De gouden jaren van Valencia CF

25 februari 2021 - 14:25

Door: Sander Grasman

In de voetbalgeschiedenis hebben vele teams de top weten te bereiken, maar lang niet allemaal slaagden zij erin daar te blijven. Hoe liep het af met de teams die van de rots kukelden? In deze serie gaan we op zoek naar de verhalen achter de vergane glorie en hoe het nu gaat met de clubs die ooit de trotse kampioenen waren. De club verkeert tegenwoordig financieel in vieze papieren, maar rond de eeuwwisseling was Valencia CF zowel nationaal als Europees een topclub.

Met zijn sluike gouden lokken en schier onuitputtelijke loopvermogen leek hij uit de mal van Real Madrid-back Michel Salgado te zijn gegoten. Geen wonder dus dat hij aan het begin van zijn carrière rechtsachterin werd weggemoffeld. Claudio Ranieri zag echter nieuw potentieel in de hardwerkende Bask en schoof hem een linie naar voren. Zo kon Gaizka Mendieta, dankzij zijn Italiaanse leermeester, uitgroeien tot een iconische speler en een van de meest begeerde middenvelders van zijn generatie.

VALDANO

Na een desastreuze start van het seizoen ‘97-’97 stelden Los Che Ranieri aan als opvolger van de Argentijn Jorge Valdano. Onder leiding van de voormalige Napoli-coach ging het al snel een stuk beter. De degradatiezone werd vaarwel gezegd en de weg naar boven ingezet. Kwalificatie voor Europees voetbal was dat eerste seizoen nog te hoog gegrepen, maar nadat de ploeg lange tijd in de onderste regionen had gebivakkeerd, beloofde de uiteindelijke negende plek veel goeds voor de toekomst. Dat bleek geen loze belofte.

MENDIETA

Ranieri implementeerde een 4-4-2-opstelling, waarbij gewezen vleugelverdediger Mendieta aan de rechterkant in een ruit werd opgesteld. Voor zijn voetbalcarrière van de grond kwam, was Mendieta een getalenteerd hardloper geweest. Daar plukte hij in zijn nieuwe rol de vruchten van. De Bask beschikte over het loopvermogen en de longinhoud om tot diep in de wedstrijd grote afstanden te overbruggen. Het stelde hem in staat om meerdere keren per wedstrijd voor het doel van de tegenstander op te duiken. Waar hij voor de komst van Ranieri in 6 seizoenen en meer dan honderd wedstrijden slechts viermaal doel trof, kwam hij in zijn eerste jaar op zijn nieuwe positie tot 10 treffers in 30 wedstrijden.

CLAUDIO LOPEZ

Ook de Argentijn Claudio Lopez leefde op onder de vleugels van de trainer die jaren later Leicester City kampioen zou maken. De kleine, ijverige spits was niet alleen snel en wendbaar, maar ook uitgekookt. Vaak dook hij op juiste moment op achter de verdediging of in het strafschopgebied om vervolgens koeltjes af te ronden. Edwin van der Sar kan meepraten over diens dodelijkheid voor het doel, nadat de Argentijn op het WK ‘98 in Marseille de bal ijskoud onder het been van de lange Oranje-doelman schoof.

EUROPEES VOETBAL

Ranieri was binnen korte tijd zeer geliefd geworden in Mestalla. Naast de doorbraak van jonge spelers als Mendieta, Lopez, Miguel Angel Angulo en Javier Farinos, toonde de club zich onder zijn leiding ook trefzeker op de transfermarkt. Voor betrekkelijk weinig geld werden belangrijke krachten als keeper Santiago Canizares naar Valencia gehaald. Een jaar na de veelbelovende 9e plek, deed de club het in het volgende seizoen inderdaad nog een stuk beter. Met de vierde plek kwalificeerde Valencia zich zelfs voor de Champions League, maar het grootste succes werd geboekt in de beker. 

BEKERSUCCES

Claudio Lopez was daarin van essentieel belang met maar liefst 9 doelpunten in de zes wedstrijden. Onderweg naar de finale had de club zowel Barça als Real verslagen – die laatste werden met 6-0 van de mat gespeeld in Mestalla -, terwijl in de finale Atletico Madrid kansloos toe moest kijken hoe de Valencianen er met de Copa del Rey vandoor gingen. Twee goals van Lopez en eentje van Mendieta bleven onbeantwoord door de hoofdstedelingen. De zege zou een bitterzoete nasmaak krijgen, nadat de geliefde succescoach die zomer vertrok naar de verslagen tegenstander.

CUPER

Als vervanger van Ranieri werd Hector Cuper gehaald. De Argentijn had een jaar eerder met Real Mallorca een verrassende derde plaats behaald – één plekje boven Valencia – en technisch directeur Javier Subirats hoopte niet alleen dat de Argentijn de onder zijn voorganger ingezette weg omhoog kon voortzetten, maar dat hij ook de successen van een illustere Argentijnse voorganger zou kunnen evenaren. Aan het eind van de jaren zeventig beleefde de club namelijk ook al een succesperiode onder Real Madrid-icoon Alfredo Di Stefano.

