TBT – Olympique Marseille en l’affaire-OM

28 januari 2021 - 16:12

Door: Sander Grasman

In de voetbalgeschiedenis hebben vele teams de top weten te bereiken, maar lang niet allemaal slaagden zij erin daar te blijven. Hoe liep het af met de teams die van de rots kukelden? In deze serie gaan we op zoek naar de verhalen achter de vergane glorie en hoe het nu gaat met de clubs die ooit de trotse kampioenen waren. Olympique Marseille was aan het begin van de jaren negentig de absolute topclub van Europa, tot hun succes voor een deel gestoeld op vals spel bleek te zijn.

VOETBALSTAD MARSEILLE

“Marseille is dé voetbalstad van Frankrijk.” An sich is dat al een mooi compliment, maar als deze woorden dan ook nog over de lippen komen van je grootste concurrent, dan wil dat zeker wat zeggen. Technisch directeur Leonardo gaf aan in zijn eigen PSG niet alleen een nieuwkomer op het Europese toneel te zien, maar signaleert ook in eigen land een rijkere voetbalhistorie in de zuidelijke havenstad: “Parijs is nooit een échte voetbalstad geweest, dat is in Frankrijk nog altijd Marseille.”

Helemaal waar is dat overigens niet. Toen Olympique Marseille in 1899 werd opgericht, waren er al vijf nationale titels gewonnen door ploegen uit Parijs. Dat was dan weer niet geheel verwonderlijk, omdat teams van buiten die stad niet mee mochten doen met de eerste edities van het ‘nationale’ kampioenschap. Maar ook toen het toernooi eenmaal werd opengesteld voor clubs uit andere regio’s waren de eerste pannenkoeken alsnog voor noorderlingen. Pas in 1909 kon Helvétique Marseille de eerste beker mee naar het zuiden nemen.

RUGBY-ROOTS

Aan het eind van de 19e eeuw brachten Britse expats en terugkerende Franse studenten, sporten als rugby en voetbal uit Engeland met zich mee. Waar het voetbal al snel werd opgepikt in het noorden van het land, omarmde men in Zuid-Frankrijk de meer ovale bal. Er was dus één havenstadje dat echter dapper weerstand bood tegen deze rugby-overheersing. Al moet daarbij gezegd worden dat de oprichter van Olympique Marseille, René Dufaure, in eerste instantie een rugby-liefhebber was.

Helvétique, die zoals de naam al doet vermoeden werd opgericht door de Zwitserse gemeenschap in de stad, voegde voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog nog twee landstitels aan de prijzenkast toe, maar de club zou de oorlog nooit echt te boven komen. De beurskrach van ‘29 maakte vervolgens definitief een einde aan haar bestaan. De leemte die het wegvallen van deze vereniging achterliet, werd gretig opgevuld door l’OM en zij groeide uit tot dé club van de stad.

PROFESSIONEEL VOETBAL

Gedurende het interbellum startte men in Frankrijk een professionele competitie. In de beginjaren, andermaal onderbroken door een wereldoorlog, slaagden Les Olympiens erin zich te nestelen in de top, met twee titels aan weerszijde van WO II tot gevolg. Hierna volgde echter nog maar sporadisch succes en moest men toezien hoe clubs als Stade de Reims, Nantes en met name Saint-Étienne de lakens in het Franse voetbal uitdelen. 

Aan het begin van de jaren zeventig is er een korte opleving. Tussen twaalf opeenvolgende titels voor ofwel Nantes of Saint-Étienne bemachtigde OM in zowel 71 als ‘72 de titel. De grote man aan Marseille-kant was in die jaren spits Josip Skoblar, die in beide seizoenen topscorer werd en dat kunstje een jaar later dunnetjes overdeed – al moest men dat jaar de landstitel weer aan Nantes laten. Vooral Skoblars 44 goals in het eerste kampioensjaar doen je duizelen. Dat jaar was hij in een spannende strijd verwikkeld om de topscorerstitel met de Malinees Salif Keïta, met wie hij twee seizoenen later een koningskoppel in het Stade Vélodrome zou vormen. In nauwelijks 175 wedstrijden gedurende zijn tijd in Marseille was Skoblar goed voor 151 treffers.

TAPIE

Een kleine vijftien jaar na die titels volgde er ernstige financiële problemen. Wanbeleid en een uiteindelijke degradatie naar het tweede niveau brachten de club op de rand van het faillissement. Het was de burgemeester van de stad, Gaston Defferre, die een politiek vriendje van hem naar voren schoof: Bernard Tapie. Op het eerste gezicht is de succesvolle zakenman een aimabele en flamboyante verschijning, maar schijn – net als de man zelf – bedriegt. Jaren later zal men hem – in minder vriendelijke bewoordingen – omschrijven als een charmante smeerlap.

