6 minuten

Er is steeds meer voetbal te zien, maar het gekke is: ik kijk bijna nooit meer. Sterker nog: mijn laatste negentig minuten kan ik me niet meer herinneren. Toch houd ik van voetbal. Ik lees er dagelijks over, ik praat en schrijf erover. Om weer te leren houden van voetbal kijken, ga ik de komende tijd wedstrijden bekijken met statistici, veelvraten, liefhebbers, columnisten. Wat voor les hebben ze voor mij? In deel 8 ben ik thuis bij Marco van der Heide.

Door: @voetbalverhalen

Ik ben vier dagen in Groningen voor een congres dat niets met voetbal te maken heeft. Door alle drukte blijft zelfs Livescore ongeopend. Het enige dat ik lees – al heb ik dat al twee keer eerder gedaan – is dit, het verhaal van oud-prof Marco van der Heide. In 2013 stopte hij als prof, door de gevolgen van een hersenschudding.

Nu ga ik bij hem voetbal kijken. Het enige probleem is: Marco kijkt eigenlijk geen hele wedstrijden meer.

“Een paar jaar geleden keek ik nog veel Eredivisie en doordeweeks Champions League, maar nu zie ik overdag zoveel beelden dat ik aan het eind van de dag verzadigd ben. Voor mijn vriendin heel fijn, haha. Ik kijk alleen een hele wedstrijd in de kroeg met vrienden, maar dat is meer voor het sociale.”

Daarom zitten we aan tafel met een laptop voor ons.

Hoeveel voetbal zie jij in een week?

“In totaal zo’n vijftien uur per week, denk ik. Voor Cambuur maak ik iedere week een analyse van de eerstvolgende tegenstander, dus daarvoor kijk ik veel wedstrijden. Voor vakblad De Voetbaltrainer kijk ik ook regelmatig fragmenten terug. Als ik een trainer interview, kijk ik vooraf beelden van zijn team. En sommige (top)trainers krijg je lastig aan tafel, dus beschrijf ik hoe ze hun team laten voetballen. Maar ook voor GOAL!, een kindertijdschrift, kijk ik fragmenten. Ik stel bijvoorbeeld een elftal Europese toptalenten samen en om te weten wie ik wil kiezen, kijk ik beelden van spelers.”

“Als ik een hele wedstrijd doorneem, duurt dat zestig minuten, omdat in het programma WyScout alle onderbrekingen als een uitbal en wachten op een vrije trap eruit geknipt zijn en ik soms op hogere snelheid kan kijken. Ik kan dus heel snel heel veel voetbal zien.”

Dus voetbal is puur werk?

“De helft van mijn werkweek is voetbal kijken. De liefde zit ‘m in het steeds meer leren en weten. Ik mis voetbal soms wel een beetje als ontspanning, zo’n wedstrijd waar het 3-3 staat en de vraag is wie de winnende maakt. Dat heb ik alleen nog bij het Nederlands elftal op een eindtoernooi.”

Dat is dus al even geleden. Wat vind je leuk aan voetbal?

“Als ikzelf een spel doe als Kolonisten van Catan denk ik constant na over tactiek: hoe kan ik dat potje gaan winnen? Als dat niet lukt, probeer ik te achterhalen hoe dat kwam. Wat kan ik de volgende keer anders doen? Soms wint iemand door geluk en weet ik dat, maar dan moet je gewoon even je mond houden. Als ik voetbal ben ik ook bloedfanatiek, dan wil ik zó graag winnen.”

“Als kijksport is het interessant omdat er zoveel factoren zijn: elf tegen elf op een groot veld, er zijn oneindig veel combinaties van wat er kan gebeuren. Bijna elke situatie is helemaal anders. Bij duursporten gaat het om een technische handeling die je veel moet oefenen, maar bij voetbal kun je blijven ontwikkelen. Het houdt nooit op.”

Dus liever op beeld kijken dan in het stadion?

“Als liefhebber kijk ik liever in het stadion. Je kunt het geheel beter overzien, hoort het geluid van zingende supporters en het is altijd leuk om te zien hoe voetbal leeft: vader en zoon die samen naar het stadion lopen. Maar het is ook een tijdskwestie, want in de tijd dat ik naar N.E.C. ga voor een wedstrijd, kan ik online bij wijze van spreken hun hele seizoen terugkijken. Als ik voor m’n werk kijk, doe ik dat dus liever met videobeelden.”

“Waar ik me in het stadion wel aan kan ergeren, is dat iedereen denkt verstand te hebben van voetbal. Bijna niemand stelt vragen aan elkaar, iedereen verkondigt in steen gebeitelde meningen. Op Twitter is dat toch anders, daar is meer nieuwsgierigheid naar hoe dingen écht in elkaar steken. Ik ben me er overigens van bewust dat ik zelf heel serieus en wijsneuzerig kan overkomen op Twitter. Gelukkig is dat slechts online.”

Hoe kijk je dan voetbal? Waar let je op? Heb je bijvoorbeeld van tevoren een idee?

