5 minuten

De ambitie om profvoetballer te worden had hij gek genoeg nooit, maar als trainer wil hij zeker de top bereiken. De pas 31-jarige Willem Weijs bouwt al 11 jaar aan zijn carrière als trainer/coach. In zijn eerste jaren vooral als trainer van de jongste jeugdelftallen, maar inmiddels ook als trainer van NAC onder-19 en assistent van het eerste elftal. De nog relatief jonge Weijs lijkt één van de eerste Nederlandse trainers te zijn die de kloof tussen het Nederlandse en buitenlandse voetbal in de media weet te duiden én gericht traint om onze (jeugd)spelers aan de nieuwe eisen te laten voldoen.

Intensiteit is daarbij het sleutelbegrip voor Weijs: “Als ik als voetballer elke dag train in een omgeving waarin ik word afgejaagd en 100% onder druk wordt gezet dan zal ik beter technisch moet handelen, de bal beter moet aannemen, in een dribbel de bal dichter bij me houden, sneller keuzes moet maken en beter gepositioneerd staan zodat ik eerder de oplossing zie.”

Interview: Neal Petersen
Tekst: Wouter Boerkamp

‘Ervaren’ jonkie

Met zijn 31-jarige leeftijd had Willem Weijs prima één van de ervaren voetballers kunnen zijn in de selectie van Stijn Vreven. Naast bijvoorbeeld Robbie Haemhouts, die drie jaar ouder is. Voor de meeste jongens (en meisjes) is het een droom is om profvoetballer te worden, zo niet bij Weijs: “Gek genoeg heb ik de absolute droom om dat te realiseren nooit gehad. Ik denk ook dat ik fysiek gezien niet de voorwaarden had om de top te bereiken, maar het belangrijkste was dat ik nooit echt de ambitie had. Als je iets niet heel graag wilt dan ga je ook ook niet bereiken.” Zijn voetbalcarrière kwam al vroeg ten einde toen de twintiger ontdekte dat zijn roeping in het trainersvak lag.

Bij een voetbalkamp in Californië kwam de speler van SVEB uit Broekhuizenvorst in contact met trainers van PSV. “Ik heb daar jongens van PSV ontmoet en toen had ik voor eerst echt het idee, dit wil ik met mijn toekomst.”De trip naar Amerika opende zijn ogen: “Toen ik terug kwam was ik verliefd op het trainerschap en dat was een geweldig gevoel.” Via een stage dwong hij in 2007 een contract af PSV en trainde er de jongste jeugd. Zes jaar later stond Ajax op de stoep, waar hij doorschoof naar de hogere jeugdteams.

Begin van dit voetbalseizoen zette hij een volgende stap naar de onder-19 van NAC in combinatie met een rol als assistent. Daarmee staat zijn teller qua trainerservaring al op 11 jaar. Een niet te onderschatten voordeel volgens Weijs: “Als je nu de hele discussie ziet over de achtergronden van trainers in het betaalde voetbal en het eventuele verkorte traject van Wesley Sneijder, dan kan ik alleen maar bevestigen dat alle elf jaar broodnodig waren om terecht te komen waar ik nu sta. En dan valt er nog heel veel te leren.” “Iedereen trainer die eerlijk naar zichzelf is, kan alleen maar concluderen dat je tijd als trainer/coach nodig hebt om te groeien in het vak. Omdat je niet zomaar van het ene op het andere moment een goede trainer bent.”

Intensiteit

Bij NAC-onder 19, zijn huidige team, is intensiteit één van de speerpunten voor Weijs. Hij propageert aanvallend voetbal, maar het druk zetten bij balbezit van de tegenstander is minstens zo belangrijk. Een ijkpunt bij de ontwikkeling van die visie was de vermaarde Europa Cup-clash tussen Ajax en Red Bull Salzburg. De trotse Amsterdamse club werd, voor buitenstaanders, geheel tegen de verwachting in compleet weggevaagd door het team uit Oostenrijk. Zowel uit als thuis (0-3 verlies) als uit (3-1 verlies) wist het team van Frank de Boer zich geen raad met de pressie van de tegenstander.