ARGENTIJNSE INVLOEDEN

Subirats zelf was gedurende die gloriejaren één van de spelers waarmee de successen geboekt werden. Hij was dus bekend met de mate waarin de clubs successen vervlochten waren met Argentijnse inbreng. Aan de hand van Di Stefano en diens landgenoot Mario Kempes, niet lang nadat de spits het Nederlands elftal met twee treffers gevloerd had in de finale van het WK’78, wonnen Los Che maar liefst twee nationale bekers, de Europa Cup II en de Europese Supercup, waarin ze Brian Cloughs Nottingham Forest versloegen. Aan Cuper dus de taak om de club naar dezelfde hoogten te leiden.

FORT VALENCIA

Waar de verdediging in de dagen van Ranieri al behoorlijk solide was geweest, werd die nu door Cuper volledig dichtgetimmerd. Het bracht de club in Europees verband mooie resultaten, maar leverde de Argentijn verre van dezelfde populariteit als zijn voorganger op. Ook in de nationale competitie waren de resultaten niet zo goed als gewenst, maar mocht één van de CL-finales die de club in de jaren onder Cuper bereikte, in een overwinning zijn geëindigd, dan was zijn status misschien in positieve zin veranderd. Nu ging hij vooral als ‘net niet’ de boeken in en wordt hem tot op de dag van vandaag zijn negatieve spelopvatting nagedragen.

De Argentijn wordt daarnaast ook verantwoordelijk gehouden voor het vertrek van enkele publiekslievelingen. Binnen korte tijd vertrokken zowel Lopez (Lazio), als middenvelder Gerard, die terugkeerde naar de club waar hij zijn opleiding had genoten: Barcelona. De komst van Pablo Aimar om het middenveld te komen versterken werd nog met gejuich ontvangen, maar de komst van John Carew kon op minder enthousiasme rekenen. De lange, bonkige spits luidde overduidelijk een tactische stijlbreuk in. Ondanks alle kritiek op het verdedigende spel, kan je onmogelijk beweren dat Cuper het slecht gedaan heeft in de sinaasappelstad.

VERLOREN CL-FINALES

Tot tweemaal toe bereikten Los Murciélagos, de vleermuizen, dus de finale van de Champions League. Om daar te komen moesten ze bovendien een niet bepaald makkelijk traject afleggen. In die tijd kende de CL een dubbele groepsfase en in beide rondes troffen ze sterke tegenstanders als PSV, Bayern München, Manchester United en Fiorentina, terwijl ook in de knockoutfase Lazio en Barça op papier lastige klussen moesten zijn. Beide ploegen kregen het echter flink voor de kiezen in Mestalla (5-2 en 4-1), waar Valencia met ijzeren hand de scepter zwaaide dat seizoen.

In de finale bleek Real Madrid een maatje te groot, 3-0. Een jaar later vonden de Valencianen zich andermaal terug in de finale. Nu moesten vooral Engelse clubs de Spaanse furie ontgelden. Respectievelijk Manchester United, Arsenal en Leeds United werden aan de Spaanse zegekar geknoopt, maar ook nu bleek de finale een brug te ver. Al bleef het dit keer langer spannend. In San Siro moest uiteindelijk een strafschoppenserie uitsluitsel bieden, maar daarin kon Oliver Kahn uitgroeien tot de Duitse held, toen hij de beslissende trap van Mauricio Pellegrino stopte. Niet veel later vertrok Cuper, uitgerekend naar de stad waar zijn ploegs dromen in duigen waren gevallen, om aan de slag te gaan bij Inter.

RAFA BENITEZ

Het bestuur van Valencia kwam na het vertrek van Cuper met een verrassende naam op de proppen. Rafa Benitez was tot zijn komst in Mestalla voornamelijk als jeugdtrainer van Real Madrid actief geweest, waarna zijn dienstverbanden bij enkele kleinere clubs verre van glansrijk waren verlopen. Toch zag men in Valencia potentie in de onervaren coach en dat vertrouwen betaalde zich uit. Eindelijk zou de club weer eens een landskampioenschap kunnen vieren.

Benitez bouwde voort op de solide verdediging van zijn voorgangers, maar zocht naar mogelijkheden om daar meer scorend vermogen aan toe te voegen. Hoewel dat in eerste instantie nog maar mondjesmaat van de grond kwam, kon men al in zijn debuutseizoen de vijfde landstitel aan de prijzenkast toevoegen, ruim 30 jaar na de vierde. De ploeg kwam dat seizoen tot slechts 51 treffers (met verdedigende middenvelder Ruben Baraja als clubtopscorer met 7 goals), maar omdat men zelf niet meer dan 27 tegentreffers incasseerde, waren er dat jaar ook niet meer doelpunten nodig.

