TBT – Deel I: Het Nottingham Forest dat geweest is…

05 november 2020 - 13:33

Door: Sander Grasman

In de voetbalgeschiedenis hebben vele teams de top weten te bereiken, maar lang niet allemaal slaagden ze erin daar te blijven. Hoe liep het af met de teams die van de rots kukelden? In deze serie duiken we in de verhalen achter de vergane glorie en zoeken we uit hoe het nu gaat met de clubs die ooit trotse kampioenen waren. Met vandaag deel één van een tweeluik over de voetbalstad Nottingham en de twee teams die deze stad vertegenwoordigen: Notts County en Nottingham Forest.

NOTTINGHAM

Wie aan Nottingham denkt, zal waarschijnlijk als eerste Robin Hood zeggen. Als diegene een voetballiefhebber is, zal die ook nog wel de naam van Forest kunnen reproduceren. Maar mocht die persoon vervolgens op de proppen komen met Notts County, dan heb je te maken met een connaisseur. De Britse Oude Dame is de laatste decennia namelijk ver afgegleden. Dat geldt eigenlijk in mindere maten ook voor hun rode buren, die eveneens al jaren in de lagere regionen vertoeven. Toch is er een tijd geweest dat beide ploegen meededen om de nationale prijzen en Forest zelfs Europees van zich deed spreken.

PROFVOETBAL

In de tweede helft van de 19e eeuw werd de roep vanuit Noord-Engeland om een professionele nationale competitie steeds sterker. In het zuiden, waar de bond resideerde en hoogopgeleide heren uit gegoede families de sport beoefenden, moesten ze daar echter lange tijd niks van weten. Professionaliteit zou de sport bezoedelen, vonden zij. En dus zagen zij amateurisme als het hoogste goed. Dat was een luxe die de arbeiders uit de industriesteden zich niet konden veroorloven. Als zij optimaal wilden kunnen trainen, hadden ze daar een zakcentje voor hun sportieve prestaties voor nodig.

GARIBALDI

Dit alles resulteerde in 1888 tot de oprichting van The Football League. Betrokken bij deze oprichting was Notts County, dat net buiten de stadsgrenzen van Nottingham gevestigd was  – vandaar de toevoeging County aan de naam. De club had al bijna dertig jaar eerder het levenslicht gezien. In die tijd hanteerde zij echter een strikt ‘gentlemen only’-beleid en om ook de arbeiders uit de stad de kans te bieden de populaire sport te beoefenen, werd in 1865 binnen de stadsgrenzen nog een club opgericht: Nottingham Forest. Als clubkleur kozen de oprichters van deze tweede club voor het rood van Garibaldi en zijn soldaten. De Italiaan had kort daarvoor een belangrijke rol gespeeld in de eenwording van zijn land, ook wel de Risorgimento genoemd, en genoot grote populariteit in eigen land en ver daarbuiten. Garibaldi werd gezien als een vrijheidsstrijder en een uitgesproken vijand van de Paus. Net als veel andere Britten spraken deze eigenschappen de oprichters van Forest wel aan.

“Hoewel de club met slechts een derde plek in de Second Division promotie had afgedwongen, kroonde men zich een jaar later al tot landskampioen”


FOOTBALL ALLIANCE

In den beginne was Forest actief in de Football Alliance. Na drie jaar ging deze competitie echter op in de succesvollere Football League en dankzij hun hoge eindnotering in het slotseizoen mocht Forest gelijk instromen op het hoogste niveau van de Football League. Nadat ze in 1894 hun buren van County de FA Cup hadden zien winnen, was het in ‘98 de beurt aan de jongere van de twee Nottinghamse clubs. Ze moesten het lange tijd stellen met dit minimale succes. Beide verenigingen stuiterden in die tijd namelijk heen en weer tussen de verschillende divisies, tot ze allebei kort na de Tweede Wereldoorlog terechtkwamen op het derde niveau. 


