TBT – Een aandeel in de herrijzenis van SC Bastia

10 mei 2021 - 19:29

Door: Sander Grasman

In de voetbalgeschiedenis hebben vele teams de top weten te bereiken, maar lang niet allemaal slaagden zij erin daar te blijven. Hoe liep het af met de teams die van de rots kukelden? In deze serie gaan we op zoek naar de verhalen achter de vergane glorie en hoe het nu gaat met de clubs die ooit de trotse kampioenen waren. Ditmaal de successen, het failliet en de herrijzenis van de trots van Corsica: SC Bastia.

Toen de wereld stil kwam te staan in de eerste lockdown, besloot ik mijn inmiddels alweer lang vervlogen kennis van de Franse taal eens bij te spijkeren. Zoals eerder bij het Engels en het Italiaans, wist ik, vormde ook nu sport de sleutel tot mijn succes. Om mezelf te dwingen in contact te komen met het Frans, dacht ik in eerste instantie dit jaar intensief de Ligue 1 te gaan volgen, tot zich plots een mogelijkheid aandiende die plannen volledig in de war zou sturen. Via een tweet van opperconnaisseur van het Franse voetbal, Jean-Paul Rison, zag ik namelijk kans om mezelf in te kopen bij een gevallen grootmacht met een illuster verleden: SC Bastia.

FAILLISSEMENT

In onze voorbeschouwing op de Zwanzederby troffen we in Union Saint-Gilloise, de nieuwe club van Bart Nieuwkoop, al een vereniging op de weg terug, maar die valt in het niet bij de huidige succesreeks van i Turchini. De Corsicanen moesten dan ook van ver komen, nadat de club in 2017 failliet werd verklaard en teruggezet naar het vijfde niveau, de Championnat National 3. Vorige week mocht de club echter haar derde opeenvolgende promotie vieren en daarmee keert de ploeg niet alleen terug in de Ligue 2, maar is het vanaf nu af aan ook weer officieel een profclub.

Niet dat we als bord-op-schoot-eigenaren nu al meteen mogen dromen van een herhaling van de successen uit de jaren ‘70. Eerst moeten we maar een zien te overleven in de Ligue 2, voor we mijmeren over het spelen van een Europa Cup-finale, zoals de club deed in 1978. Daarin trok destijds het PSV van de onlangs overleden Willy van der Kuijlen na twee wedstrijden aan het langste eind. De topscorer aller tijden van de Eredivisie schoot hoogstpersoonlijk de 3-0 binnen.

CLUBHISTORIE

Toen ik begon aan mijn Bastia-avontuur wist ik eigenlijk niet veel meer van de club, dan dat ze in ver verleden Europese successen had gekend en dat onze landgenoot Johnny Rep in die tijd een van de dragende krachten was geweest. Had je me gevraagd één andere speler uit die formatie op te noemen, was ik je waarschijnlijk het antwoord schuldig gebleven. Dat is volledig onterecht, want de selectie herbergde enkele prachtige, iconische spelers, zoals Charles Orlanducci, bijgenaamd ‘De Leeuw van Vescovato’, flegmatieke dribbelaar Jean-François Larios en publiekslieveling en de spil van het elftal, Claude Papi. Maar laten we vanaf het begin beginnen.

Hoewel de club al in 1905 werd opgericht door een plaatselijk leraar Duits, de Zwitser Hans Ruesch, werd de club pas zestig jaar later professioneel. Lang hoefde men niet te wachten op het eerste succes, want een kleine drie jaar later wonnen ze de titel in de Tweede Divisie en stroomde men in op het hoogste niveau. Die eerste jaren in de Division 1, zoals de Ligue 1 toen nog heette, stonden in het teken van handhaving, maar al snel konden de Corsicanen meer en meer naar boven kijken.

EUROPEES SUCCES

Vooral in het bekertoernooi boekte men enkele mooie succesjes. Het leverde de club in ‘72 zelfs een eerste kwalificatie voor de Europa Cup op. Hoewel de finale van de Coupe de France tegen Olympique Marseille verloren ging, was het bereiken ervan voldoende om een ticket voor de Europacup II te bemachtigen. Het avontuur – Atletico Madrid bleek al in de eerste ronde te sterk – was kort, maar smaakte naar meer. Vijf jaar later keerde de club terug in een Europees toernooi en ditmaal met beduidend meer succes.

Met Orlanducci als rots achterin, de creativiteit van local hero Papi op het middenveld, de geniale ingevingen van de Joegoslaaf Dragan Džajić op de flank en de doelpunten van het spitsenduo Jacques Zimako en François Félix draaide de ploeg het hele seizoen ervoor bovenin mee. Nantes was dat jaar een maatje te groot voor de rest van de competitie, maar Bastia slaagde erin om op de op één-na-laatste speeldag het AS Nancy van een jonge Michel Platini definitief achter zich te houden en zo de derde plek en kwalificatie voor de UEFA Cup veilig te stellen. Met 82 doelpunten beschikte Bastia bovendien over de meest doeltreffende selectie van de hele competitie.

DRUKKE TRANSFERZOMER

Na het sterke seizoen leek een goede Europese campagne helemaal niet waarschijnlijk, want een paar van de belangrijkste spelers vertrokken die zomer. Het grootste gemis was nog wel Džajić. De speler die ooit door Pelé werd uitgeroepen tot de beste Joegoslavische voetballer aller tijden, keerde na twee seizoenen op Corsica terug naar zijn vaderland om weer voor jeugdliefde Rode Ster Belgrado te gaan spelen. In Zimako, die door Saint-Étienne verleid werd om de overstap naar het vasteland te maken, raakte de club nog een heel groot deel van haar doelpuntenproductie kwijt.

Maar Bastia zat zelf ook niet stil. Jean-François Larios kan vanuit zijn trein uit de tegenovergestelde richting naar Zimako gezwaaid hebben. Mogelijk deelde hij dan weer een coupé met Yves Mariot, die uit dezelfde richting kwam, aangezien hij bij Lyon was weggeplukt. Hoewel de legendarische Saint-Étienne-coach Robert Herbin in Larios nog altijd een groot talent zag, had hij nog geen ruimte in zijn elftal voor de jongeling, waarop hij besloot hem een jaartje te stallen op Corsica. Het bleek het perfecte scenario, mede dankzij een hoofdrol voor een derde nieuweling, onze landgenoot Johnny Rep.

REP

Zaandammer Johnny Rep stroomde op 19-jarige in bij één van de sterkste teams uit de voetbalgeschiedenis, het Ajax van Rinus Michels en Johan Cruijff. Nadat hij met de Amsterdamse club alle prijzen had gewonnen die er maar te winnen waren, en in het shirt van Oranje een eerste van uiteindelijk twee WK-finales had verloren, vertrok Rep in ‘75 naar Valencia. In Spanje kende hij twee prima seizoenen, waarin hij zelfs eenmaal clubtopscorer werd, maar beide jaren eindigde de club uit de sinaasappelstad in de middenmoot. Met Bastia kreeg de nog altijd maar 26 jaar oude rechtsbuiten de kans terug te keren op het Europese toneel.

In Džajić had de Nederlander grote schoenen om te vullen, maar vanaf dag één had hij een geweldige verstandhouding met Saint-Étienne-huurling Larios. Beiden hadden misschien wel een gedeelde levensopvatting, speelden binnen de lijnen puur op intuïtie en daarbuiten leefden ze er flink op los. De knappe losbollen hadden behalve hun instelling en lange manen nog iets opvallends gemeen. Ze onderhielden allebei een relatie met de vrouw van een teamgenoot. Rep ging langs bij mevrouw Mulder als hij zag dat Jan op televisie was – tot hij een keer naar een herhaling bleek te hebben gekeken en de oud-Anderlecht-speler gewoon thuis was -, terwijl Larios jaren later zijn eigen carrière om zeep hielp door de echtgenote van Platini te schaken.

