5 minuten

Er is steeds meer voetbal te zien, maar het gekke is: ik kijk bijna nooit meer. Sterker nog: mijn laatste negentig minuten kan ik me niet meer herinneren. Toch houd ik van voetbal. Ik lees er dagelijks over, ik praat en schrijf erover. Om weer te leren houden van voetbal kijken, ga ik de komende tijd wedstrijden bekijken met statistici, veelvraten, liefhebbers, columnisten. Wat voor les hebben ze voor mij? In deel 2 ben ik thuis bij Frank Heinen, (sport)schrijver.

Frank Heinen waarschuwt mij. Hij zwijgt tijdens het kijken van voetbal. Toch ben ik van harte welkom, in zijn appartement in Utrecht. Terwijl Gertjan Verbeek en Ronald de Boer voorbeschouwen, nemen wij de enorme wand aan boeken door.

Het is dinsdagavond, Champions League. We kijken Napoli – Real Madrid. Ik kan zeggen dat ik dit seizoen het stadion van Napoli heb bezocht, maar hij is beter voorbereid: afgelopen weekend keek hij nog Real Madrid – Eibar, omdat hij fan is van Modric en Kroos. Eén tegenvaller: ze deden allebei niet mee.

Nu is hij voor Napoli. “Real is niet mijn club. Napoli is een fijn zooitje ongeregeld, met rare types als Hamsik. Mertens is ook heel atypisch, veel te klein. In zijn tijd bij Utrecht zag ik ‘m wel eens in de Albert Heijn als hij boodschappen deed met z’n vriendin. Dan stonden we samen bij het tijdschriftenvak.”

In de lijn van zijn veelgeprezen rubriek in Studio Voetbal is Heinen nu druk met een boek over vergeten voetballers. “Vrij veel komen uit Italië. Met links naar de Eerste Wereldoorlog en de Maffia. De Italiaanse competitie zit vol goede verhalen. Maar ik kijk er niet naar. Die stadions. Het kijkt niet fijn.”

Hoeveel voetbal zie jij?
“Ik keek vroeger veel. Het was mijn grote hobby. Dit soort avonden, Champions League, daar verheugde ik me echt op. Ik hield alle standen bij, maar tegenwoordig moet ik bijna nadenken wie de laatste kampioen van de Eredivisie is.”

Toch is na een kleine dip het aantal voetbalminuten de laatste jaren weer toegenomen.
“Ik blijk een Ziggo-abonnement te hebben. Als ik zaterdagmiddag niks te doen heb, kijk ik live-voetbal uit Engeland of Spanje. Ik ben dan niet zo kritisch wat er is, maar als ik in de tweede helft van Barcelona – Sevilla binnenval, is dat wel echt een bonus.”

Napoli is voortvarend van start gegaan en krijgt kansjes. “Marcelo, die verdedigt toch ook op Eredivisie-niveau, hoor.”

En Nederlands voetbal?
“Ik kijk geen live-Eredivisie, maar als ik zondagavond zeven uur niet kan zien, kijk ik het terug.”

Hij houdt sowieso van samenvattingen. Een zaterdagavond met zijn vader: om half elf Eredivisie en dan doorschakelen naar Match of the Day. “Die samenvattingen zijn ook precies goed. Goede lengte, goede analyse. Ik volg ook veel praatprogramma’s. Dat zet ik aan over de boxen en dan ga ik afwassen.”

Hij denkt even na. Dan: “Wat ik dus ook kijk zijn de samenvattingen van het jeugdvoetbal. Ik lunch alleen — dat klinkt heel zielig, maar dat is het niet — en dan kijk ik Ajax A1, Feyenoord, PSV. Ik weet net zoveel van Ajax A1 als van het eerste. Jong Ajax ziet er in de samenvatting ook heel leuk uit. Het pure talent is zichtbaar, omdat ze gewoon echt veel betere voetballers zijn.”

Al met al, inclusief praatprogramma’s, toch een uur of zes voetbal per week.

Wie moedig je aan?
“Het is een beetje een zwaktebod maar ik ben eigenlijk niet voor een club. Ook nooit geweest. Toen ik tien was, was Ajax de beste club van de wereld, maar ik leerde van mijn vader — en dat heb ik altijd onthouden — om de underdog te waarderen en per wedstrijd te kijken voor wie je bent. Zelfs als Barcelona met mooi voetbal tegen Sporting Gijon speelt, vind ik het heel leuk als Gijon wint.”

Omdat zijn familie uit Zuid-Limburg komt, heeft hij een zwak voor Roda JC. “Het team van Roda in de jaren negentig zou nu fluitend kampioen worden in de Eredivisie. Wat er trouwens nu gebeurt met die club is ook wel weer geweldig.”