Vanaf dat moment gingen de clubs ieders zijns weegs. Terwijl County terugzakte naar het vierde niveau, bewandelde Forest de tegenovergestelde route. Vanaf 1957 bracht de club maar liefst 15 jaar door op het hoogste niveau. Een jaar na de promotie werd bovendien voor de tweede maal in de historie de FA Cup gewonnen. Het zou bij lange na niet de meest roemruchte periode uit de clubhistorie blijken te zijn. Die volgde enkele jaren later, na een kortstondig verblijf op het tweede niveau.

BRIAN CLOUGH

Nadat hij zijn carrière vroegtijdig moest afbreken door blessureleed, ontwikkelde Brian Clough zich aan het eind van de jaren ‘60 tot één van de beste managers van Engeland en misschien wel de wereld. Samen met zijn trouwe assistent Peter Taylor vormde hij een uiterst succesvol duo. Na triomfen op laag niveau met Hartlepools United, ging het tweetal in 1967 aan de slag bij Derby County. In hun tweede seizoen leidden ze de club naar het kampioenschap in de Second Division en nog eens drie jaar later herhaalden ze dat kunstje op het hoogste niveau, waarmee Derby voor het eerste in de lange clubhistorie kampioen van Engeland was geworden. Ondanks dat de club ook nog eens de halve finale van de Europa Cup I bereikte, eindigde plots het verblijf van Clough en Taylor in Derby. Ze waren gebrouilleerd geraakt met voorzitter Sam Longson, die volgens de geruchten jaloers was op het aanzien dat zijn trainer genoot, en ondanks de knappe prestaties besloten ze hun biezen te pakken.

Wat volgde waren korte dienstverbanden bij Brighton & Hove Albion (8 maanden) en Leeds United (44 dagen). Hierdoor raakte zijn reputatie beschadigd en kwam hij bekend te staan als onhandelbaar. De man die het kleine Derby County richting de Europese top had geleid, kon plots geen aanstelling op het hoogste niveau vinden. Hij koos eieren voor zijn geld en ging in op een aanbod van Tweede Divisionist Forest. Het betekende de start van de ware gloriejaren van de club. Nadat Taylor zich een jaar later bij zijn oude strijdmakker voegde, ging het snel. Hoewel de club met slechts een derde plek in de Second Division promotie had afgedwongen, kroonde men zich een jaar later al tot landskampioen.

GOUDEN DUO

Onder Cloughs leiding groeiden enkele spelers van onbekende en onbeminde voetballers uit tot internationals, terwijl de leemten in de selectie werden opgevuld dankzij het scherpe oog voor talent van Taylor. Een van de spelers die mede dankzij het tweetal debuteerde in de nationale ploeg, was Viv Anderson, die in 1978 als eerste zwarte speler zou uitkomen voor de Three Lions. Tekenend voor de aanpak van het duo is ook de ontwikkeling van Kenny Burns. De spits van Birmingham City had de reputatie een stevige gokker en drinker te zijn, maar Taylor geloofde in zijn potentie. Nadat Clough hem vervolgens omtoverde tot verdediger, bleek Burns centraal achterin de perfecte aanvulling naast de al aanwezige Larry Lloyd. In het kampioensjaar werd Burns door de Football Writers’ Association uitgeroepen tot beste speler van het seizoen.

“Binnen een paar jaar verdwenen alle kampioenen uit City Ground, sinds jaar en dag de thuishaven van de club”


De club wist binnen enkele maanden ook de League Cup en de Charity Shield aan de prijzenkast toe te voegen. Naast nationaal succes volgden er ditmaal ook Europese trofeeën voor Clough en Taylor. Nadat Forest in eerdere rondes had afgerekend met uittredend kampioen Liverpool en de Duitse Meisters 1. FC Köln, wachtte in de finale het Zweedse Malmö. De wedstrijd werd beslist door een kopbal van Trevor Francis. De spits was een paar maanden daarvoor de eerste voetballer van een miljoen pond geworden, toen hij de overstap maakte van Birmingham naar Nottingham. Een jaar later verdedigde Nottingham Forest met succes haar Europese titel. In het Santiago Bernabeu werd ditmaal het HSV van Keving Keegan en Günter Netzer met dezelfde score verslagen.