Weijs: “De wedstrijd tussen Ajax en Red Bull Salzburg staat me nog heel helder op het netvlies. Ik weet nog dat Ajax kansloos was, dat bleek niet alleen uit de score, maar ook uit het spel. Dat was de eerste keer dat ik dacht: ‘wat gebeurt hier eigenlijk? We worden gewoon weggelopen, overrompeld, afgejaagd over het hele veld. Kwam er gewoon amper aan het pas. Het positiespel wat ze onder Frank de Boer probeerden te spelen kwam er niet goed uit. Dat was de eerste keer dat ik dacht: ‘Zo hier gebeuren echt andere dingen’.” Het gebrek aan intensiteit bij de Amsterdammers zag hij later ook terug bij de wedstrijden het Nederlands elftal in de kwalificatiereeks en bij de bekerfinale van 2017. “Die werden op een dusdanig lage intensiteit afgewerkt dat ik dacht: ‘Wat zou ik graag anders zien?’.

Allereerst is het goed om het begrip te duiden. Weijs: “Intensiteit heeft te maken met op welk tempo je als team druk zet en hoe lang je dat vol kan houden. Het heeft ook veel invloed op je techniek. Als ik als voetballer elke dag train in een omgeving waarin ik word afgejaagd en 100% onder druk wordt gezet dan zal ik me daar op moeten aanpassen. Dat wil zeggen dat ik beter technisch moet handelen, de bal beter moet aannemen, in een dribbel de bal dichter bij me houden, sneller keuzes moet maken en beter gepositioneerd staan zodat ik eerder de oplossing zie. Dat vraagt ook mentaal heel veel. Om erin mee te gaan zal je ook discipline en bereidheid moeten tonen.”

De jonge trainer besloot onlangs al zijn bevindingen op papier te zetten en te delen met anderen in de voetbalwereld in het artikel: Langer of harder trainen? Zó ga je de verlamming van je voetbalteam tegen!

Droom

Weijs past zijn principes nu nog toe bij de onder 19 van NAC. “Als we in balbezit zijn proberen we zo snel mogelijk vooruit te spelen. Als we de bal verliezen, geven we zo snel mogelijk druk op de bal. Counterpressing, bij ons heet dat vijf-seconden-regel. Als de tegenstander de bal heeft proberen we die zo agressief mogelijk onder druk te zetten, zodat ze gedwongen worden om eerder fouten te maken. Als we zelf de bal afpakken van de tegenstander willen wij zo snel mogelijk vooruit spelen en kijken of we in een counter te tegenstander meteen pijn kunnen doen.”

Zijn werkwijze in het jeugdvoetbal zou Weijs op termijn ook graag bij seniorenteams toepassen. Als trainer heeft hij, anders dan als voetballer, wel de wil om de absolute top te bereiken Over wie zijn voorbeeld daarin is, hoeft hij niet lang na te denken. “De trainer die het meest compleet op alle gebieden is Pep Guardiola. Qua uitstraling, qua visieontwikkeling, bij verschillende topclubs de ego’s kunnen managen, de prijzen die hij wint. Het is onbeschrijflijk hoeveel respect ik voor die man heb. Dat is top van de top voor mij.”

Een top waar hij in zeer bescheiden vorm over durft te dromen: “Mijn absolute droom zou als je invloed kan hebben op het behalen met een prijs met het Nederlands elftal, dat je alle Nederlanders om je heen heel gelukkig kan zien. Een andere droom is om bij een Champions League-wedstrijd invloed te kunnen hebben als assistent of als hoofdtrainer. Of dat realistisch is weet ik niet, maar ik vind wel dat je moet durven dromen.

Beluister hier de hele podcast met Willem Weijs: