6 minuten

Er is steeds meer voetbal te zien, maar het gekke is: ik kijk bijna nooit meer. Sterker nog: mijn laatste negentig minuten kan ik me niet meer herinneren. Toch houd ik van voetbal. Ik lees er dagelijks over, ik praat en schrijf erover. Om weer te leren houden van voetbal kijken, ga ik de komende tijd wedstrijden bekijken met statistici, veelvraten, liefhebbers, columnisten. Wat voor les hebben ze voor mij? In deel 4 ben ik bij de makers van de podcast @PodjeVoetbal: Ricardo en Paul.
Door: @voetbalverhalen

Ik sta op het perron te wachten op een trein die richting Rotterdam gaat. “Straks zitten we bij al die debiele voetbalsupporters”, zucht een man. Door vertragingen duurt het drie uur voor ik in Nijmegen ben. Het kiezen van een wedstrijd voor onze afspraak ging ook al niet makkelijk: Paul is een echte supporter van de Eredivisie, terwijl Ricardo liever buitenlands voetbal kijkt. We zijn uitgekomen bij de Nederlandse bekerfinale.

Beschrijf eens je ideale moment om voetbal te kijken.
P: “Dat is een zondag. Ik zet geen wekker, word om tien uur wakker, zet koffie, en zet De Tafel van Kees op, het enige voetbalpraatprogramma dat ik nog kijk — spelers die goed zijn bij dat programma, ga ik volgen. Ik pak de iPad en check Twitter van gisteravond. Dan ga ik even lunchen in een café om de hoek en vanaf half één de hele middag voetbal kijken. Bij voorkeur kijk ik alleen, met iPad en telefoon erbij.”

De enige die welkom is, is zijn vriendin. “Zij is voetbal heel veel leuker gaan vinden. Als ik weg ben dan zet ze toch even een wedstrijd op als achtergrondvermaak. Met vrienden is het lastiger, want dan wil je veel praten — zoals nu — maar dan kan ik minder goed kijken.”

De wedstrijd is al tien minuten bezig, maar we hebben nog weinig écht gezien. We praten en eten.

R: “Mijn fijnste ervaring van dit jaar was Manchester City – Monaco. Ik had een verschrikkelijke dag op werk gehad, en ging daarna naar de sportschool. Ik kwam om acht uur thuis, ging douchen en kroop op de bank. En dan zo’n wedstrijd. Dat is waar voetbal voor bedoeld is. Na anderhalf uur ben je alles vergeten.”

Hoeveel voetbal zien jullie?
P: “Sowieso iedere week PSV en Ajax. En bijna iedere week Feyenoord. Ik heb een seizoenskaart bij PSV, maar voor het laatste jaar. In de uitwedstrijden geniet ik meer van PSV. Thuis spelen ze echt heel slecht, al een paar jaar. Naast de topclubs kies ik ieder jaar een paar clubs uit om te volgen. Dit jaar zijn dat NEC en Utrecht door de trainers. Vorig jaar was dat Twente door Ziyech.”

R: “Ik zie een wedstrijd per week waarbij ik echt niks anders aan het doen ben. Daarnaast nog vier à vijf waarbij ik m’n laptop pak, wat lees, en whatsapp over voetbal. Ik kijk liever buitenlands voetbal (Engeland en Duitsland, en altijd Champions League) maar nu ook wel wat meer Eredivisie voor de podcast. Je wil ook niet met je mond vol tanden zitten.”

P: “In de tweede helft van het seizoen word ik voetbalmoe. Ik heb laatst een weekend helemaal niets gezien. Toen had ik geen zin.”

R: “Er zijn tegenwoordig zoveel wedstrijden, maar ik heb niet meer de illusie dat ik alles kan kijken. Je moet jezelf ook niet meer straffen met slecht voetbal. Ik zet wel eens een wedstrijd in de veertigste minuut uit.”

P: “Ik kan dat niet. Dan heb ik al veertig minuten geïnvesteerd.”

Ricardo legt uit dat Paul lijdt aan de sunk costs fallacy. “Daar heb ik laatst een artikel over gelezen.”

P: “Stuur me maar op, want daar wil ik wel vanaf.”

R: “Als je niet te veel kijkt, word je ook niet voetbalmoe. En kan je diep in het seizoen ook blijven kijken. Want er is niets ergers dan een weekend zonder voetbal.”

P: “Nee, dat is wel vreselijk.”

Allebei kijken jullie veel voetbal met de telefoon in de aanslag.
R: “Je leert door erover te praten, en dat kan dan ook met mensen die kijken in Amsterdam. Maar bij een heel goede wedstrijd leg ik m’n telefoon bewust weg en kijk ik er alleen op in de rust.”

P: “Het is leuker geworden door inzichten van anderen. Twitter heeft mij heel veel geleerd. Daarvoor zat ik in een PSV-bubbel. Mensen die mij vertelden dat Feyenoord de tweede club van Nederland is, geloofde ik niet. Maar als je Twitter ziet…”

R: “Haha, die 50.000 man in het stadion gaf je dat idee niet echt?”

De wedstrijd is niet best. We bespreken de Nederlandse voetbaljournalistiek.

R: “Sommige journalisten zijn heel goed in verslag doen van wedstrijden, maar met alles wat er nu beschikbaar is over tactieken enzo, wordt er zoveel meer van je gevraagd om ook duiding te geven. Dat is wat anders.”

