PARMA, HET WAREN TIEN GEWELDIGE JAREN

21 januari 2021 - 14:06

Door: Sander Grasman

In de voetbalgeschiedenis hebben vele teams de top weten te bereiken, maar lang niet allemaal slaagden zij erin daar te blijven. Hoe liep het af met de teams die van de rots kukelden? In deze serie gaan we op zoek naar de verhalen achter de vergane glorie en hoe het nu gaat met de clubs die ooit de trotse kampioenen waren. Met deze week Parma, ware cupfighters in de jaren ‘90, die helaas weer even snel verdwenen als dat ze gekomen waren.

SLAPENDE REUS

Als je opgegroeid bent in de jaren negentig met de topelftallen die Parma in die jaren voortbracht, dan zou je denken dat de Ducali altijd een hoofdrol hadden gespeeld in de Serie A. Toch was de promotie uit de Serie B in 1990 pas de eerste keer dat de club op het hoogste niveau terechtkwam. Decennialang was de Parmezaanse voetbalclub een slapende reus geweest. Het hertogdom was een rijke stad, zowel historisch, cultureel als monetair, maar had sinds de oprichting van Parma FC in 1913 in de krochten van het Italiaanse voetbal gebivakkeerd.

SACCHI

De kentering kwam toen halverwege de jaren tachtig een tamelijk onbekende, maar desalniettemin ambitieuze trainer zonder ervaring in de nationale top werd aangesteld als nieuwe coach van de Gialloblu. Dat een goede ruiter nooit een goed paard hoeft te zijn geweest, bewees Arrigo Sacchi in zijn twee seizoenen in Emilia-Romagna. Al met Parma hanteerde de kale oefenmeester zijn karakteristieke 4-4-2-formatie, waarmee hij gedurende zijn Milanese jaren de catenaccio-dictatuur in het Italiaanse voetbal zou doorbreken.

PARMALAT

Het ontluikende succes opende de ogen van een van de belangrijkste plaatselijke ondernemingen, zuivelgigant Parmalat. Zij besloten te gaan investeren in de club om deze zo naar de (inter)nationale top te brengen en de naamsbekendheid van het bedrijf te vergroten. Er kleefde echter ook een keerzijde aan Sacchi’s succes. Silvio Berlusconi had na een onderling duel in de beker het talent van de coach herkend en verraste vriend en vijand door de man zonder Serie A-ervaring naar Milaan te halen als de nieuwe coach van de Rossoneri.

NEVIO SCALA

Na het vertrek van Sacchi werd Zdenek Zeman gehaald, maar zijn verblijf in het Stadio Ennio Tardini zou van zeer korte duur blijken en ook diens opvolger Giampiero Vitali kwam niet verder dan twee seizoenen in de middenmoot van de Serie B. De volgende stap in de ontwikkeling van Parma zou pas gezet worden met de komst van Nevio Scala. Na op een lager niveau successen te hebben geboekt met Reggina, moest hij i Crociati vanaf 1989 definitief naar de Serie A gaan leiden. Hij slaagde daar met vlag en winpel in en onder zijn leiding zou de club zijn eerste gloriejaren beleven.

5-3-2

Scala stapte af van de 4-4-2 van Sacchi en introduceerde een 5-3-2 met een centraal blok en twee vleugelverdedigers die de hele flank bemanden. Voor de defensieve driemansmuur beschikte hij al bij zijn aanstelling over twee van de belangrijkste bouwstenen: Lorenzo Minotti en de man met de opvallend rode haardos, Luigi Apolloni. Na de promotie werd het driemanschap gecompleteerd met de aankoop van Belgisch international – en de Rode Duivel die Neerlands hoop op kwalificatie voor het WK’86 aan diggelen had gekopt – Georges Grün.

BROLIN

Als offensieve versterking kwam diezelfde zomer een Zweedse sensatie. De jonge Tomas Brolin stond nog pas een half jaartje onder contract bij IFK Norrköping, maar was onhoudbaar geworden voor die club, nadat hij grote indruk had gemaakt op het WK in de Laars. De iconische pirouettes die hij liet volgen op zijn doelpunten, zouden minder frequent zijn in het geelblauw van Parma dan in diezelfde kleuren van de nationale ploeg, maar in Parma werd hij dan ook meer als aangever voor de sterke en doeltreffende Alessandro Melli gebruikt. Melli was als zoon van een oud-speler een echte clubman. Hij maakte al op 17-jarige leeftijd zijn debuut voor de club, die op dat moment nog uitkwam in de Serie C.

