Toen Super Depor het liet stormen in Riazor

11 december 2020 - 14:46

Door: Sander Grasman

In de voetbalgeschiedenis hebben vele teams de top weten te bereiken, maar lang niet allemaal slaagden zij erin daar te blijven. Hoe liep het af met de teams die van de rots kukelden? In deze serie gaan we op zoek naar de verhalen achter de vergane glorie en hoe het nu gaat met de clubs die ooit de trotse kampioenen waren. Deze week schijnen we ons licht op Super Depor: de succesperiode rond de eeuwwisseling van Deportivo La Coruña.

LENDOIRO

Afgelopen dinsdag vierde Deportivo La Coruña haar 94-jarige bestaan. Waar de club nog niet zo lang geleden vloog, strompelt het tegenwoordig zoals het een ouwe dibbes van die leeftijd betaamt. De kans dat het eeuwfeest gevierd zal worden op het hoogste niveau lijkt met het jaar kleiner te worden. Toch is het niet zo heel lang geleden dat Los Blanquiazules een gevreesde opponent waren in de Champions League. Clubs als Barcelona, Real Madrid, Milan en Manchester United trokken in die tijd met knikkende knieën naar het Riazor. Hoe kon een club uit het kleine A Coruña zo hoog reiken en hoe konden ze ook weer even snel wegvallen? Dat eerste was vooral te danken aan één man: Augusto César Lendoiro.

NAKEND FAILLISSEMENT

In haar lange geschiedenis kwam Deportivo tot 1990 maar sporadisch uit in La Liga. Op een korte succesperiode in de jaren ‘40 en ‘50 na, werden de meeste seizoen in de tweede divisie doorgebracht. In de zomer van 1988 dreigde een torenhoge schuld zelfs het voortbestaan in gevaar te brengen. Dat was het moment waarop de plaatselijke zakenman Lendoiro in de club stapte. Hij begon de schuld weg te werken en in één moeite door te bouwen aan een elftal dat de club terug naar het hoogste podium moest brengen.

IGLESIAS

De tactische architect van het team werd de ervaren coach Arsenio Iglesias. De Tovenaar van Arteixo, zoals de bijnaam van Iglesias luidde, had al meerdere malen aan het roer gestaan bij de club en kende deze dus maar al te goed. Nu met de nieuwe investeerder erbij kreeg hij daarnaast de nodige armslag om aan een selectie te bouwen. Het eerste goede teken aan de wand was een succesvolle bekercampagne in het seizoen direct na Iglesias’ terugkeer. Hoewel de club dat jaar al de halve finale van de Copa del Rey bereikte, moest men nog enige tijd geduld hebben voor de promotie.

PROMOTIE

Nadat in 1991 die promotie dan eindelijk wel was afgedwongen en er daarmee een einde kwam aan bijna 20 jaar in de tweede divisie, werd er flink geïnvesteerd in de selectie. Van respectievelijk Barcelona en Real Madrid kwamen de ervaren Luis Lopez Rekarte en Adolfo Adana over, terwijl de Braziliaanse internationals Bebeto en Mauro Silva werden verleid tot een Europees avontuur. In Paco Liaño beschikte de club vanaf 1991 bovendien over één van de betere keepers van La Liga. Langzaam begon er een team vorm te krijgen dat mee kon doen om de prijzen. Na een moeilijk eerste jaar in La Liga, waarin pas in de playoffs het vege lijf werd gered, maakte Depor reeds in het volgende seizoen de sprong naar de top drie.

CRUYFF’S DREAMTEAM

In de Catalaanse hoofdstad stond Johan Cruijff op dat moment aan het hoofd van het zogenaamde ‘Dream Team’. In ‘94 bereikten de blaugrana de finale van de Champions League, maar in eigen land moesten ze tot op de laatste speeldag in de achtervolging op Deportivo. In die laatste wedstrijd hadden de Noord-Spanjaarden alles in eigen hand. Een zege op Valencia in het eigen Riazor zou genoeg zijn voor de eerste titel uit haar bestaan. Bij rust leek er nog geen enkel vuiltje aan de lucht. Ondanks dat het in A Coruña nog 0-0 stond, was de 1-2 voorsprong van Sevilla in Camp Nou een fijne opsteker.

