5 minuten

Er is steeds meer voetbal te zien, maar het gekke is: ik kijk bijna nooit meer. Sterker nog: mijn laatste negentig minuten kan ik me niet meer herinneren. Toch houd ik van voetbal. Ik lees er dagelijks over, ik praat en schrijf erover. Om weer te leren houden van voetbal kijken, ga ik de komende tijd wedstrijden bekijken met statistici, veelvraten, liefhebbers, columnisten. Wat voor les hebben ze voor mij? In deel 5 ben ik bij sportpsycholoog Lisandro Isei.

Door: @voetbalverhalen

Als ik Lisandro via Twitter vraag om mee te doen aan mijn serie krijg ik al vier alinea’s terug met zijn visie over voetbal kijken. Over het enorme aanbod en de fear of missing out. En: “Kutwedstrijden bestaan niet in mijn ogen.”

We ontmoeten elkaar voor het eerst. Lisandro heeft Monaco – Juventus uitgekozen, maar omdat Ajax vlak daarvoor speelt, kijken we die wedstrijd ook. Hij heeft lasagne gemaakt. Nadat de Amsterdammers in een wervelend duel Lyon hebben verslagen, zegt hij: “Dit was wel aardig, maar ik kijk uit naar Monaco.”

Waarom koos je deze wedstrijd?

“Dit seizoen kan ik heel erg genieten van Monaco. De wedstrijd tegen City heb ik vannacht twee keer bekeken. In totaal heb ik die vijf keer gezien.”

Hoeveel wedstrijden zie je dan per week?

Hij lacht. “Echt heel veel.” Even stil. Dan: “Minimaal twintig.”

Twintig?

“En dan ook vaak nog herhalingen. Champions League, Eredivisie, Engels, Spaans, Italiaans, MLS. Maar soms kijk ik ook wedstrijden terug van vier maanden geleden. Groningen – Feyenoord heb ik acht keer gezien.”

Wacht. Eerst over het aantal wedstrijden.

“Ik slaap heel weinig. Ik heb maar vier uur nodig. Dat heb ik altijd gehad. Ik kijk dan ook graag ’s nachts. Dan is alles rustig en stil. Ik kijk vaak zonder geluid. De commentatoren vind ik vervelend, en zonder geluid kun je scherp zijn.”

Waarom kijk je Groningen – Feyenoord acht keer?

“Ik keek de wedstrijd voor een tweede keer, omdat ik de score niet begreep. Groningen was slechter, maar de eerste goal viel vanuit het niets. Dan gaat er wat tijd overheen en ga ik nog eens terug naar die wedstrijd. Iedere keer zie ik dan nieuwe dingen. Bijvoorbeeld door in te zoomen op de twee centrale verdedigers, omdat die veel kritiek kregen. Als je wilt voorspellen, moet je kijken naar het verleden.”

Waar ga je vanavond op letten?

“Naar de beweging zonder bal van Mbappe. Die coach is heel erg met ‘m bezig geweest. Op papier en in het veld staat hij linksbuiten, maar hij komt altijd in het rechter kanaal voor de goal. Ik heb Monaco twee keer live gezien, maar dit weet Juve natuurlijk ook, dus ik ben benieuwd hoe ze daarop reageren. Daarnaast de backs van vandaag die er overheen komen.”

Lisandro combineert zijn twee hobby’s. Hij is sportpsycholoog. “Veel spelers leven in een bubbel. Ze hebben weinig échte vrienden, en contacten zijn oppervlakkig. Hun carrière kan zo over zijn. Om in zo’n wereld je grootste angsten of wensen uit te spreken… dat kan eng zijn. Je kunt je voorstellen dat het fijner is sommige dingen tegen een vreemde te zeggen. En dat ben ik dan.”

Wat doe jij met spelers?

“Ik lever maatwerk. De ene speler wil een studie oppakken, maar weet niet hoe. Dan doen we een kennis- en interessetest. Een andere jongen gaat voor het eerst op zichzelf wonen terwijl hij niet kan koken. Dan sta ik drie dagen bij ‘m in de keuken om hem te leren gerechtjes te maken. Maar ik heb ook wel eens bij een speler geslapen die met tegenslag te maken had. Dan eten we, praten we, spelen we FIFA.”

Heeft iedere speler begeleiding nodig?

“Het merendeel van de mensen heeft hulp nodig. Maar dat kan ook door te praten met een partner, vrienden. In het voetbal kan je niet 365 dagen per jaar gemotiveerd zijn. Maar je moet wel scherp hebben wat je wilt. Door met iemand te praten kom je verder, krijg je andere ideeën en een ander blikveld. Jezelf ontwikkelen vind ik heel belangrijk.”