WINST IN TURIJN

Zover was het in 1977 echter nog niet. Dat jaar vormden de twee met Papi een welhaast heilige drie-eenheid in het elftal van Bastia. Niet de minste namen werden aan de zegekar gebonden op weg naar de Europese finale. In de eerste twee rondes won het tweemaal beide duels van eerst Sporting Lissabon, dankzij maar liefst vier doelpunten van Félix, en daarna Newcastle United, waarin vooral Papi en Rep uitblonken. Maar de meest indrukwekkende zege volgde in de derde ronde tegen FC Torino.

Na een 2-1 overwinning in het eigen Stade Armand-Cesari, in de volksmond steevast Furiani genoemd, kwamen de Italianen in de terugwedstrijd met dezelfde cijfers op voorsprong. Torino was thuis al twee jaar ongeslagen en herbergde met I Gemelli del Gol, Francesco Graziani en Paolo Pulici, bovendien over een garantie op doelpunten. Niet verwonderlijk dat zij de drie Turijnse doelpunten voor hun rekening namen. Op dat moment stond er een onverwachte held op. Marokkaans international Albdelkrim Merry was altijd een groot talent geweest, maar tegelijkertijd even briljant als wisselvallig. Deze avond in een volgepakt Stadio Comunale stond er echter geen maat op hem en met twee doelpunten besliste hij het tweeluik in Frans voordeel.

PSV-UIT

De volgende rondes tegen Carl-Zeiss Jena en FC Grasshoppers vormden nauwelijks meer dan een opmaat richting de finale. Hoewel de zenuwen de ploeg tegen de Zwitsers bijna te machtig werd, was het aanvoerder Papi die de verlossende 1-0 op Corsicaanse bodem maakte. De voorbereiding richting de finale was verre van ideaal. Men had een bijzonder druk programma en er waren in die tijd nog geen bonden die in dergelijke gevallen met de clubs mee dachten.

Bastia was op Corsica de bovenliggende partij, maar de vermoeide benen en een door zware regenbuien onbespeelbaar geworden veld, voorkwamen een bevrijdend Franse treffer. Het doelpuntloze gelijkspel bleek in Eindhoven al snel niet genoeg. Met Oranje-internationals als Jan van Beveren, de gebroeders Van de Kerkhof en Willy van der Kuijlen troffen ze een niet te versmaden tegenstander. PSV won de terugmatch met 3-0 en Skiete Willy mocht de beker in de lucht steken.

BEKERWINST

Andermaal bleven de goede prestaties niet zonder gevolgen. Larios werd teruggehaald door Saint-Étienne en ook Félix en Mariot vertrokken. De chemie tussen Larios en Rep was Les Verts niet ontgaan en een jaar later maakte ook de Nederlander de overstap naar het Stade Geoffroy-Guichard. In Saint-Étienne werd inmiddels alweer gebouwd aan een nieuwe topploeg, waar naast de twee ex-Bastia-spelers ook Platini was neergestreken. Bastia was dus binnen zeer korte tijd bijna al hun topspelers kwijtgeraakt en dreigde ver terug te vallen.

Op de ranglijst zakte men dan ook steeds iets verder weg, maar het was uitgerekend in deze periode dat Bastia de enige hoofdprijs uit haar bestaan bemachtigde. Op 13 juni 1981 mochten Papi, Orlanducci en co aantreden tegen de ploeg waar inmiddels zoveel van hun oud-teamgenoten speelden. Aan de andere kant van de middenlijn troffen ze naast Rep en Larios namelijk ook nog altijd Jacques Zimako. De Corsicanen hadden zelf ook een nieuwe spits. Een 29-jarige Kameroener die na dienstverbanden bij Valenciennes en Monaco in Furiani was terechtgekomen, maar nog negen jaar moest wachten tot hij al swingend zijn doorbraak bij het grote publiek zou maken. Roger Milla scoorde die dag de beslissende 2-0.