PENALTYTRAUMA DEEL I

In de tweede helft kwam Barça echter op stoom, terwijl de koploper aan het bezwijken was onder de druk. Dankzij goals van Hristo Stoichkov, Romario, Michael Laudrup en de kleine Bask José Mari Bakero mochten de Catalaanse supporters viermaal juichen in die tweede helft, maar dat alles leek ongedaan gemaakt te worden, toen Depor een penalty kreeg in de blessuretijd. Mocht die benut worden, dan was het pleit beslecht, maar de vaste nemer, Donato, was inmiddels gewisseld en clubtopscorer Bebeto had een week eerder gemist en liet deze aan zich voorbijgaan. Dat legde de druk op de schouders van de Servische aanvoerder Miroslav Djukic. De aanloop liep al niet over van het zelfvertrouwen en zijn inzet kon dan ook makkelijk gestopt worden. Cruijff en co waren weer kampioen en Depor droop af.

WRAAK OP VALENCIA

In 2011 kwam aan het licht dat de spelers van Valencia een bonus in het vooruitzicht zouden hebben gekregen van de Catalanen, mochten ze erin slagen om Depor van de titel te houden. Het zou de blijdschap van de verder uitgespeelde Valencianen na de gemiste strafschop verklaren. Een jaar later al kregen de Galiciërs kans op wraak. Beide clubs troffen elkaar toen namelijk in de finale van de Copa del Rey. Nadat de wedstrijd in eerste instantie werd afgeblazen vanwege hevige regenval, versloeg Depor Valencia in de herkansing met 2-1 en kon zo de eerste beker in de prijzenkast zetten.

IRURETA

Na het vertrek van Iglesias, die in 1995 met pensioen ging, maakte Deportivo La Coruña een mindere periode door. Buitenlandse managers als John Toshack en de Braziliaanse Carlos Alberto Silva leverden geen successen op, maar Los Blanquiazules leefden weer op met de komst van Javier Irureta. De Baskische coach had een jaar daarvoor een kunststukje geleverd met Celta de Vigo, waarmee hij zelfs enkele plaatsen hoger was geëindigd dan het sterker geachte Depor, en was bovendien uitgeroepen tot coach van het jaar. 

DEPORS MIDDENVELD

De basis voor de elftallen van Irureta was een driehoek op het middenveld van twee ‘pivots’ en een vooruitgeschoven spelmaker. Met spelers als Mauro Silva, Donato, Djalminha, Flavio Conceição en Fran beschikten Depor in die jaren over bijzonder begaafde middenvelders. Voor hen moesten klinische afmakers voor de doelpunten zorgen. De perfecte invulling voor die rol vond men in een Wijchenaar op Tenerife. Roy Makaay had sinds zijn vertrek bij Vitesse op het vakantie-eiland zijn reputatie in het Spaanse voetbal gevestigd. De aankoop van het latere fantoom bleek een voltreffer.

EINDELIJK KAMPIOEN

Bij zijn debuut maakte Makaay een hattrick en hij zou niet meer stoppen met scoren. Hij zou dat seizoen eindigen met 26 goals en was daarmee van essentieel belang in de richting van de clubs eerste titel. Hoewel het tot het slot van de competitie spannend bleef, kon Depor in de laatste speelrondes weglopen bij concurrent Barcelona en eindigden ze uiteindelijk zelfs met vijf punten voorsprong op de nummer 2. Geen zenuwslopende kampioenswedstrijd kon dit keer roet in het eten gooien.

VERSTERKINGEN

Na de titel probeerde Lendoiro en Irureta de selectie zelfs nog te verbeteren. Van het gedegradeerde Atletico Madrid kwam Juan Carlos Valeron over, terwijl er andermaal bij een eilandclub een doeltreffende spits werd gevonden: Diego Tristan. De twee nieuwe aankopen wisten zich al snel verzekerd van een basisplaats, maar dat ging wel ten koste van twee voormalige sterkhouders. Waar Djalminha soms zelfs veroordeeld werd tot de bank, moest Makaay opereren in de schaduw van Tristan, waarbij zijn doelpuntenaantal verschrompelde.

