4 minuten

Eén keer in de zoveel tijd, op de meest willekeurige momenten, schiet El Cachete door mijn hoofd. ‘De wang’ is de liefkozende bijnaam voor Gustavo Andrés Oberman, een speler die een onuitwisbare indruk achterliet bij mijn generatie voetballiefhebbers. Als ik klaar ben met dagdromen, tik ik zijn naam in op Google. Dit keer vertelde de zoekmachine mij dat Gustavo onder contract staat bij Pune City in India. Hij speelde 172 minuten van de mogelijke 1260 in de Indian Super League, het stemde mij voor de zoveelste keer triest. Bij veel competities zit het wel snor met mijn basiskennis, hoe anders is dat bij de Indiase competitie. Gek, aangezien er best wat aandacht was voor het voetbal in India rond de tijd dat spelers als Alessandro Del Piero, Zico, Marco Materazzi en Roberto Carlos er heentrokken. Ik wilde wat meer weten en nam contact op met Mihir Vasavda, journalist van de The Indian Express.

Het eerste waar ik achter kwam, was het feit dat de competitie met de ‘grote namen’ (uit het verleden) niet de reguliere competitie is, maar een extra toernooi om aandacht voor de sport te creëren. De Indian League is de eigen competitie, bestaande uit tien teams. De Indian Super League is het miljoenenbal gesponsord door IMG, met acht deelnemende clubs. In deze competitie spelen amper spelers uit de eigen competitie. Dat de clubs kiezen voor grote namen uit het verleden, soms al ouder dan veertig inmiddels, heeft puur te maken met de aantrekkingskracht. Het zijn grootheden die er voor zorgen dat de stadions volzitten. Van enig beleid en gerichte aankopen is (nog) geen sprake. Tot nu toe behaalt men redelijke resultaten met deze aanpak, het voetbal leeft in India. Er is alleen één haast niet te overwinnen concurrent: de Engelse Premier League. Ze zijn in India gek op voetbal, maar simpelweg ook op goed voetbal en ondanks het licht toenemende niveau komt de vaderlandse competitie nog niet in de buurt van het mondiale topvoetbal.

OP 30 juni 2016 was het Gurpreet Singh Sandhu, de tweede keeper van Stabaek IF, die de eerste Indiër werd met speelminuten in een Europa League duel. Hij hield netjes de nul tegen het altijd lastige Connah’s Quay uit Wales. Toen in de return eerste keeper Mandé Sayouba weer op het hok stond om het 0-0 resultaat in de heenwedstrijd te verdedigen, ging het alsnog mis voor Stabaek. De ploeg verloor met 1-0. Er zijn nog wel Indiërs geweest op het hoogste niveau in de topcompetities zoals bijvoorbeeld Michael Chopra, bekend van Newcastle United.

Het gat met de andere competities is nog zo groot dat zelfs lokale grootheden als Sunil Chhetri het nooit gelukt is om faam te maken buiten de eigen competitie. Sunil heeft 52 doelpunten gemaakt in 92 interlands. Momenteel staat de spits onder contract bij Bengaluru FC. In 2010 trok hij naar Kansas om het bij City te proberen, maar daar werd hij te licht bevonden. Twee jaar later deed hij nog een poging in Portugal: Sporting B hapte toe, verder dan 43 speelminuten kwam hij niet.