LES GALACTIQUES MARSEILLAISE

Tapie had zijn geld verdiend met het heropbouwen van gevallen Franse bedrijven. Het zakenleven had van hem een gefortuneerd man gemaakt en hij schroomde er niet voor om dat verdiende geld in de club te steken. Franse klasbakken als de latere Milan-spits Jean-Pierre Papin, Jocelyn Angloma, Eric Cantona, Didier Deschamps en Marcel Desailly kwamen naar de Vieux Port en in hun kielzog volgden een hele rits aan internationale sterren. De Duitsers Karl-Heinz Forster en Klaus Allofs waren de eerste, maar kregen vlot gezelschap van andere vedetten als de Uruguayaan Enzo Francescoli, Chris Waddle, Dragan Stojkovic, Alen Boksic, Rudi Völler en Abedi Pelé.

In eigen land was OM al snel een klasse apart en met het einde van de jaren 80 in zicht richtte Tapie de blik op Europa. Hij was zijn belofte om de eerste Europa Cup I naar Frankrijk te halen niet vergeten. Met veel bombarie werd Franz Beckenbauer gepresenteerd als de nieuwe trainer, maar nog voor het stof rondom zijn presentatie was gaan liggen, stond de Duitser alweer buiten. De Belg Raymond Goethals zou hem opvolgen en beduidend meer succes kennen in Marseille.

DE STREKEN VAN TAPIE

Tapie had een waar sterrenensemble bijeengebracht, waarmee de aanval op het Milan van Arrigo Sacchi moest worden geopend. Een van de meest controversiële transfers was die van buitenspeler Abedi Ayew, beter bekend als Abedi Pelé. De Ghanees was al op jonge leeftijd doorgebroken in de eigen competitie, maar leidde na vertrek uit zijn geboorteland een zwervend bestaan. Hij was eigenlijk al talent-af, toen hij op het tweede niveau van Frankrijk eindelijk wat van zijn immense potentie kon inlossen. Eerst bij Chamois Niortais en later in de kleuren van FC Mulhouse maakte hij indruk, waarna zowel Monaco als Marseille geïnteresseerd waren in zijn handtekening. Nadat er gefluisterd werd dat de Afrikaan positief was getest op HIV en de Monegasken zich terugtrokken uit deze race, stond niets meer het nieuwe OM-supertrio van Waddle, Papin en Pelé in de weg. Het gerucht bleek achteraf een typisch Tapie-slimmigheidje te zijn geweest.

OVERVERMOEIDHEID

De dominantie van dat Marseille is goed te vergelijken met het PSG van de afgelopen jaren. Ze waren oppermachtig en dongen dus ook mee naar alle prijzen. Dat eiste bij OM destijds zijn tol. Het overvolle programma zorgde ervoor dat Marseille aan het eind van de rit niet altijd even fris meer was. Vermoeidheid en blessures speelden de selectie parten. In ‘91 kostte dat ze mogelijk twee prijzen. Eerst moesten ze na penalty’s het hoofd buigen voor Rode Ster Belgrado om vervolgens ook de Franse beker aan hun neus voorbij te zien gaan. De derde titel op rij was nog slechts een doekje voor het bloeden. 

DE STREKEN VAN TAPIE (DEEL II)

Dat zou Tapie niet nog eens laten gebeuren. Hem was er alles aangelegen om zijn spelers fit richting de finish te krijgen, maar daar creatieve oplossingen voor vinden is Tapie wel toevertrouwd. Die ‘oplossingen’ zouden echter allemaal pas na de winst op Milan in de eerste Champions League-finale van ’93 aan het licht komen. Wat de clash had moeten worden tussen de twee grootmachten van dat era, liep uit op een weinig enerverend schaakspel. Uiteindelik was het verdediger Basile Boli die in die finale tegen Van Basten, Lentini en co de enige goal binnenknikte. Een volksfeest brak uit in Marseille en Frankrijk had eindelijk zijn eerste cup met de grote oren. Het staartje dat de sluwe tactieken van Tapie zouden krijgen, zou echter een lange schaduw werpen over de gloriejaren van OM.

Het balletje kwam aan het rollen, nadat een speler van Valenciennes – Christophe Robert – bij zijn trainer aangaf dat Marseille-speler Jean-Jacques Eydelie, een oud-teamgenoot van hem bij Nantes, hem geld geboden had om OM een makkelijke middag te bezorgen vlak voor de Europacupfinale. Eenzelfde bod zouden tenminste twee van zijn ploeggenoten – niet geheel toevallig ook oud-spelers van Nantes – ook ontvangen hebben. In tegenstelling tot de andere twee, Jorge Burruchaga en Jacques Glassman, kreeg Robert gewetenswroeging en biechtte het hele verhaal op. 