4-2-3-1

Benitez had sinds zijn aanstelling een 4-2-3-1-systeem geïmplementeerd, waarmee hij een overtal op het middenveld creëerde tegenover de toen nog prevalerende 4-4-2. Baraja en David Albelda vormde een uitstekende double-pivot voor de verdediging. Voor dat tweetal rekende de Spanjaard op de creatieve ingevingen van Aimar. De klassieke nummer 10 was al op jonge leeftijd een begrip in eigen land, waar hij de lijnen uitzette namens River Plate, en ook in Mestalla konden de liefhebbers hun vingers aflikken bij het spel van de kleine architect.

UEFA CUP

Twee jaar na Benitez’ eerste titel volgde een tweede landskampioenschap. Waar men eerder vooral de 1-0 overwinningen aaneen reeg, kon men nu ook op de doelpunten van de met Benitez vanuit Tenerife meegekomen spits Mista rekenen. Na het vertrek van Claudio Lopez hadden Los Che eindelijk weer een doelpuntenmaker pur sang in de gelederen. De ploeg kreeg nog altijd maar 27 tegentreffers, maar scoorde er dit seizoen 71, met een ongekend doelsaldo van +44 tot gevolg. Als kers op de taart volgde ook nog de finale van de UEFA Cup. Met de eerder verloren Europese finales nog vers in het geheugen was er de club alles aan gelegen om nu wel als winnaars van het veld te stappen.

In Olympique Marseille troffen ze een ploeg die ook op zoek was naar eerherstel. Na hun gloriejaren een decennium eerder, doemde weer een succesperiode op. Vooral de jonge Didier Drogba gaf dat jaar de mensen in Marseille reden tot optimisme. In de finale was het echter Marseille-doelman Fabien Barthez die de tegenstander in het zadel hielp. In de blessuretijd van de eerste helft veroorzaakte hij een penalty en mocht hij zelf direct gaan douchen. Vicente verzilverde het cadeautje en een kwartier na rust was de wedstrijd definitief beslist, toen Mista de 2-0 tegen de touwen werkte. Na de titel van twee jaar daarvoor had Valencia nu zelfs een doblete op zak.

VERVAL

Andermaal kwam het succes tegen een prijs. Liverpool had haar oog laten vallen op de succescoach en slechts weinigen kunnen die lokroep weerstaan. In zeven jaar hadden 3 coaches voor de groep gestaan in Mestalla en wonderwel was het steeds goed gegaan. Nu durfde men geen vernieuwing aan en koos voor een veilige optie: Ranieri werd teruggehaald. Ditmaal liep de samenwerking uit op een fiasco en een klein jaar later mocht de Italiaan alweer vertrekken.

Valencia zou in de eerstvolgende jaren nog wel enkele sterke seizoenen kennen, onder anderen dankzij klasbakken als David Villa, Fernando Morientes, Joaquin en zelfopgeleide talenten als Raul Albiol en David Silva, maar achter de schermen werd het steeds chaotischer binnen de club. Men versleet een vloot aan trainers en veel van de grotere aankopen pakten slecht uit. Mede hierdoor belandden Los Che in financieel noodweer en moest het haar belangrijkste spelers vaak voor bodemprijzen van de hand doen.

PETER LIM

De verkoop van Villa, Silva, Juan Mata, etc. bleek onvoldoende om de schuld van zo’n €300 miljoen weg te poetsen. Uiteindelijk kwam de club in 2014 in handen van Peter Lim, een zakenman uit Singapore. De euforie waarmee de miljardair ontvangen werd, is inmiddels omgeslagen. Hij stortte de club sinds zijn komst immers in bestuurlijke chaos. Coaches en directeuren jagen elkaar de tent uit en bijna niemand blijft langer dan een jaar op zijn post. Meermaals kwam het tot botsingen tussen trainers en bestuur. Afgelopen zomer liep de chaos binnen de club uit op een ware uitverkoop. De bedragen waarvoor dragende spelers als aanvoerder Daniel Parejo en toptalent Ferran Torres het Mestalla werden uitgezwaaid lagen ver onder hun geschatte waarde.

Nog geen zeven jaar nadat de Aziaat met veel bombarie en 40.000 uitzinnige fans werd binnengehaald als ‘El Salvador’, is de kritiek op hem inmiddels niet meer van de lucht. In die tijd joeg hij namelijk behalve de beste spelers ook enkele clubiconen de tent uit. Vooral zijn openlijk conflict met coach Marcelino, die de club na mindere jaren twee seizoenen op rij naar de vierde plek loodste en zelfs de Copa del Rey won, deed Lims reputatie geen goed. Het is maar zeer de vraag of het ooit nog goed komt tussen de eigenaar en de aanhangers van zijn club. De hoogtijdagen van Ranieri, Cuper en Benitez lijken in ieder geval ver weg.

Kun je geen genoeg krijgen van Buitenlands voetbal, luister dan onze FC Buitenland Podcast! Onze eigen Jaron Blonk, ESPN-commentator Martijn van Zijtveld en Quincy Richardson bespreken in een uur tijd alles wat je moet weten over de vier grootste competities van Europa.