WINGBACKS

Na een respectabel eerste seizoen in de Serie A, waarin een zesde plek en daarmee een ticket voor Europees voetbal werd behaald, vond Scala de flankspelers die hij zocht. Van Fiorentina werd de voormalig buitenspeler Alberto Di Chiara gehaald. De Italiaan was door de Braziliaanse trainer Sebastião Lazaroni bij Viola omgeturnd tot een aanvallend ingestelde back in de stijl van de legendarische Goddelijke Kanarie Djalma Santos. Voor de andere kant kwam Antonio Benarrivo over van Padova.

COPPA ITALIA

Op de ranglijst eindigden de Gialloblu een plaatsje lager dan in hun debuutseizoen, maar wel kon de eerste hoofdprijs in de clubgeschiedenis worden gevierd. In de Coppa Italia versloeg men achtereenvolgens Fiorentina, Genoa en regerend kampioen Sampdoria, waarna Juventus in de finale wachtte. Het zou niet de laatste keer zijn dat de beide clubs elkaar in een finale zouden treffen. Het eerste duel van dit tweeluik ging verloren door een benutte strafschop van Roberto Baggio, maar in eigen huis verraste Parma de Bianconeri. Goals van spits Melli en Marco Osio, een andere publiekslieveling die de opmars vanaf het derde niveau had meegemaakt, bleken voldoende voor de eerste trofee.

ASPRILLA

Dat Scala een trainer was die graag met een stevige, vaste kern speelde, is op te maken uit het feit dat er ondanks de stijgende lijn, weinig veranderde aan de samenstelling van het basiselftal. De elf die tijdens die eerste finale om de nationale beker hadden gespeeld, stonden een seizoen later namelijk ook in een Europese finale. Dat jaar bereikte de club de eindstrijd van de Europacup II. De kwalificatie daarvoor was wel in grote mate te danken aan een nieuw gezicht. De jonge Colombiaan Fausto Asprilla moest nog vaak op de bank beginnen, maar zijn twee treffers in het Vicente Calderón tegen Atletico Madrid stelden hun plek in de finale zeker.

EUROPEES SUCCES

De wedstrijd op Wembley tegen Royal Antwerp begon flitsend. Na elf minuten hadden beide ploegen al gescoord. Verdediger Minotti zette de Italianen uit een corner op voorsprong, maar een steekpass van Alex Czerniatynski stelde Cisse Severeyns al twee minuten later in staat de stand gelijk te trekken. Vanaf dat moment nam Parma het heft in handen. De Belgen hadden geen antwoord meer op de twee Italiaanse goals die volgden, een kopbal van Melli en een geplaatst schot van de ervaren middenvelder Stefano Cuoghi. Drie jaar na de promotie naar de Serie A hadden de parmigiani naast Italiaans zilverwerk ook al een eerste Europese beker te pakken.

ZOLA

Deze zomer besloot men wel wat meer te gaan investeren. Het middenveld en de aanval ondergingen een verjongingskuur. Gianfranco Zola moest met Asprilla de nieuwe voorhoede vormgeven. Middenvelder Massimo Crippa kon met de Sardijn in dezelfde trein stappen, want beiden kwamen over van Napoli. Gabriele Pin had als jongeling deel uitgemaakt van de gialloblu toen zij nog in de Serie C uitkwamen, maar was daarna teruggekeerd naar de club die hem had opgeleid, Juventus, en had daarna voor Lazio in de Italiaanse top gespeeld. Nu keerde hij terug naar het Ennio Tardini als gearriveerde speler. De veelzijdige en intelligente Argentijns international Roberto Sensini was de laatste nieuwkomer en moest wanneer nodig zowel de verdediging als het middenveld versterken.

EEN VERLOREN FINALE

Door de komst van Zola verdween Melli uit de basis en schoof Brolin een linie naar achter. Het bleek geen gelukkig huwelijk tussen de Zweed en zijn nieuwe positie en luidde indirect diens vertrek een jaar later in. Ondanks dat kende Parma een uitstekend seizoen. Het eindigde weer in de top vijf, won de Europese Supercup van Milan en bereikte andermaal de Europacup II-finale. Daarin bleek Arsenal echter te sterk. Dit keer had Minotti met een fout een belangrijke rol in het eindresultaat. Zijn misser werd keihard afgestraft door Arsenal-spits Alan Smith.