Ben je vanavond voor Monaco?

“Vanwege het beleid zou ik Monaco als winnaar leuk vinden. Ze hebben heel veel gedaan met scouting en jeugd. Die spelers zijn nu zoveel waard. De trainer is geen oud-prof. Hij heeft niet die ervaring, maar heeft wel gestudeerd. Hij kan het goed overbrengen. Kijk, zie je Mbappe in het rechterkanaal? Tweede keer al.”

Hij vervolgt. “Monaco zet nu veel hoger druk, dat deden ze tegen City ook. Pieter Zwart zou zeggen: de sleutel ligt bij de backs.”

Maak je aantekeningen tijdens het kijken?

“Het is eigenlijk net als bij een college. Op het moment dat je gaat schrijven, dan krijg je niet alles mee. Je brein maakt meer verbindingen als je alleen kijkt. Daarbij komt: Monaco speelt om de drie dagen een wedstrijd, dus je ziet patronen zich wel weer herhalen. Let op bij de keeper: die zet altijd z’n voet buiten de zestien als hij uittrapt, maar daar wordt nooit voor gefloten. Dat heb ik nu al zes wedstrijden gezien. Dat soort gekke dingen onthoud ik.”

Higuain zet Juve op voorsprong in Frankrijk. “Mooi voor hem. Al die grappen over zijn overgewicht. En zo’n transfersom om je nek laat je ook niet koud. Maar het is een heel nuchtere jongen. Doet geen gekke dingen, geen blingbling en discotheken. Hij gaat volgens mij ook niet naar sponsorbijeenkomsten, maar loopt gewoon lekker in een trainingspakje — daarom vind ik het wel mooi.”

Ik hoorde laatst een podcast die compleet over de vraag ging: ‘Is voetbal nog wel leuk?’

“Spelers raken gedemotiveerd doordat ze weinig autonomie hebben. En als je niks te zeggen hebt én niet speelt… Ik heb veel jongens gezien die het niet halen, en daarna zelfs bij de amateurs in het tweede kwamen. Toen ik nog voor Twente in de jeugd voetbalde, speelde ik een keer één tegen één met een jongen die beter was. Maar ik won vier partijen achter elkaar. Hij vroeg: ‘Waarom kan ik niet van je winnen?’ Ik zei: ‘Ik ga voor de winst, jij voor de panna.’ Dat opende zijn ogen. En mijn ogen. Hij kreeg later een contract en een mooie carrière. Toen we elkaar nog eens spraken, zei hij dat dit moment hem had veranderd. Toen wist ik: ik moet spelers gaan helpen.”

Voetbal kijken in het stadion of op tv?

“In het stadion. Of aan het veld. Ik kijk naar 21 man die niet de bal hebben: hoe reageren ze, wat doen ze. Wie geeft wie een schop, hoe reageert iemand op instructies van de coach, wat doet een keeper bij een tegendoelpunt? Maar het voordeel van thuis kijken is dat je meer wedstrijden kan zien.”

Wat vind je leuk aan voetbal?

“Voetbal is een spel dat nooit is uitgespeeld. Er zijn altijd nieuwe spelers die opstaan. Een speler interacteert met tien eigen spelers, elf tegenstanders en een scheidsrechter — er gebeurt zoveel meer dan ik kan registeren, daarom kijk ik terug. Voetbal is een verslaving. Als ik op school bij een toets een antwoord niet wist van een naam, dan vulde ik een voetballer in. Als ik iets moest tekenen was het een opstelling.”

“Vroeger keek ik ook veel naar andere sporten. Over het algemeen kijk ik naar mensen die moeten presteren. Dat brengt druk met zich mee en dan zie je hoe mensen kunnen zijn.”

We zien een reclame met Sven Kramer. “Mooi sportman.”

Wat zie je als je een wedstrijd bekijkt?

“Vaak stel ik een doel waar ik op ga letten. Ik kijk ook wel eens bij de amateurs en dan kijk ik wie de jongste speler is, of wie de meeste fouten maakt en hoe hij daarmee omgaat, of wat voor trainers het zijn: schreeuwers of onderwijzers. Ik observeer Eredivisie-trainers ook. Kan zo vier uur interviews bekijken van sommige coaches.”

Je lijkt op Guardiola: obsessief bezig met voetbal.

“Dat heb ik nog nooit eerder gehoord. Maar ik vind hem een interessant trainer en persoon. Ben heel erg benieuwd wat hij na City nog gaat doen.”

Monaco scoort niet meer. Als we afscheid nemen bij het station, vraag ik wat hij vond van de wedstrijd. Hij zegt: “Ik ga ‘m in ieder geval nog eens terugkijken.”