van Dinamo Kiev op de terugweg van een trainingskamp een tussenstop te maken op de Krim. Urenlang moeten spelers en staf op het vliegveld van Simferopol vechten tegen de verveling, als de voortzetting van hun reis steeds maar weer wordt uitgesteld. Om zijn spelers een verzetje te bieden, besluit coach Victor Maslov hen op een uitgebreide lunch te trakteren. Tot verbazing van de hele selectie laat de man die zij liefkozend Opa noemen, zelfs voor iedereen horilka aanrukken. De spelers laten zich de Oekraïense wodka er niet minder om smaken. Eén biedt echter dapper weerstand aan de alcoholische verlokking: Valerij Lobanovskyj.

Kwade tongen beweren dat dit incident gevolgd werd door scheldkannonades over en weer, waarna de twee definitief gebrouilleerd zouden zijn geraakt. Anderen spreken dit weer even hartstochtig tegen. Zij wijzen op een andere mogelijke oorzaak van de breuk tussen de twee. Dribbelaar Lobanovskyj, die onder de fans van Dinamo de bijnaam ‘Koord’ had gekregen, omdat hij de bal aan een touwtje leek te hebben, paste niet in het systeem van Maslov. Daarin kreeg het collectief altijd prioriteit boven de individuele prestatie. “Ook in mijn eigen team zou ik mezelf waarschijnlijk niet hebben opgesteld,” zou Lobanovskyj jaren later hebben toegegeven.

Doordat de Oekraïense voetbalprestaties lange tijd met voornamelijk Russische en Georgische kameraden vermengd werd tot een Sovjetsoep, is niet bij iedereen bekend hoe groot de invloed van de Oekraïners op het voetbal in de Sovjet-Unie is geweest. Als de USSR in 1988 aantreedt in de EK-finale tegen Nederland, doet zij dat met maar liefst zeven Oekraïners aan de aftrap. Omdat zowel beide invallers als de bondscoach uit datzelfde deel van de Unie afkomstig zijn, mag je wel spreken van een veredeld Oekraïense ploeg.

Maslov was in tegenstelling tot zijn discipel geen Oekraïner. Nadat hij zijn voetbaldagen in dienst van Torpedo Moskou had gesleten, streek de Moskoviet pas als trainer neer in de zuidwestelijke Sovjetrepubliek,. Zo hard als de robuuste verdediger gedurende zijn loopbaan kon zijn, zo zacht was hij in zijn nieuwe rol. Hij transformeerde daarin al snel tot een warme vaderfiguur. Ondanks dat hij op dat moment nog nauwelijks oud genoeg was om hun vader te zijn, werd hij door zijn spelers dus tot Opa gebombardeerd.

Hij en Lobanovski deelden meerdere spelopvattingen – parallel aan Nederland werkten zij achter het IJzeren Gordijn aan hun eigen versie van het Totaal Voetbal, waarbij de jongere van de twee onder meer de 4-4-2-formatie, de zonedekking en de pressing overnam van zijn innovatieve leermeester – , maar buiten het veld was het een ander verhaal. Maslov handelde op intuïtie, gaf zijn spelers soms de vrije hand als hij dat nodig achtte, terwijl Lobanovski streng was, autoritair, en zich, in tegenstelling tot Maslov, die juist vaak op zijn gevoel af ging, volledig baseerde op de wetenschap.

De coach bepaalde niet alleen binnen de lijnen wat zijn spelers deden, maar beheerste ook daarbuiten een groot deel van hun leven. De spelers werden vaak aan tests en wetenschappelijke analyses onderworpen. Een goede voeding en conditionering waren essentieel om een voetballer maximaal te laten presteren, zo was de overtuiging van Lobanovskyj. Hij schijnt er zelfs hoogstpersoonlijk voor gezorgd te hebben, dat zijn pupil Sjevtsjenko vroeg in zijn carrière het roken opgaf door hem een soort nicotinebrouwsel te laten drinken tot hij ervan ging overgeven.

Waar Maslov nooit de kans zou krijgen om zijn vernieuwende tactieken buiten de landsgrenzen te tonen, was dat Lobanovskyj wel gegund. Aan de hand van de pijlsnelle Ballon d’Or-winnaar Oleg Blochin won hij met Dinamo tweemaal een Europa Cup en moest hij dus jaren later pas in de finale van het Europees Kampioenschap van ’88 het hoofd buigen voor het Oranje van Rinus Michels en Marco van Basten. Vier jaar na die finale zag de wereld voor de Oekraïners er heel anders uit.

Het land riep destijds de onafhankelijkheid uit en dus moest er ook een eigen nationale voetbalploeg en -competitie opgetuigd worden. Na een moeizame start viel men terug op de inmiddels in het Midden-Oosten actieve Lobanovkyj. Hij ging in eerste instantie als trainer van Dinamo aan de slag, maar zou deze functie later combineren met die van bondscoach. Met zijn terugkeer aan het roer keerde ook de kansen van de jonge natie. Onder zijn leiding keerde Dinamo terug in Europa. Weer waren snelle aanvallers de blikvangers van het door hem gesmede collectief. Andrij Sjevtsjenko en Serhij Rebrov toonde aan dat de topcompetities rekening moesten houden met de nieuwe voetbalnatie.