CENTENARIAZO

Met Valeron en Tristan op de plaatsen van Djalminha en Makaay bleef de club goed presteren, maar het kampioenschap kon niet geprolongeerd worden. Wel haalde Depor de bekerfinale, waarin het jarige Real Madrid wachtte. Dat de 100-jarige club de 100e editie van de nationale beker zou winnen, leek niemand te betwijfelen. De festiviteiten stonden al in de startblokken, maar de champagne kon al weer snel de koelkast in. Middenvelder Sergio en Tristan hadden voor rust het Bernabeu al stil gekregen. Daar kon de aansluitingstreffer van Raul na een klein uur spelen niks meer aan veranderen.

CL-KWARTFINALE VAN 2004

Die tweede beker zou voorlopig de laatste hoofdprijs voor Deportivo zijn. Al kwam men in 2004 nog pijnlijk dichtbij. In de kwartfinale van de Champions League werd het Milan van Carlo Ancelotti geloot. De opstelling van de Milanezen leest als een ode op het voetbal uit die tijd: Dida; Pancaro, Maldini, Nesta, Cafú; Seedorf, Pirlo, Gattuso; Kaká; Tomasson (die Inzaghi verving), Shevchenko. Na een Spaanse voorsprong in San Siro wisten de Italianen een geweldige uitgangspositie te realiseren. De 4-1 leek schier onmogelijk goed te maken. Een doelpunt van Walter Pandiani in de vijfde minuut van de terugwedstrijd maakte de intenties van de thuisclub in Riazor echter meteen duidelijk.

MILAN OP DE PIJNBANK

Lang bleef het bij dat ene doelpunt, tot Dida bij een hoge voorzet de fout inging. De doorgeglipte bal kon makkelijk door Valeron binnengekopt worden. Nog geen tien minuten later lag ook de derde goal binnen en waren de Spanjaarden op basis van het uitdoelpunt gekwalificeerd voor de halve finale. Er kwam een ander Milan uit de kleedkamers, maar het mocht niet meer baten. Omdat Depor ook op de aanval bleef spelen ontstond er een prachtig schouwspel, al leverde al die aanvalslust slechts één doelpunt op. Kind van de club Fran was na rust ingevallen voor de latere Ajacied Alberto Luque en uitgerekend deze invaller legde de wedstrijd in zijn definitieve plooi: 4-0.

PENALTYTRAUMA DEEL II

Met een unieke inmaakpartij van Milan op zak en Monaco, Chelsea en Porto als resterende opponenten werd er in A Coruña gedroomd van meer. Het goed georganiseerde Porto van een jonge José Mourinho bleek echter een geduchtere tegenstander dan vooraf mogelijk verwacht. Toch leek de 0-0 in het Estádio do Dragão in eerste instantie de opmaak voor een nieuw feest in Galicië. De Portugese defensie bleek die vierde mei van 2004 echter niet te breken. Omdat Porto op haar beurt ook niet veel wist te creëren leek men op verlenging af te stevenen, tot de bezoekers een penalty toegewezen kregen. Derlei schoot de bal binnen en daarmee de Spaanse dromen aan gort.

CLUB IN VERVAL

Hierna volgden vooralsnog weinig hoogtepunten voor Depor. Achteraf gaf Lendoiro aan dat hij spelers eerder had moeten verkopen. Feit is dat de gouden generatie die de club aan het begin van dit millennium zo veel succes bracht, nooit vervangen werd en de club steeds verder wegzakte op de ranglijst. Men ging van middenmoter naar degradatiekandidaat en van jojo-club tussen het eerste en tweede niveau naar derde divisionist. Inmiddels moet de club het in de Segunda B zelfs opnemen tegen Celta B. 

Tussen 1992 en 2004 eindigde Super Depor in 9 van de 12 seizoenen in de top 3, kroonde het zich eenmaal tot kampioen en werd de beker tweemaal gewonnen. Of men dit niveau ooit nog zal benaderen valt te betwijfelen, maar het is een gouden periode waarop men nog lang trots mag zijn in A Coruña.

Kunt je geen genoeg krijgen van Buitenlands voetbal, luister dan onze FC Buitenland Podcast! Onze eigen Jaron Blonk, FOX Sports-commentator Martijn van Zijtveld en Quincy Richardson bespreken in een uur tijd alles wat je moet weten over de vier grootste competities van Europa.