TBT – Leeds United, jojoën in Yorkshire

14 januari 2021 - 12:42

Door: Sander Grasman

In de voetbalgeschiedenis hebben vele teams de top weten te bereiken, maar lang niet allemaal slaagden zij erin daar te blijven. Hoe liep het af met de teams die van de rots kukelden? In deze serie gaan we op zoek naar de verhalen achter de vergane glorie en hoe het nu gaat met de clubs die ooit de trotse kampioenen waren. Vandaag stappen we in de achtbaan die Leeds United heet en bestuderen we hun hoge pieken en diepe dalen.

TERUGKEER IN 2020

Afgelopen zomer keerde Leeds United eindelijk terug op het hoogste niveau. Onder de ondoorgrondelijke manager Marcelo Bielsa werd na 16 jaar de terugkeer naar de Premier League bewerkstelligd. Het was de langste periode dat de ploeg uit West-Yorkshire verstoken was gebleven van voetbal in de hoogste divisie. De honderd-en-een-jarige historie van de club wordt gekenmerkt door heen en weer pendelen tussen het eerste en tweede niveau, met een sporadische uitschieter naar beneden. In twee van hun verblijven in de Premier League (of haar voorganger tot 1992, de First Division) wist Leeds de top te bereiken en onder de Argentijn zal men hopen dat daar een derde succesperiode aan kan worden toegevoegd.

RUGBY-HEARTLAND

De eerste veertig jaar van Leeds Uniteds bestaan was men in de omgeving meer gericht op de plaatselijke rugby-trots dan de voetballende tegenhanger. Zelfs de aanwezigheid van de Welshe wonderspits John Charles, die later furore zou maken in het shirt van Juventus, bracht de club nooit verder dan een vijfde plek op de ranglijst. In financiële problemen en met een dreigende degradatie naar de Third Division stond de club er niet bepaald florissant voor aan het begin van de jaren 60. De aanstelling van een nieuwe (player-)manager zou de kansen doen kantelen. De keuze voor Don Revie bleek namelijk een schot in de roos.

REVIE

Revie bracht de club in de 13 jaar dat hij aan het roer stond van een provincieclub naar de Europese top. In 1961 werd hij op 33-jarige leeftijd player-manager bij de club en de jonge, onervaren trainer haalde stevig de bezem door de organisatie. Zelfs de kleuren van de tenues werden veranderd, namelijk in het maagdelijk wit van Real Madrid. Of dit ook daadwerkelijk geïnspireerd was op de Madrileense club – Revie was idolaat van de speelwijze van de Koninklijken in de tijd van Ferenc Puskas, Alfredo Di Stefano en Raymond Kopa – of dat de beslissing meer van pragmatische aard was, blijft voer voor discussie. Het wit maakte de spelers van Leeds simpelweg makkelijker herkenbaar, zou clublegende Jack Charlton later verklaren.

JEUGDOPLEIDING

Een andere innovatie die Revie doorvoerde was het opzetten van een eigen jeugdopleiding. Deze academie zou Leeds United geen windeieren leggen. Latere internationals als Norman Hunter, Paul Madeley, Terry Cooper, Peter Lorimer en Eddie Gray maakten de stap van de jeugdploegen naar het eerste en gedurende de gloriejaren zouden zij – samen met de aanwezige sterren Billy Bremner en Charlton – een belangrijke rol vervullen. Bovendien moesten de jeugdploegen dezelfde tactiek hanteren als de eerste selectie, waardoor de alumni eenvoudig konden worden ingepast in de hoofdmacht.

MANIAKALE PRECISIE

Hier houden de vernieuwingen van Revie echter nog niet op. Ook wat betreft wedstrijdvoorbereidingen had hij een progressieve kijk. Van tegenstanders hield hij hele dossiers bij en op hun beurt stoomde hij zijn eigen spelers zeer nauwgezet klaar voor aankomende confrontaties. Zijn werkwijze grensde aan het maniakale. Hij schreef zijn spelers voor wat ze moesten eten en drinken, verplichtte hen in volledig pak naar officiële gelegenheden te komen, maar organiseerde ook feesten voor de gehele selectie en de spelersvrouwen om het moraal hoog te houden. Dit alles had tot resultaat dat de club binnen korte tijd niet alleen promoveerde naar de First Division, maar zelfs halverwege de jaren zestig al meedeed om het landskampioenschap en daarnaast in Europa actief was.

DIRTY LEEDS

Dit bereikten de noorderlingen niet zonder enkele vijanden te maken. De club had een reputatie van fysiek spel, dat meer dan eens over de grens van het toelaatbare ging. Het leverde hen de bijnaam ‘Dirty Leeds’ op. Ze speelden enkele wedstrijden die tot op de dag van vandaag berucht zijn om het harde spel en de vele opstootjes. Teams als Manchester United, Everton en Chelsea konden in die tijd het bloed van de mannen uit Yorkshire wel drinken. Rivalen genoten er dan ook van dat Leeds United die eerste jaren aan de top steeds naast het zilverwerk greep. Dankzij nederlagen in finales en halve finales van niet alleen de FA Cup, maar ook de Jaarbeursstedenbeker (een soort voorloper van de UEFA Cup) bleef de club lange tijd met lege handen achter.