DOOD PAPI

Zoals verwacht bleek het een laatste stuiptrekking van een club die langzaam wegzakte in het moeras van de grijze middenmoot. In 1986 viel uiteindelijk het doek voor i Turchini op het hoogste niveau. Claude Papi zou dat helaas niet meer meemaken. Kort nadat hij zijn carrière beëindigd had bij de enige club waarvoor hij ooit gespeeld had, overleed het clubicoon aan de gevolgen van een hersenbloeding. De middenvelder werd amper 33 jaar.

CATASTROPHE DE FURIANI

Het zou niet de laatste rampspoed zijn die de club trof. In 1992 bereikte Bastia als tweededivisionist de halve finale van het Franse bekertoernooi. Het duel tegen Olympique Marseille werd gespeeld in het Stade Armand-Cesari, waar provisorische tribunes werden aangelegd om de grote schare fans te kunnen huisvesten. De Claude Papi-tribune, die plaats bood aan slechts 750 supporters, werd vervangen door een metalen constructie waar meer dan 9 duizend mensen terechtkonden.

Kaartjes waren dan ook zeer gewild, want de tegenstander in deze halve eindstrijd was op dat moment een absolute Europese grootmacht. De mannen van Bernard Tapie waren op weg Europa te veroveren, maar regeerden  in eigen land inmiddels al enige tijd met harde hand. De Corsicanen hoopten op een stunt om de bullebakken uit Zuid-Frankrijk een koekje van eigen deeg te geven. De stalen constructie bleek niet opgewassen tegen deze grote mensenmassa, was waarschijnlijk te gehaast in elkaar gezet en bezweek kort voor de aftrap. Achttien supporters kwam daarbij om het leven, terwijl meer dan tweeduizend mensen gewond raakten.

OPLEVING

Tussen 1994 en 2005 slaagde de club erin terug te keren op het hoogste niveau en zelfs kwalificatie voor Europees voetbal was een feit, toen men in 1997 de Intertoto Cup won. Nadat Bastia er wonderwel in was geslaagd de Portugese topclub Benfica uit te schakelen, reisde men vol vertrouwen af naar Roemenië voor de confrontatie met Steaua Boekarest. Ondanks een veldoverwicht in beide wedstrijden vonden de Corsicanen daar echter hun Waterloo.

Een drietal jaar later kwam een jonge Ghanees naar het eiland. De middenvelder had uitgeblonken op het WK voor spelers onder 17 en wilde in de Franse competitie zijn eerste schreden in het Europese voetbal zetten. Uiteindelijk zou Michael Essien drie jaar de patron op het Corsicaanse middenveld zijn. Gedurende die periode bereikte de ploeg andermaal de finale van de Coupe de France, maar daarin was het nietige FC Lorient te sterk. Niet veel later raakte de club in financieel verval.

AANDELEN

Dat verval luidde in 2017 dus het faillissement in, waarna de club op amateurbasis verder moest. Een van de manieren waarop Bastia hoopt voorlopig het hoofd financieel boven water te houden, is via het uitgeven van aandelen. Voor zover ik begrijp hoef ik hiervan geen vetpot te verwachten, maar is dit meer een symbolische geste van mensen die de club een warm hart toedragen. Ik kan het mis hebben, want in mijn Duolingo-cursus ben ik nog niet bij het hoofdstuk Financiën.


Wel mogen wij aandeelhouders meedenken met hard nosed vraagstukken als de opmaak van de seizoenkaart, in welke tenue ‘we’ bepaalde wedstrijden zullen aantreden en we zijn welkom bij aandeelhoudersvergaderingen, waar we voornamelijk luisteren naar wat een groep mannen vanachter een sober ingerichte tafel te vertellen heeft. Een voordeel van uitkomen op dit niveau is dan weer dat de wedstrijden gratis worden aangeboden door de nationale voetbalbond. Dat kunnen we na onze laatste voorlopig dus vergeten. Dan moeten wij er ook aan gaan geloven om wekelijks een stream van de Ligue 2 zien te vinden. Het is een last die we met liefde dragen.