Toen Stade de Reims bijna de beste was

19 november 2020 - 16:59

In de voetbalgeschiedenis hebben vele teams de top weten te bereiken, maar lang niet allemaal slaagden zij erin daar te blijven. Hoe liep het af met de teams die van de rots kukelden? In deze serie verhalen achter de vergane glorie en hoe het nu gaat met de clubs die ooit de trotse kampioenen waren. Vandaag duiken we in de rijke historie van de club waar Kaj Sierhuis tegenwoordig voor uitkomt: Stade de Reims.

Door: Sander Grasman

BILLY AITKEN

Bijna een jaar geleden trok Kaj Sierhuis van FC Groningen naar Stade de Reims. Niet bepaald een transfer waarvoor de kranten de persen zullen stoppen. De nieuwe club van de Jong Oranje-spits keerde pas in 2018 terug op het hoogste Franse niveau. Toch had het in het verleden zomaar anders kunnen lopen voor de Rémois. Wat als ze in 1955 de eerste finale van de Europa Cup I wel hadden weten te winnen van de Koninklijken uit Madrid?

Zoals zo veel Franse clubs in de eerste helft van de 20e eeuw zocht ook Stade de Reims in het begin van haar bestaan het trainersheil aan de andere kant van het kanaal. Met de Schot Billy Aitken aan het roer won men in 1935 het Championnat de France, het amateurkampioenschap, waarna de Noord-Fransen ervoor kozen om de sprong in het professionele diepe te wagen. Dat moesten ze dan wel doen zonder Aitken, die inmiddels was vertrokken naar Olympique d’Antibes. 

HENRI ROESSLER

Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog onderbrak de opkomst van de nieuwbakken profclub, maar toen direct na de oorlog Henri Roessler werd aangesteld als de nieuwe coach van de club, werd die draad alweer snel opgepakt. Het eerste wat Roessler deed was enkele jeugdspelers overhevelen uit het tweede elftal. In Robert Jonquet, Roger Marche en Armand Penverne beschikte de club over enkele uitstekende verdedigende talenten. Gedrieën zouden deze spelers tot 160 interlands komen en de club vele successen brengen. De drie talentvolle verdedigers vormden namelijk de perfecte aanvulling op het al aanwezige aanvallende talent, namelijk de drie Pierres: Sinibaldi, Flamion en Bini, en het aanvallende talent dat later zou volgen. In 1949 kroonde de club zich voor het eerst in haar geschiedenis tot kampioen van Frankrijk.

BRAM APPEL

De start van de gloriejaren viel nagenoeg samen met de komst van een andere Nederlander naar het Stade Auguste-Delaune, Bram Appel. De Rotterdammer was gedurende de oorlogsjaren tewerkgesteld in Berlijn, waar hij zijn eerste stappen in het betaalde voetbal zette. Daar scoorde hij aan de lopende band namens Hertha Berlin. Nazi-kopstuk Heinrich Himmler was in die tijd zijn buurman. “Pas na die rotoorlog kreeg ik te horen waar Himmler verantwoordelijk voor was,” zou de aanvaller daar later over zeggen.

Het was voor Appel een geluk bij een ongeluk dat hij door de oorlog in een profcompetitie terechtkwam. Hij groeide door zijn carrière in Berlijn in eigen land wel uit tot een persona non grata. In Nederland was het amateurisme in die tijd namelijk nog heilig. Bondsvoorzitter Karel Lotsy en co moesten niks hebben van het professionalisme dat in de landen om ons heen langzaamaan in opkomst begon te komen. In 1953 zou Appel eigenhandig het Nederlands voetbal een stap dichter bij het profvoetbal brengen met het organiseren van de Watersnoodwedstrijd, een duel tussen Les Bleus en een Nederlands elftal dat voor het leeuwendeel bestond uit profs in den vreemde. De inkomsten van het duel kwamen ten goede aan de slachtoffers van de watersnoodramp van datzelfde jaar. 

Ondanks dat de KNVB hem eigenlijk geschorst had, werd Appel in aanloop naar de Olympische Spelen van 1948 in Londen op het allerlaatste moment opgeroepen voor het Nederlands Elftal. Oranje verloor daar in de eerste ronde op eervolle wijze van het thuisland. Pas na verlenging moesten de Nederlanders het hoofd buigen voor de Engelse amateurs. Appel kon met twee van de drie Nederlandse doelpunten terugkijken op een prima optreden.

