5 minuten

Van grote vernieuwer tot clubloos trainer. De ster van Peter Hyballa zakte zo snel als dat hij rees. Na een goed eerste half jaar bij NEC in 2017 kostte een slechte tweede seizoenshelft hem de kop. NEC degradeerde alsnog. Hyballa, een ervaren trainer met een goede staat van dienst en een vernieuwer in het Nederlandse voetbal, stond voor de derde keer op rij op straat. De 42-jarige Duitser met een Rotterdamse moeder bevindt zich nu tussen twee werelden. Volop gewild als analist en bij het geven van coachclinics, maar nog steeds zonder nieuwe club. Neal Petersen sprak Hyballa over zijn huidige bestaan, ambities en de verschillen tussen Nederland en Duitsland.

Interview: Neal Petersen
Tekst: Wouter Boerkamp

Clubloos, maar niet werkloos

Tien maanden als trainer zonder club, Hyballa legt uit wat het met een mens doet: “Op het ene moment is het lastig, maar het andere moment ben je totaal vrij. Ik vind het leuk een ‘vrije cowboy’ te zijn. In de laatste tien maanden heb ik ook zo veel dingen gezien die je niet ziet als je elke dag op het veld staat. Ik heb heel veel coachclinics gegeven en met veel interessante mensen uit de voetbalwereld gesproken, maar het lastige is wel dat je niet weet wanneer je loopbaan als trainer verder gaat.”

Hyballa mist het bovendien om elke dag op het veld te staan. “Je hebt ook echt slechte dagen. Bij NEC stond ik elke dag in de picture, en dat is van het ene op het andere moment weg. Daar moet je in je hoofd ook mee om kunnen gaan.”

Stilzitten doet de Duitser niet. De televisiewereld, clubs en nationale bonden weten hem te vinden. “Ik denk dat andere trainers dat helemaal niet hebben. Ik ben ook een beetje een ander figuur, zeg wat ik denk. Supporters en media vinden mij helemaal kut of helemaal super, zwart-wit. Natuurlijk ben ik ook nog half-Duits en half-Nederlands en heb ik een ‘Prins Bernhard’-accent, dat vinden mensen leuk. Bovendien ben ik anders langs de lijn dan heel veel Nederlandse trainers. Als je wint vinden mensen dat leuk, als je verliest ben je een dorpsgek.”

Tuchel pionier van de vernieuwers

Voor zijn tijd in Nederland was Hyballa twintig jaar actief in Duitsland, met twee uitstapjes naar Oostenrijk en een avontuur in Namibië. Bij onze Oosterburen werkte hij zich op van jeugdtrainer bij kleine clubs tot hoofdtrainer bij Rot-Weiss Essen en Allemania Aachen. Bovendien boetseerde hij aan de grootste talenten van Duitsland bij Bayer Leverkusen en Borussia Dortmund. Wereldkampioen Mario Götze, Emre Can en Heung-min Son ontwikkelden zich onder hem, terwijl Hyballa zelf geen grote voetballer was.

In Duitsland werd het pad voor academische jeugdtrainers zonder grote voetbalcarrière, de vernieuwers in het voetbal, geëffend door Thomas Tuchel. Hyballa en Tuchel stonden tegen over elkaar in een finale tussen de A-jeugdteams van Mainz (Tuchel) en Hyballa (Dortmund). Hyballa: “Er waren 12.000 toeschouwers bij het jeugdvoetbal, toen merkte je al dat het leefde. Tuchel heeft van daar uit een kans gekregen als hoofdtrainer van Mainz en het goed gedaan. Een jaar later kreeg ik een kans bij Alemannia Aachen. Daarvoor kregen wij de jeugdteams en de ex-profs kregen de profteams. Dat veranderde met Thomas.”

De Bundesliga-ranglijst in de periode van Thomas Tuchel bij Mainz.

Tuchel was de eerste soldaat aan het front. Een rol die Hyballa in Nederland had moeten vervullen: “Ik had dat kunnen zijn als ik niet was ontslagen bij NEC. Ik was populair, maar de resultaten waren niet goed. Dan wordt je al snel weer in een hokje geplaatst en krijg je het stempel gek. Als ik de stap had gemaakt, hadden andere jeugdtrainers vast ook de kans had gekregen. “Nederland ligt wat dat betreft nog tien jaar achter op Duitsland, jeugdtrainers krijgen geen kans in de profwereld”. “In Nederland en veel andere landen hebben ex-profs nog steeds een streepje voor.”

Trainersvak

Hyballa stoort zich aan de onderschatting van het trainersvak. “Voorzitters en directeuren zijn ook een beetje supporters en vinden het leuk om een oud-prof aan te stellen. Maar trainer zijn is veel meer: je moet didactisch, retorisch en methodisch goed zijn, je moet een plan hebben en je moet een training kunnen doen. Dat laatste is ook een kwestie van leren. In Duitsland is dat geen probleem, in Nederland is niet iedere trainer toe bereid.”

Naast de kwaliteiten van de trainer is er ook nog altijd de druk van het presteren. Bij NEC moest Peter Hyballa vertrekken na een serie slechte resultaten. “Trainer krijgen niet altijd de tijd. Een emotionele volksclub als NEC is geweldig, maar het ongeduld is veel groter dan bij een club als Excelsior. Al hebben ze met mij nog relatief veel geduld gehad, gezien de resultaten.”

In Duitsland werkt het mechanisme grotendeels hetzelfde, zeker bij degradatiekandidaten met een grote naam. Bij Hamburger SV, Werder Bremen en 1. FC Köln moest de trainer er al uit. SC Freiburg is een uitzondering: “Volker Finke is daar 16 jaar trainer geweest, gedegradeerd en ook weer gepromoveerd. Hetzelfde geldt voor Christian Streich. Hij was 20 jaar trainer van de A-jeugd en zit er ook al 5-6 jaar ondanks degradatie (en later weer promotie).”

Duitsland vs Nederland

Duitsland behoort tot de wereldtop, terwijl Nederland steeds verder wegzakt als voetballand. Geen verrassing voor Hyballa. “Wij horen momenteel met Spanje, Engeland bij de beste en niet alleen om we 80 miljoen mensen hebben. We hebben structuur, humor en we doen alles 100%. Niet 98%.” “Het verschil zit ook in discipline. Dat betekent op tijd en goed voorbereid naar de training komen en goedendag zeggen.”

In Nederland kan dat ook volgens de 42-jarige Duitser. Hyballa gaf talententraining aan de beste jeugdspelers van NEC. “Het duurde twee, drie, vier weken voordat spelers het begrepen, maar daarna was het totaal motiverend voor de spelers. Het ligt ook aan jou als trainer. Ik heb bij NEC hetzelfde getraind als bij Dortmund. Duitsers en Nederlanders wonen maar een paar kilometer van elkaar vandaan, zo veel verschil is er niet.”

Toch is er wel degelijk wat verkeerd met het Nederlandse voetbal. Ons land is niet progressief en ruimdenkend volgens Hyballa. “Het is gek dat het in 2018 nog altijd over Ruud Gullit, Marco van Basten en Johan Cruijff gaat, dat kan eigenlijk niet meer. Het waren wereldspelers en Nederland mag er trots op zijn, maar in Duitsland praten we ook niet alleen nog over Franz Beckenbauer en Karl-Heinz Rummenigge. Het is Duitse voetbal is echt open in heel veel dingen, zoals het trainersvak en de jeugd. Nederland niet.”

Ambities

Hyballa staat wel open voor een nieuwe kans in de Eredivisie op Jupiler League. Daarop is het nog steeds wachten, tot teleurstelling van de trainer zelf. “Ik had verwacht dat er in de afgelopen tien maanden wel een aanbod zou komen vanuit Nederland, maar die is er niet gekomen.”

Hyballa heeft er zelf geen verklaring voor:”Ik ben 42, heb 15 clubs gehad, maar ook omdat ik zelf vaak de volgende stap wilde zetten. Bij Alemannia Aachen ben ik ontslagen, maar het was het armste team van de 2e Bundesliga en we zijn tiende geworden en haalden de kwartfinale van de beker. Bij Sturm Graz haalde ik Europa League-kwalificatie, maar had ik echt een probleem met de media. Liet jonge spelers spelen en zette oude spelers op de bank, dat viel niet goed. Bij NEC heb ik vaak verloren aan het einde. Drie keer heb ik dus mijn contract niet volgemaakt. Dan krijg je een bepaald imago.”

Waar Hyballa ook terecht komt, zijn einddoel blijft een mooie baan in de Duitse Bundesliga. “Het ideaalplaatje is als hoofdtrainer succes hebben en prijzen winnen in Duitsland, Nederland of Engeland, maar toch het allerliefste in Duitsland. Het is leuk om in de Eredivisie te werken, maar als Nederland tegen Duitsland speelt dan ben ik nog steeds voor Duitsland.”

Beluister hier de hele podcast over de visie en werkwijze van Peter Hyballa.