RENDEZ-VOUS

Het lijkt wel een scène uit een low budget spionagethriller. De vrouw van Robert ontmoette Eydelie aan de vooravond van de wedstrijd op de parkeerplaats van het Novotel-hotel, waar de ploeg van Marseille zich voorbereidde op de wedstrijd. De speler van Marseille overhandigde haar een envelop met daarin 250.000 Franse francs. De politie vond de envelop met daarin het volledige bedrag terug in Roberts tuin. Hij had het daar begraven, omdat het geld zou stinken naar verraad. De vondst ondersteunde Roberts verhaal en zou als bewijs dienen in het proces tegen de Marseille-kopstukken en speler Eydelie.

Nadat Eydelie veroordeeld was en als persona non grata in de Franse top zijn heil in de krochten van het voetbal moest zoeken, klapte hij uit de school. Volgens hem hield Tapie er ten minste drie illegale praktijken op na: het toedienen van doping bij zijn eigen spelers, het omkopen en/of drogeren van tegenstanders. Behalve de omkoping rond het duel met Valenciennes zou geen van de andere beschuldigingen kunnen worden bewezen, maar het gaat zeker niet alleen om Eydelies woord tegenover dat van Tapie. Meerdere spelers en coaches hebben sindsdien soortgelijke verhalen verteld.

ONDERSTEUNENDE VERKLARINGEN

De Ierse international Tony Cascarino bevestigde het gebruik van injecties voor wedstrijden. Hij had meermaals een spuitje in zijn onderrug gekregen. Wat er in die spuiten gezeten had, kon hij niet vertellen, maar wel dat hij zich direct daarna ijzersterk voelde. Rangers’ aanvaller Mark Hateley kon dan weer een omkooppoging voorleggen. Voor het groepsduel tegen OM was hij door een Franstalig persoon benaderd om de wedstrijd met opzet te verliezen. Hij was niet op het aanbod ingegaan, maar miste vervolgens wel de wedstrijd vanwege een dubieuze rode kaart.

De beschuldiging van het drogeren van tegenstanders kwam wel volledig op het conto van Eydelie. In een duel met Spartak Moskou zou hij hebben gezien hoe de drinkbekers van de Russen waren geïnjecteerd met slaapmiddel, waardoor zij futloos aan de aftrap stonden. OM beleefde een makkelijk avondje en liep uit naar een 6-0 overwinning. Het zouden twee belangrijke punten blijken op weg naar de finale, want zonder deze zege was het niet Marseille, maar Rangers geweest, dat zich had weten te kwalificeren. Dat Tapie iets van plan was voor die wedstrijd werd ook in het kamp van de Moskovieten beweerd. Er zouden andermaal pogingen zijn ondernomen om de tegenstand af te kopen.

OM NU

Wat een dynastie had lijken te worden, viel van het ene op het andere moment van een voetstuk. De vijfde opeenvolgende titel – veiliggesteld in het gewraakte duel met Valenciennes – raakte ze kwijt en de club werd teruggezet naar het tweede niveau. Bovendien moest OM de wedstrijden om de Europese Supercup en de Wereldbeker aan zich voorbij laten gaan. Olympique krabbelde sindsdien wel weer op en behaalde in het machtsvacuüm tussen de dominantie van Lyon en PSG zelfs nog een keer de landstitel. Daarnaast bereikten les Olympiens driemaal de UEFA Cup-finale, maar die gingen alle verloren. Parma (‘99) en Atletico Madrid (2018) waren met 3-0 te sterk, terwijl Valencia het in 2004 met een doelpuntje minder moest doen: 2-0.

Hoewel PSG dit jaar voor het eerste kwetsbaar oogt, lijkt Marseille geen kanshebber om van deze geboden mogelijkheid te gaan profiteren. De Zuid-Fransen moeten zich vooralsnog met Rennes en Monaco op de vierde plek richten, achter PSG, Lille en Lyon.


Tapie vierde deze week zijn 78e verjaardag. Nadat het schandaal hem zijn grootste sportieve en politieke ambities had gekost, speelde hij – oh, the irony – een politieagent in de serie Commissaire Valence. Bij de oud-voorzitter werd enige tijd geleden kanker geconstateerd, waarvan hij vooralsnog niet genezen is. Toch wordt de gevallen voorzitter ondanks alles nog altijd door een deel van de aanhang op handen gedragen. Hij bracht de club naar ongekende hoogten, die sindsdien een utopie lijken te zijn geworden.

Kun je geen genoeg krijgen van Buitenlands voetbal, luister dan onze FC Buitenland Podcast! Onze eigen Jaron Blonk, ESPN-commentator Martijn van Zijtveld en Quincy Richardson bespreken in een uur tijd alles wat je moet weten over de vier grootste competities van Europa.