DE ANDERE BAGGIO

Een jaar later, in het seizoen ‘94-’95, bereikten de Ducali de derde opeenvolgende Europacup-finale, strijdde men lang mee om de Scudetto en ook in de nationale beker werd de finale weer behaald. In alle competities was de Oude Dame de grote rivaal. De ploeg van Marcello Lippi pakte de dubbel in eigen land, maar in de Europese finale nam Parma wraak. De aanvallende driehoek van Juventus, bestaande uit Roberto Baggio, Fabio Ravanelli en Gianluca Vialli kon eens het verschil niet maken. Het was Parma’s Baggio, controleur Dino – jeugdexponent van Torino en nota bene een jaar eerder overgekomen van Juve -, die met doelpunten in beide wedstrijden uitgroeide tot de grote man.

BLIK OP DE BALKAN

Tegen de wil van Scala in wenste de clubleiding een topspeler naar Parma te halen. Hun oog viel op Hristo Stoichkov. Voor een toentertijd astronomisch bedrag van €10 miljoen komt de Bulgaar over uit Catalonië. Dat Parmalat op dat moment ook bezig was een voet aan de grond te krijgen in Oost-Europa zal ongetwijfeld een rol hebben gespeeld in de transfer. Dat de Maradona van de Balkan niet past in Scala’s tactiek en ten koste moest gaan van de bewegingsvrijheid van Zola was van ondergeschikt belang.

GRENZELOZE AMBITIES

De nieuwe koers had ook te maken met een machtsverschuiving binnen Parmalat. Vader Tanzi, Calisto, had de teugels overgedragen aan zijn zoon Stefano. Voor de jongere Tanzi waren die nationale bekers en ‘tweederangs’ Europese prijzen niet meer genoeg. Er moesten scudetti en Champions League-successen volgen. Dit alles luidde het einde van Nevio Scala in dienst van Parma in. Met Stoichkov in de gelederen werd de coach’ laatste jaar geen succes. De zesde plek op de ranglijst en geen enkele finale maakte het een teleurstellend seizoen.

ANCELOTTI

Na het vertrek van de oude trainer ging in korte tijd ook de bezem door de selectie. Nadat Brolin een jaar eerder al was verkocht aan Leeds United, vertrokken nu binnen enkele maanden Minotti, wiens opvolger Fabio Cannavaro al klaarstond, Di Chiara, Pin, Asprilla en ten slotte ook nog Zola. Waar de ploeg onder Scala mondjesmaat veranderde, stond er in een oogwenk een volledig nieuwe selectie op papier. De nieuwe trainer, Sacchi-pupil Carlo Ancelotti, kreeg namelijk ook een lading aankopen tot zijn beschikking. Enrico Chiesa en een jonge Argentijnse spits die overkwam van River Plate, ene Hernan Crespo, moesten het nieuwe aanvalskoppel vormen. De bij Monaco opgepikte Lilian Thuram nam plaats naast Cannavaro in de verdediging. Bovendien was de talentvolle Gianluigi Buffon klaar om zijn plekje onder de lat in te nemen.

TOPPERS IN SPÉ

Ancelotti’s aanstelling betekende ook een terugkeer naar 4-4-2. Na een onzeker begin en nadat het stof rond alle transfers was neergedaald, stond er een prima – en bovendien zeer jonge en talentvolle – ploeg: Buffon; Zé Maria, Thuram, Cannavaro, Benarrivo; Stanic, Baggio, Sensini, Strada; Crespo, Chiesa. Destijds waren dat nog tamelijk onbekende gezichten, maar ze zouden niet lang nodig hebben om naam te maken. Kostbare gelijke spelen aan het eind van de rit, voorkwamen echter dat de Crociati Juventus van een nieuwe titel konden afhouden. De tweede plaats betekende wel een debuut in de Champions League en zo had Tanzi toch nog enigszins zijn zin.

DE GODDELIJKE PAARDENSTAART

Andermaal was de zucht van het moederbedrijf naar een grote naam funest voor de verstandhouding tussen de clubleiding en de coach. In het geval van Ancelotti was het de wens van Stefano Tanzi om die andere Baggio naar Parma te halen. Il Divino Codino, de Goddelijke Paardenstaart, eiste een plek achter de spits, maar die positie bestond niet in de door Ancelotti heilig geachte 4-4-2 en dus ging de deal niet door. De toorn van de Tanzi’s was gewekt en na een minder tweede seizoen ging de kop van de oud-Milanista er onverbiddelijk af.

MALESANI

Zijn vervanger Alberto Malesani keerde terug naar het ooit zo succesvolle 5-3-2. Sensini schoof weer eens een linie naar achter en met Paolo Vanoli en Diego Fuser werden er vleugelverdedigers gehaald met een zelfde profiel als Benarrivo en Di Chiara enkele jaren daarvoor gehad hadden. Met Juan Sebastian Veron werd bovendien het Argentijnse contingent versterkt. De middenvelder, zoon van een van de sterkhouders van Estudiantes’ spijkerharde team uit de jaren 70 – wat onder andere clashte met Happels Feyenoord -, was bijna even veelzijdig als zijn landgenoot Sensini en kon op alle posities in de middenlinie uit de voeten.

PARMALAT IN DE PROBLEMEN

Malesani’s eerste seizoen zou tegelijkertijd het meest succesvolle zijn uit het bestaan van de club, als het begin van het einde ervan inluiden. Terwijl de sportieve prestaties de fans in vervoering brachten, pakten zich donkere wolken samen boven het hoofdkantoor van Parmalat. De scudetto kon ook dit jaar niet bemachtigd worden, maar de vierde plek was wel goed voor een nieuwe kwalificatie voor de Champions League. Het succes lag vooral weer in de bekertoernooien. Zowel de Italiaanse beker als de UEFA Cup konden dat jaar aan de prijzenkast worden toegevoegd.

HYBRIS

De finale met Olympique Marseille was een treffen tussen twee teams die ooit allebei aan dezelfde hybris ten onder zouden gaan. Voor de Fransen was dat een episode uit het zwarte verleden, voor Parma lag het ergste nog in het verschiet. Die avond was dat dus nog toekomstmuziek voor de mannen van Malesani en op overtuigende manier wisten ze ten koste van OM de Uefa Cup op te eisen. Doelpunten van Crespo, Vanoli en Chiesa verzekerden de Italianen van de derde Europese beker in tien jaar topvoetbal in Parma.

UITVERKOOP

Maar zoals gezegd ging het financieel slecht met de eigenaren van de club. Eén voor één moesten de sterspelers verkocht worden. De enorme bedragen deden de kassa’s in Parma flink rinkelen, maar in 2003 bleek het allemaal toch nog niet genoeg te zijn. Malversaties binnen Parmalat – Calisto Tanzi werd veroordeeld tot 17 jaar voor fraude – kostten niet alleen het bedrijf de kop, maar daarmee kwam ook een einde aan de succesjaren van de club. Parma was gedoemd tot jaren in de middenmoot, met zelfs een kort uitstapje naar de Serie B, tot in 2015 de club definitief failliet ging en teruggezet werd naar de amateurs.

TERUGKEER

Onder de nieuwe naam S.S.D. Parma Calcio 1913 maakte de club een herstart in de Serie D. Oude bekende Nevio Scala trad aan als voorzitter en Luigi Apolloni werd aangesteld als de coach. De 9.000 seizoenskaarten die men verkocht betekende een verdubbeling van het vorige record in de Serie D. In dat eerste seizoen won Parma ongeslagen de titel en promoveerde naar de Lega Pro. Nog twee opeenvolgende promoties, een unicum in het Italiaanse voetbal, resulteerde in een terugkeer naar de Serie A, slechts drie jaar nadat de ploeg was teruggezet naar de amateurs. Afgelopen jaar kwam de club weer in vermogende handen, toen het Amerikaanse Krause Group 90% van de aandelen kocht. Of dit moederbedrijf de successen van Parmalat zal kunnen evenaren, valt te bezien, maar de club staat er in ieder gevaal aanmerkelijk beter voor dan 5 jaar geleden.

Kun je geen genoeg krijgen van Buitenlands voetbal, luister dan onze FC Buitenland Podcast! Onze eigen Jaron Blonk, FOX Sports-commentator Martijn van Zijtveld en Quincy Richardson bespreken in een uur tijd alles wat je moet weten over de vier grootste competities van Europa.