Er is één uitzondering bij het aanmoedigen van de underdog: een voorkeur voor bepaalde spelers. “Ik had bijvoorbeeld een grote sympathie voor Emile Heskey. Dat is niet echt uit te leggen, maar hij had gewoon een vriendelijke uitstraling. Het staat geheel los van voetbalkwaliteiten.”

Napoli zorgt voor een heel leuke wedstrijd en we hopen op de 1-0.

Was je deze wedstrijd ook gaan kijken als ik niet langskwam?
“Hier was ik wel voor gaan zitten. Als het slecht voetbal is dan ga ik wat lezen of mail beantwoorden. Ik kijk echt voor de lol of ontspanning; als het lamlendig is, kan je net zo goed iets anders doen. Maar dan laat ik het wel aanstaan.”

Hij klapt in zijn handen. Mertens scoort. “Hij is goed bezig hoor. Ik mag dit niet van m’n vader zeggen maar die verdedigers staan daar toch te schutteren? Dit moet je kunnen afdekken.” Stilte. “Dit is wel leuk zeg voor Mertens. Als iemand sympathiek is, vind ik het toch leuker. Behalve bij Ronaldo.”

Ah, je favoriete onderwerp in je columns.
“Ronaldo heeft een absurde vorm van arrogantie. Ik las een bundel van Joubert Pignon met volkomen absurdistische verhalen waarin een bekend iemand een verhaal binnenwandelt. Ik keek Madrid en dacht: dat kan ik ook doen.”

Sindsdien komt de sterspeler van Madrid in de columns van Heinen regelmatig voetbal kijken. Op de bank waar wij nu zitten. “Ik had wel voor Messi of Zlatan kunnen kiezen, maar bij Ronaldo werkt dit het beste: iemand zonder enig gevoel voor humor.”

Ronaldo krijgt een kans, maar mist. “Gelukkig.”

Hoe kijk je eigenlijk voetbal? Wat zie je als je een wedstrijd bekijkt?
“Ik kijk vaak alleen en wil me echt concentreren op een wedstrijd. Wel vind ik het heel leuk om met m’n vader te kijken. Dan zeggen we niet veel. Met vrienden kan ik me niet goed concentreren. Maar ja, gezelligheid is ook belangrijk.”

“O! Mooi driehoekje.” Real wordt sterker.

Kijk je analytisch, naar tactiek?
“Ik vind die wiskundige manier van Pieter Zwart enzo echt wonderlijk en interessant, maar ik heb daar niet zoveel lol aan en heb ook niet de ambitie om dat ooit te kunnen. Ik kijk dommig naar voetbal. Ik kijk naar de bal en of een speler er wat goeds mee doet of niet.”

Ramos kopt de 1-1 binnen. “Dit is fataal. Zonde.”

Voetbal op tv of ook in het stadion?
“Het stadion is heel leuk, omdat ik er niet zo vaak kom en je mensen kan kijken. Maar ja: een stadion is altijd koud. En negentig minuten Eredivisie is wel saai, hoor. Ik was bij Utrecht – Roda. Zo saai, zo slecht. Dan wreekt het zich dat je geen fan bent van een ploeg. Je mist een soort basisspanning.”

Wat vind je leuk aan voetbal?
“Ik vind het echt esthetisch mooi. Als je wel eens tegen een bal hebt getrapt dan snap je gewoon de moeilijkheid van wat ze doen. Dan kun je navoelen wat het is om een bal goed te raken, of een strak schot af te leveren. Dan weet je: dat is me ook een keer overkomen. En zij doen dat altijd.”

Real scoort weer en Napoli is kansloos. De wedstrijd gaat meer en meer aan ons voorbij.

Even later. “Wat ook meespeelt: voetbal is het eerste bij bewustzijn dat ik echt leuk vond. Daar wil ik trouw aan blijven. Al mijn andere hobby’s zijn me veel waard, en sommige misschien meer, maar voetbal is er altijd geweest. Vanaf dat ik zes jaar was, vond ik dat leuk. Tijdens de Champions League denk ik nog wel eens aan die eerste avonden. Het heeft iets met je jeugd te maken.”

Wat voor les heb je voor mij?
“Voetbal ontspant. Ook het volgen van voetbal. Praatprogramma’s aanzetten en wat anders doen. Je kan ook een documentaire kijken over Aleppo — veel relevanter en veel belangrijker — maar voetbal is een rare vorm van escapisme. Mensen zijn er heel ernstig over, maar het doet totaal niet ter zake; en die combinatie is mooi. Die parallelle wereld met zaakwaarnemers, journalisten, supporters. Het is heel plat, ook fijn, dus je hoeft niet zoveel na te denken.”

“Kijk als het jou uitkomt, dan kan het niet zo snel tegenvallen. Als je wat beters te doen hebt, dan kan je dat doen, maar het is heerlijk tijdverdrijf. Je gedachten uitschakelen. Voetbal volgen is een medicijn tegen al te veel somberheid en ernst.”