Sunil Chheteri

De trainer van Sunil, Albert Roca, assistent-trainer van Frank Rijkaard tijdens zijn periode in Saudi Arabië, doet ook zijn best voor de natie. Succes met Bengaluru FC is belangrijk, maar zijn hoofddoel is het ontwikkelen van spelers die ooit de nationale ploeg van India naar een hoger niveau moeten tillen. Er is inmiddels een website die het mogelijk maakt, voor iedereen met ook maar een beetje Indiaas bloed in zich, om zich aan te melden voor het nationale team. Luciano Narsingh was zo een speler, maar helaas voor India ging Narsingh niet in op het aanbod. Aan dubbele nationaliteiten doen ze in het Indiase voetbal niet. Narsingh zou, om uit te kunnen komen voor de nationale ploeg van India, zijn Nederlandse paspoort dus in moeten leveren. Logisch dat het nog niet erg stormloopt wat betreft aanmeldingen. Een ander project is de intensieve aandacht en begeleiding voor de -17 ploeg. De resultaten zijn de tot nu toe teleurstellend te noemen, er is nog een hele lange weg voor de boeg. Als ik Mihir vraag of hij zijn land ooit nog ziet schitteren op een Wereldkampioenschap zie ik een mix tussen een glimlach en teleurstelling. Mihir is realistisch: op korte termijn onmogelijk. Hij wil er toch een jaartal aan koppelen, als de aandacht voor de ontwikkeling van de sport hoog op de agenda blijft staan, moet het in 2026 kunnen, denkt hij.

Alle oude van dagen die over hun tijd in de Indian Super League spraken, waren louter positief. De stevige vergoedingen zullen hier uiteraard mee te maken hebben, als we het terugrekenen kan India mee met de bizarre salarissen die vandaag de dag betaald worden in het mondiale voetbal. Een grote naam kan gemiddeld 1,5 miljoen dollar bijschrijven voor een competitie die drie maanden duurt. Toch was er altijd één punt waarover spelers vrij kritisch waren: het verkeer! Mihir moet hard lachen als ik hem hiernaar vraag. De locals lachen om de drukte en wanorde in het verkeer, maar ze begrijpen heel goed hoe dit over kan komen op de buitenlanders. Toch is voor mij deze niet voetbalgerelateerde situatie een belangrijk obstakel in de ontwikkeling van de sport. Het zorgt er namelijk voor dat voetballen op straat niet de gewoonste zaak van de wereld is, in verband met het gevaar. Voetballen doet de jeugd vooral op de scholen. Helaas moeten er op school ook andere dingen gebeuren dan voetballen, ze maken dus veel te weinig uren. Landen waar kinderen vanaf hun vijfde jaar in clubverband met goede faciliteiten kunnen spelen, zullen altijd een voorsprong houden. Om nog maar niet te spreken over het aantal opgeleide voetbaltrainers per inwoner. De Indiaanse bond is gelukkig wel begonnen aan een inhaalslag, er worden in samenwerking met de FIFA ontzettend veel trainers opgeleid.

Gelukkig staat niveau passie en toewijding nooit in de weg. Want ondanks het nog wat tegenvallende niveau, is er wel degelijk een prachtige voetbalcultuur in India. De verhalen over de “Kolkata Derby” tussen grootmachten Mohun Bagan en East Bengal zijn fantastisch. De plaatjes van een bomvol Yuva Bharati Krirangan zijn nog mooier. Tegenwoordig heeft de voetbaltempel een capaciteit van 68.000. Ooit, op een warme dag in juli 1997 zaten er maar liefst 131.000 voetbal liefhebbers klaar voor de zoveelste titanenstrijd tussen de twee aartsrivalen. Zondag 12 februari 2017 staat hij weer op het programma en één ding staat vast, ik ga kijken.

Yuva Bharati Krirangan

Ik ben benieuwd welke 11 trainer Sanjoy Sen komende zondag het veld op stuurt om East Bengal te bestrijden en er voor te zorgen dat de ploeg van zijn Engelse concurrent Trevor Morgan geen gat slaat van 6 punten. Eén ding staat vast, de tribunes zitten vol gepassioneerde supporters en strijd zal er geleverd worden op het veld, ik heb er zin in. Mijn echte kennismaking met het Indiase voetbal. Neutraal kijken kan ik niet, East Bengal heeft de bijnaam The Red & Yellow Brigade, mijn keuze was snel gemaakt…

Illustratie: Barry Pirovano