ALBERT BATTEUX

Dat was ook buitenlandse clubs opgevallen. Het was uiteindelijk de regerend Frans kampioen Stade de Reims die de diensten van de Nederlandse aanvaller wisten binnen te hengelen. In zijn eerste seizoen slaagden Appel en zijn teamgenoten er niet in die eerste titel uit hun clubgeschiedenis te prolongeren, maar wel werd de nationale beker gewonnen. Late treffers van André Petitfils en het grote talent Francis Méano beslisten de finale in het voordeel van Reims.

Ondanks dat men al een titel op zak had, kwamen Les Rouges et blancs eigenlijk pas net op gang. Na het ontslag van Roessler in 1950 werd hij opgevolgd door middenvelder Albert Batteux, die zijn rol in het elftal zou gaan combineren met het trainerschap. Onder zijn leiding groeide de club uit tot één van de beste clubs van Europa. Dat was in grote mate te danken aan een talent dat Batteux zag spelen in een vriendschappelijke wedstrijd tegen SCO Angers. De jongeling was nota bene opgegroeid onder de rook van Reims, maar lange tijd leek zijn toekomst als  zoon van Poolse immigranten in de mijnen te liggen. Daar kwam verandering in, toen hij bij een ongeluk een vinger kwijtraakte. Dat maakte de weg vrij voor een professionele voetbalcarrière voor Raymond Kopa.

RAYMOND KOPA

Het is april 1951 als Kopa zich bij Batteux in de kijker speelt. Al de daaropvolgende zomer maakte hij de overstap. Voorin vormde hij al snel een uitstekend duo met Appel. Zij werden aangevuld door de nog altijd slechts 22-jarige Méano en twee andere jongens van Poolse afkomst: Jean (Janusz) Templin en Léon Glovacki. Nu de voorhoede bijna even sterk was als de al langere tijd indrukwekkende verdediging, werd het tijd voor de roodwitten om te oogsten.

In 1953 volgde de tweede titel voor de club. Reims scoorde dat seizoen de meeste goals in de Division 1, zoals de huidige Ligue 1 tot 2002 genoemd werd, en kreeg daarnaast de minste doelpunten tegen. Het kampioenschap leverde ze bovendien kwalificatie voor de Copa Latina op. Ook na hun eerste titel hadden ze mogen deelnemen aan deze Mediterrane voorloper van de Europa Cup I, maar dat werd destijds geen succes. Nu pakte het geheel anders uit. Na een krappe zege in de halve finale op het Spaanse Valencia, wachtte in de finale Milan met het illustere Zweedse aanvalstrio Gre-No-La: Gunnar Gren, Gunnar Nordahl en Nils Liedholm.

EUROPEES SUCCES

In het Estadio da Luz te Lissabon bleek Milan geen partij voor de Fransen. Die dag bewees Kopa voor het eerst op het Europese podium zijn waarde. Na een half uur spelen opende hij de score, terwijl hij een kwartier voor het laatste fluitsignaal de 3-0-eindstand op het bord zette. Tussendoor was het andermaal de jonge Méano die in een belangrijk duel een treffer liet aantekenen. Het zou tragisch genoeg diens laatste wedstrijd blijken te zijn. Samen met zijn zwager en oud-teamgenoot Antonio Abenoza kwam hij om het leven bij een auto-ongeluk.

Behalve zonder Méano moest de club het niet lang daarna ook zonder onze landgenoot Appel stellen. In 1954 kreeg hij de kans om als speler-trainer aan de slag te gaan in de Zwitserse competitie bij FC Lausanne-Sport. De twee werden vervangen door jeugdspeler René Bliard en aankoop Michel Hidalgo. Zij toonden al snel aan waardige vervangers te zijn. De jonge Bliard werd met 7 doelpunten voorsprong topscorer in Frankrijk. Blessures zouden zijn carrière echter flink dwarsbomen in de daaropvolgende jaren.

EUROPA CUP I

In 1955 gingen de verschillende, meer regionale bekercompetities op in één groot Europees clubtoernooi: de Europa Cup I. Niet alle landen zouden tijdens deze eerste editie vertegenwoordigd worden. De Engelse FA weigerde de eigen competitie te laten dwarsbomen door deze Europese gekkigheid en voorkwam deelname van landskampioen Chelsea. Ook het alom gerespecteerde Kispest Honvéd van Béla Gutmann en Ferenc Puskás sloeg de uitnodiging af.