BEGIN VAN HET EINDE


Financiële hoogmoed van het bestuur eiste echter zijn tol. De aanbouw van een nieuwe tribune had de club veel geld gekost en om het gat te dekken, moesten er spelers verkocht worden. Binnen een paar jaar verdwenen alle kampioenen uit City Ground, sinds jaar en dag de thuishaven van de club. Toen in 1982 Peter Taylor met pensioen ging, luidde dat het begin van het einde in voor Forest. Nationaal waren er nog enkele successen met twee gewonnen League Cups en een finaleplek in de FA Cup van ‘91, maar in de competitie begon men langzaam steeds verder weg te zakken op de ranglijst tot in 1993 het onvermijdelijke geschiedde: degradatie naar het tweede niveau. Dit was het signaal voor Clough om zelf ook met pensioen te gaan. De kampioenenmaker nam afscheid met twee Europa Cup I-bekers, twee landstitels, vier League Cups, een Charity Shield en een Europese Supercup – allemaal behaald met de kleinere clubs Derby County en Nottingham Forest.

Nottingham Forest mascot waves the clubs crest

NEDERLANDSE INBRENG


In de jaren negentig pendelden de Roodhemden tussen het eerste en tweede niveau. In die jaren werden er ook enkele Nederlanders naar Nottingham gehaald: Bryan Roy en Pierre van Hooijdonk. Die eerste kwam voor een recordbedrag over van het Italiaanse Foggia en vormde in zijn eerste jaar met Stan Collymore een uitstekend duo. Na het vertrek van de grote spits wist hij dat succes echter nooit meer te herhalen en na drie jaar kwam er alweer een einde aan zijn verblijf in Engeland. Pi-Air verging het nagenoeg omgekeerd. Zijn start was verre van glansrijk, toen de club kort na zijn aankomst degradeerde naar de Second Division. Maar daar beleefde de spits een droomjaar met liefst 34 goals. Omdat zijn gedroomde transfer naar PSV vervolgens uitbleef, gooide Van Hooijdonk zijn kont tegen de krib. Hij ging in staking, hield zijn conditie op peil bij zijn oude club NAC en alleen om uitzicht te houden op een plek in het Nederlands elftal keerde hij uiteindelijk alsnog terug naar Nottingham. Het zou zijn laatste seizoen in het rood van Forest zijn. In de daaropvolgende zomer keerde hij terug naar Nederland om voor Vitesse te gaan spelen, terwijl Forest terugverwezen werd naar het tweede niveau. Het zou vooralsnog de laatste keer zijn dat de club in de Premier League verbleef.

MARINAKIS

In 2017 kwam 80% van de club in handen van Evangelos Marinakis. Daarmee is Forest de tweede club in het portfolio van de Griek. Hij is namelijk ook de baas bij Olympiakos Piraeus. De steenrijke reder is allesbehalve van onbesproken gedrag. Hij werd meermaals beschuldigd van matchfixing. In 2011 was hij de hoofdverdachte in het zogenaamde Koriopolis, een grootschalig omkoopschandaal waarbij meerdere clubs en voorzitters betrokken waren, en ook nu nog loopt er een onderzoek naar mogelijk andere misstanden uit 2015. Niet alleen op sportief vlak regent het beschuldigingen aan zijn adres. Hij zou daarnaast betrokken zijn bij grootschalige drugssmokkel vanuit Turkije en Griekenland naar West-Europa. De onderschepping van een grote hoeveelheid drugs escaleerde volledig uit de hand met meerdere liquidaties tot gevolg, waaronder die op de Turkse-Nederlander Ali Akgun, een vermeende kompaan van Willem Holleeder. Ook hiernaar doet de Griekse justitie nog onderzoek. Hoe rooskleurig de toekomst is met deze scheepsmagnaat aan het roer, valt te bezien. Maar geld stinkt niet. Zeker niet in het mondiale voetbal. Mogelijk zien we de club die in het verleden zo veel succes beleefde, dus toch nog eens terug in de Premier League.

Kunt je geen genoeg krijgen van Buitenlands voetbal, luister dan onze FC Buitenland Podcast! Onze eigen Jaron Blonk, FOX Sports-commentator Martijn van Zijtveld en Quincy Richardson bespreken in een uur tijd alles wat je moet weten over de vier grootste competities van Europa.