P: “Als de journalistiek de voetbalwereld uitdaagt, ga je samen omhoog. Ik vind Mark van Rijswijk heel goed. Hij toont ontwikkelingen aan. In een wedstrijd van PSV legde hij in zeer begrijpelijke taal de half-ruimtes uit. Drie jaar geleden was dat ondenkbaar. Hij integreert in zijn commentaar wat hij leert.”

Voetbal kijken in het stadion of op tv?
P: “Voor mij gaat er niks boven voetbal in een stadion. Als ik die trappen oploop, dan heb ik nog altijd vlinders in de buik. Zelfs bij NEC – Heracles in de Goffert, haha. Het voordeel is dat je het hele team kunt zien. We zitten vrij hoog bij PSV en dat doet zoveel goeds voor je blik op de wedstrijd.”

R: “Als je niet naar het stadion gaat kun je vanuit huis gewoon vier wedstrijden zien. Ik probeer wel vaker naar een wedstrijd in het buitenland te gaan. Dan wordt het echt een uitje. Ik ga sowieso één keer per jaar naar Gladbach. De stadionbeleving in Duitsland is de beste in Europa.”

Paul knikt. “Daar heeft Ricardo mij kennis mee laten maken. Ze zitten daar echt gewoon in een verschillend shirt naast elkaar.”

Het is rust. “Gaat Chelsea eerder grotere jongens sturen als Vitesse wint en groepsfase Europa League heeft?”, vraagt Paul zich af. Ricardo zapt gelijk naar Tottenham – Arsenal. Het staat 2-0.

R: “Tottenham vind ik misschien wel de mooiste club van Engeland. Dat is eigenlijk begonnen met Jol en toen er veel talenten kwamen.”

P: “Schrijf even op dat Ricardo de eerste Nederlander is die zei dat Dele Alli een grote zou worden.”

R: “Dit ga ik niet ontkennen, haha. Al waren scouts natuurlijk eerder. Ik zat bij de Audi Cup in München en zag Tottenham – Real. Alli speelde op het middenveld, en ik kende hem totaal niet. Hij speelde een fenomenale wedstrijd en gaf Modric nog even een panna. Ze hadden goede wifi, dus heb ik er even een tweetje uitgegooid, haha.”

Wat vinden jullie leuk aan voetbal?
P: “Ik probeer te leren, patronen te ontdekken van wat een coach wil met een team, hoe een tegenstander inspeelt op tactiek. Twitter helpt daarbij heel erg.”

Hij vervolgt. “Duursporten zijn natuurlijk knap doordat sporters hard trainen. Maar voetbal is zo’n ingewikkeld spel. 22 man, waarbij alles wat ze doen invloed heeft op het andere. Daarnaast is voetbal kijken ook een verslaving. Het groeit organisch, vanaf dat je zelf gaat voetballen als jongetje. Maar het had ook een andere sport kunnen zijn.”

R: “Als ik in de VS had gewoond, dan was het waarschijnlijk basketbal. En dan had ik een basketbal-podcast gemaakt. Ik vind het eigenlijk zelfs interessanter dan voetbal, maar als de NBA speelt, is het hier nacht. Je kan niet een hele basketbalzondag houden. Voetbal is zo groot in Nederland.”

Wat zien jullie als je een wedstrijd bekijkt?
R: “Ik kijk naar individuele spelers. Een pass van Busquets ofzo — daar ben ik naar opzoek. Toen Gabriel Jesus naar Manchester City kwam en Thomas Schaling stuurde dat hij een enorm talent is, dan kijk ik wel even. Op tv kun je niet zo goed kijken naar systemen als in een stadion. Dat Pieter Zwart en Nikos Overheul dat kunnen vanaf tv, vind ik zo knap. Dat is echt onmogelijk.”

P: “Ik kijk ook voor individuen. Ik vind het heel leuk te zien hoe ploegen opbouwen. Daarin kun je zien wie goede spelers zijn. In het stadion is dat wat makkelijker. Ik vind het sowieso mooi om handelingen te zien die een correctie voorkomen: keepers die goed uitkomen, een verdediger die goed staat en daardoor niet hoeft te tackelen.”

“Zoooo!”, roept Paul. Ricky van Wolfswinkel kopt de 1-0 binnen. “Krul had beter bij Ajax op de bank kunnen blijven”, app’t een vriend hem.

P: “Eigenlijk had ik meer verwacht van Van Wolfswinkel toen hij terugkwam, maar hij heeft goede goals gemaakt.”
R: “En staat tweede op de topscorerslijst.”

Er komen foto’s binnen op hun telefoons van vrienden die voor Vitesse zijn en in de Kuip zitten.

We zien tranen in het vak van AZ, en tranen in het vak van Vitesse.
P: “AZ heeft het echt laten liggen hè?”
R: “De defensie van AZ is die van een club uit de middenmoot.”
P: “Vlaar is een geweldige prof, maar wat mensen over hem zeggen… hij is echt overschat.”

Als Van Wolfswinkel de tweede binnenschiet, is het helemaal over. We zien AZ-speler Luckassen huilend in beeld.

P: “Ik weet zeker dat mijn vriendin nu de tv uitzet, die kan niet tegen verliezers.”