EINDELIJK PRIJZEN

De eerste hoofdprijs voor Revie volgde uiteindelijk in ‘68 met zowel een overwinning in de League Cup als in de Jaarbeursstedenbeker. Het vormde de opmaat voor een bijzonder succesvolle periode. Een jaar later behaalde Leeds immers het landskampioenschap en er zouden al snel een FA Cup, een Charity Shield, een tweede Jaarbeursstedenbeker en zelfs nog een tweede titel volgen. Daarna vertrok Revie om als bondscoach aan de slag te gaan en werd hij opgevolgd door Brian Clough, die een notoir criticaster was van Revies aanpak en wiens verblijf op Elland Road uitliep op een chaos.

EUROPA

Waar Clough er later wel in zou slagen om met Nottingham Forest een Europa Cup I te winnen, kwam Revie met Leeds niet verder dan de halve finale in 1970. In het eerste treffen tussen de Britse en Schotse kampioen bleek het Celtic van de illustere Schotse manager Jock Stein te sterk. Het feit dat de Engelsen nog op drie fronten meededen en een uitermate zwaar programma kenden in aanloop naar de twee duels met Celtic zal zeker niet geholpen hebben. Vooral de FA Cup finale tegen Chelsea op het door de ‘Horse of the Year Show’ onbespeelbaar gemaakte veld van Wembley had erin gehakt. Na de zege op Leeds moesten de Schotten het uiteindelijk in de finale afleggen tegen het Feyenoord van Ernst Happel.

44-DAY-ITCH

Nadat Clough na 44 dagen de deur van Elland Road achter zich dichttrok, werd hij opgevolgd door Jimmy Armfield, een voormalig aanvoerder van de nationale ploeg. Onder zijn leiding bereikte Leeds niet meer de toppen zoals in de tijd van Revie, maar toch wist hij de club in het linkerrijtje van de First Division te houden. Na zíjn vertrek, en nadat na hem ook oud-Celtic-baas Jock Stein alweer na 44 dagen als manager van de club opstapte, ging het echter snel bergafwaarts en het zou tot de jaren negentig duren voordat de club op het oude niveau kwam. Terwijl de ploeg in ‘88 nog 21e werd in de Second Division, werd amper twee jaar later met het kampioenschap promotie afgedwongen.

McALLISTER

Andermaal had Leeds weinig tijd nodig om van promovendus tot titelpretendent uit te groeien. Gordon Strachan was in ‘89 het team komen versterken en hij bleek precies datgene wat de ploeg nodig had. Vinnie Jones zorgde achterin voor het nodige gooi- en smijtwerk, net als de plaatselijke favoriet David Batty een linie voor hem. Op de vleugel creëerde Gary Speed met zijn snelheid gevaar. De promotie in 1990 was het signaal om nog meer te investeren in nieuw spelersmateriaal. Keeper John Lukic werd de eerste aankoop van een miljoen pond, maar vooral de van Leicester City overgekomen Gary McAllister zou een belangrijke rol spelen in de verdere ontwikkeling van de ploeg. Met zijn komst werd het middenveld van de ervaren Strachan en de twee jonkies Speed en Batty gecompleteerd.

HET LAATSTE PUZZELSTUKJE

Het eerste jaar in de First Division had de 30-jarige spits Lee Chapman de ploeg voornamelijk van doelpunten moeten voorzien. Hij bleek uitstekend in staat om de voorzetten van Speed of de vrije trappen en corners van McAllister binnen te werken, maar men kon nog wel wat creativiteit voorin gebruiken. In Frankrijk diende zich plots een buitenkansje aan. Bij Olympique Nîmes kon men voor een betrekkelijk laag bedrag een controversieel talent oppikken. De jonge Fransman had in een wedstrijd uit frustratie de bal naar een scheidsrechter gegooid en werd daarop een maand geschorst. Na de uitspraak van de arbitragecommissie maakte de jonge Marseillenaar de leden ervan één voor één uit voor idioot en besloot ter plekke te stoppen met voetballen. 

CANTONA

Leeds bood echter een uitweg en zo vertrok Eric Cantona in januari van ‘92 uit zijn thuisland. Hoewel Cantona dus pas halverwege het seizoen kwam, was zijn komst precies wat de club kon gebruiken om de concurrentie van het lijf te houden. Hij werd door coach Howard Wilkinson aanvankelijk voorzichtig gebracht als supersub, maar was al snel niet meer weg te denken uit het elftal. Een wedstrijd voor het einde van de competitie was Leeds niet meer in te halen en kroonde men zich voor het eerste sinds de dagen van Don Revie tot kampioen van Engeland.