Bij de laatste vier teams waren de Mediterrane landen goed vertegenwoordigd. Alleen de enige Britse inbreng, het Schotse Hibernian, kon op dat moment nog een Zuid-Europees feestje verstoren. Reims wist echter beide ontmoetingen te winnen en dwong zo een treffen met Real Madrid af. Voordat die finale gespeeld zou worden, bereikte slecht nieuws de Franse burelen. Sterspeler Kopa zou na de finale vertrekken naar de komende tegenstander.

JUST FONTAINE

Of dit nog een rol heeft gespeeld tijdens de finale zullen we nooit weten. De Fransen kregen genoeg kansen om de strijd naar zich toe te trekken. Bijna de gehele wedstrijd stonden zij op voorsprong. Na tien minuten was de marge zelfs twee. Het bleek niet genoeg te zijn. In de 67e minuut kwam Real langszij en een klein kwartiertje later namen de Madrilenen dan alsnog de leiding. Het zou de beslissing betekenen.

Het vertrek van Kopa resulteerde niet in de ondergang van de Rémois. In Just Fontaine haalde men een goede vervanger. Geboren en getogen in Marokko had hij in dat land ook zijn voetbaldebuut gemaakt. Daar toonde hij al op jonge leeftijd aan over een neusje voor de goal te beschikken. Hij kon imponerende statistieken voorleggen met 62 doelpunten in slechts 48 wedstrijden. In Frankrijk zette hij die lijn voort, eerst bij Nice en later dus in dienst van Stade de Reims. Met Jean Vincent en Roger Piantoni kreeg hij bovendien twee prima strijdmakkers ter ondersteuning.

LES BLEUS

In 1955 had Reims-coach Batteux ook de leiding over de nationale ploeg verkregen. Hij bleef deze functie met zijn werkzaamheden in Reims combineren. Zijn debuut leverde hem een Pyrrhus-overwinning op. Tegen de verwachting in wonnen de Fransen van Spanje, maar het betekende wel de Spaanse kennismaking met Kopa. Naar alle waarschijnlijkheid dwong zijn sterspeler daar al zijn latere transfer af. Toch is Batteux’ dienstverband bij de Franse bond voornamelijk een succes.

Met een groot aantal spelers van Reims in de gelederen (naast Jonquet, Penverne, Piantoni, Vincent en Fontaine ook nog keeper Dominique Colonna) maakte de Franse ploeg een bloeiperiode door. Op het WK ‘58 behaalde men zelfs een 3e plaats. Alleen een nederlaag tegen Pelé’s Brazilië – de spits scoorde een hattrick in deze halve finale – voorkwam een Franse zege. In de troostfinale werden de altijd sterke West-Duitsers verslagen. Fontaine scoorde dit toernooi 13 goals, wat tot op de dag van vandaag een record is.

REMATCH

Het seizoen na dat zo mooi verlopen WK maakten Real Madrid en Stade de Reims zich op voor een rematch. Naast de succesvolle campagne met de nationale ploeg kon men ook op een geweldig seizoen in eigen land terugkijken. Vooral dankzij de geweldige voorhoede werd de dubbel behaald. De Madrilenen waren op hun beurt op jacht naar hun vierde Europa Cup I op rij. Hoewel de ploeg in die finale Puskás moest missen, konden zij met Kopa, Alfredo di Stéfano en Paco Gento nog altijd een indrukwekkende voorhoede op de been brengen.

In Stuttgart keek Reims al vroeg tegen een achterstand aan en kwam die nooit meer te boven. De spelers die het hele jaar de ene na andere bal in het doel van de tegenstander hadden weten krijgen, bleven die avond met lege handen achter. De 2-0 van Di Stéfano gooide het duel definitief in het slot. Na de wedstrijd keerde Kopa terug naar het Stade Auguste-Delaune, maar ondanks dat men in eigen land bleef excelleren met twee titels (1960 en ‘62), kon de club Europees geen potten meer breken.

Wil je nog meer Buitenlands voetbal? Dat kan! Luister nu de FC Buitenland podcast met Jaron Blonk en Simon Cziommer die vooruitblikken op de EK-titelkansen van Duitsland