“Dat is gevaarlijk, want dan ga je zien wat je dacht te gaan zien. Ik probeer het meestal wel van de actualiteit los te koppelen, dus ik wil ook niet echt in de voetbaljournalistiek werken. Mijn kracht is om iets moeilijks simpeler uit te leggen. Iedereen ziet wel dat Kroos en Modric goed zijn, maar wat doen ze dan precies? Ik probeer te beschrijven hoe iets is.”

We pakken de laptop erbij om naar een wedstrijd van Hoffenheim te kijken. Nou ja, meerdere wedstrijden, in korte fragmenten.

“Ik schrijf een analyse voor De Voetbaltrainer over de speelwijze van Julian Nagelsmann, de trainer van Hoffenheim. Wat kan ik uit Hoffenheim halen dat een trainer kan gebruiken in de praktijk? Een trainer heeft vaak geen tijd om allemaal wedstrijden terug te kijken, maar hij wil misschien wel een keer 3-5-2 spelen zoals Hoffenheim. Het is dus best theoretisch, want ik schrijf op wat ik zie, maar ik maak het praktisch voor een trainer zodat hij het morgen op het trainingsveld kan gebruiken.”

“Voor ik ga schrijven, kijk ik heel veel beelden, en ik lees er over om te kijken of er iets is dat je zelf nog niet hebt gezien. Tijdens dat kijken komt de structuur van het stuk al een beetje naar boven. Ik probeer het zo specifiek mogelijk te maken, want dan heeft het meer diepgang en is het nuttiger. Dus ik heb nu voor dit artikel gekozen alleen in te gaan op balbezit; geen standaardsituaties, geen omschakeling en niet verdedigen.”

Ondertussen tikt hij op WyScout in welke wedstrijden hij wil zien, en daarvan alleen de momenten waarop Hoffenheim balbezit heeft. “Ik kies een veelzijdige mix, dus niet alleen uitwedstrijden tegen topploegen maar ook niet alleen thuis tegen laagvliegers.”

We krijgen een lijst van 220 clipjes.

“En nu ga ik een uur of vier beelden kijken.”

Aan één stuk door?

“Na een uurtje doe ik even wat anders: thee pakken, even naar de wc. Een hele dag beelden kijken is onmogelijk.”

Voor hem liggen aantekeningen van situaties die hij met een afbeelding in het blad wil hebben. “Dat maakt het visueel, maar is ook om te laten zien dat ik niet wat uit mijn nek lul. Als iets maar één keer voorkomt, laat ik het lopen, dan was het misschien een incident. Ik zoek naar patronen.”

Met zijn rechterduim zit hij op de spatiebalk (pauzeren), met zijn vingers op 1, 2 en 3 om de snelheid te bepalen en met zijn andere vingers bij de pijltjes om de fragmenten te selecteren of naar voren/achter te spoelen. “Heel nerderig eigenlijk.”

De bal gaat terug naar de keeper en hij spoelt vijf seconden verder. “Het lijkt nu wel echt werken, maar ik kan er wel meer door zien.”

Wat zie je nu?

Hij legt uit hoe hij eerst de basisvragen beantwoordt:

  • wat is de formatie? (“nou dat zie je hier” en hij wijst de lijnen aan)
  • wat doen ze als de bal achterin is? (“kijk de linkermiddenvelder gaat al heel hoog spelen”)
  • wat doet de tegenstander (“hier: 4-4-1-1”).

Een aanvaller komt in de bal terwijl de ander diep gaat. “Dit zie ik meerdere keren en dan denk ik: dit is leuk voor een trainer om zelf eens toe te passen.”

“Zo kun je in twintig minuten alle opbouwmomenten van een wedstrijd zien. Het is echt geweldig. Maar ik kan me voorstellen dat jij denkt: de charme van voetbal is helemaal weg.”

Wat is er veranderd in je kijken?

“Mensen zeggen: je bent prof geweest dus je hebt veel verstand van voetbal. Maar eigenlijk wist ik toen nog helemaal niks van voetbal, zo voelt het een beetje. Ze vertellen je wel goede dingen, maar je mist de grote kaders. Je kan het niet als een geheel zien. Toen ik bij Cambuur zat, had ik er geen benul van dat je als een team als blok in de zone kan spelen. Nu is dat zo logisch voor mij.”

“Ik wil er niet mee zeggen dat ik nu zoveel weet, maar wel dat het hebben van profervaring (ook al was dat bij maar heel kort) nog niet alles zegt. Je kan zoveel over voetbal leren door analytisch te kijken. Cognitief doe je niet zoveel als prof; dat zouden clubs meer moeten stimuleren. Ik had toen superveel vrije tijd.”

Wat zijn je plannen?

“Ik heb de trainerscursus gedaan, maar coach zijn is niet echt iets voor mij. Ik vind de inhoudelijke kant heel leuk, maar het aansturen niet. Ik zou het wel leuk vinden onderdeel te zijn van het team, maar ik hoef niet op de voorgrond. Eigenlijk wat ik nu doe voor Cambuur.”

Vanavond geen wedstrijd op de bank als ontspanning?

“Haha. Netflix is voor ontspanning, voetbal is inspannen.”