VERVAL

Met zijn doelpunten en assists had Cantona vanaf zijn eerste dag in Yorkshire indruk gemaakt, maar zijn verblijf daar zou kort blijken. Nog geen jaar na zijn komst (in het inaugurele seizoen van de Premier League die ondertussen de First Division was komen vervangen) verliet hij Leeds om te tekenen voor een van hun rivalen, Manchester United – nota bene de ploeg met wie het jaar ervoor een verbeten titelstrijd had uitgevochten. Niet alleen wist men niet de titel te prolongeren, Leeds eindigde zelfs op een teleurstellende 17e plek en won het hele seizoen geen enkele uitwedstrijd, nog altijd een unicum voor een uittredend kampioen.

COUNTERVOETBAL

Het bleek een eenmalig uitglijder te zijn en de komende jaren bleef de ploeg meedraaien in de top van Engeland. Daarvoor viel het jarenlang wel terug op ultradefensief spel, met de Zuid-Afrikaanse verdediger Lucas Radebe als uitstekend slot op de deur. Het was de taak van onze landgenoot Jimmy Floyd Hasselbaink om vervolgens de counters om te zetten in doelpunten. De hoofdmacht was misschien niet geweldig om naar te kijken, maar in de jeugd werd er hard gewerkt aan een nieuwe gouden generatie.

EIGEN KWEEK

De belangrijkste exponenten van die jonge groep spelers waren de Australiër Harry Kewell, Alan Smith en Jonathan Woodgate. Zij werden aangevuld met talentvolle aankopen als Rio Ferdinand, Lee Bowyer, Alf-Inge Håland, de slanke Benny Hill-look-a-like Mark Viduka en tenslotte Robbie Fowler. Jarenlang eindigde de ploeg in de top 5 van de Premier League, maar dat succes bleek tegen een hoge prijs behaald. De club balanceerde op de rand van een faillissement en moest haar belangrijkste spelers gaan verkopen om het hoofd boven water te houden. Daar kon zelfs een halve finale-plaats in de Champions League van 2000-’01 geen verandering in brengen.

TORENHOGE SCHULDEN

De schuld van de club liep in 2004 op tot 100 miljoen en er was geen redden meer aan. Dure aankopen van weleer en gekoesterde jeugdproducten moesten voor bodemprijzen worden verkocht en ook de rechten van het stadion moesten van de hand worden gedaan. Het elftal werd zo volledig beroofd van het talent en de degradatie aan het eind van het seizoen 2003-’04 was het onvermijdelijke gevolg van financieel wanbeleid. Zonder de inkomsten van de Premier League ging het van kwaad tot erger en Leeds zakten steeds verder weg op de voetbalpiramide. 

ITALIAANSE HANDEN

De noodlijdende club ging binnen een tiental jaren meermaals van eigenaar op eigenaar tot de Italiaan Andrea Radrizzani in 2017 Leeds United overnam van zijn landgenoot Massimo Cellino. Bovendien kocht hij ook de rechten van het stadion terug. De Italiaanse zakenman had duidelijk grootse plannen met de club, maar in het eerste seizoen, waarin hij twee managers versleet, kwam er nog weinig van terecht. Daar kwam verandering in, toen in 2018 een Argentijn werd aangesteld wiens maniakale werkwijze wel iets wegheeft van die van Revie in het verleden, Marcelo Bielsa.

BIELSA

De Argentijnse inspirator van onder andere Pep Guardiola en Mauricio Pochettino hanteert een even strikte discipline als Revie, maar hij is ook een tactisch meester en bovendien een coach die zijn spelers beter maakt. Net als Revie jaren geleden voerde ook Bielsa vele veranderingen door. Hij eiste dat er een sintelbaan om het trainingsveld werd aangelegd, er moesten slaapgelegenheden voorzien worden voor spelers die instortte na zijn intensieve trainingsarbeid, etc. Radrizzani voldeed aan al de eisen van zijn nieuwe coach. 

PREMIER LEAGUEEl Loco betaalde het vertrouwen terug en bouwde een fundament dat zelfs een eerste mislukte poging in de playoffs om promotie kon doorstaan. Bij de tweede poging was het raak. Na twee seizoenen in de First Division dwong de club afgelopen zomer promotie af en het begin van het huidige seizoen was hoopgevend. Wat mogen we in de nabije toekomst van de ploeg uit Yorkshire verwachten? In eigenzinnigheid doet Bielsa enigszins denken aan Cantona, waarmee hij al een paar keer schepen achter zich verbrand heeft, maar het huwelijk met Leeds is tot dusver echter een succes. Al vaker werd er getwijfeld of de coach’ romantische kijk op voetbal bestand was tegen de harde werkelijkheid van de First Division of de macht van het grote geld in de Premier League. Die eerste horde is genomen en nu maken de Argentijn en heel Leeds zich op om ook die tweede te slechten. De neutrale kijker zal hoe dan ook kunnen genieten van wedstrijden van Leeds dit seizoen.

Kun je geen genoeg krijgen van Buitenlands voetbal, luister dan onze FC Buitenland Podcast! Onze eigen Jaron Blonk, FOX Sports-commentator Martijn van Zijtveld en Quincy Richardson bespreken in een uur tijd alles wat je moet weten over de vier grootste competities van Europa.

Foto’s komen van https://www.soccratesimages.com/soccrates/home