2 minuten

“My son is a player in Rome”. Luid en duidelijk tussen het rumoer van mensen die hun handbagage in het zojuist gelande vliegtuig bij elkaar scharrelen vang ik ineens deze zin van een gesprekje op. Het trekt logischerwijs al mijn aandacht. Wie kan dat zijn? Dan zie ik haar pakweg zeven rijen verderop staan: het is De Moeder van Stefan de Vrij!

Anderhalf jaar eerder was ik De Moeder van Stefan de Vrij voor het eerst tegengekomen. Toen zat ik naast haar tijdens Bayer Leverkusen – Lazio, de laatste voorronde van de Champions League. “Maar voor wie komt u hier dan?”, vroeg ik haar. “Wij horen bij Stefan de Vrij”, zei ze. Doelend op haar ex man en vriend die eveneens tot het gezelschap behoorden. Het handgebaar van Stefan de Vrij voorafgaand aan de wedstrijd, die kansloos met 3-0 verloren ging, richting onze kant bevestigde haar woorden. Gezellig openhartig keuvelend over het wel en wee in Rome, ondertussen snoepjes en koekjes uitdelend, vlogen de 90 minuten naast haar voorbij en kwam ik niks tekort. Nee, je kunt je geen fijnere moeder voorstellen dan De Moeder van Stefan de Vrij, dacht ik zo.

Met de zoon van de Moeder van Stefan de Vrij

Nu, bijna anderhalf jaar later, verheug ik me erop om haar te spreken. Geen idee hoe ze eigenlijk heet, besef ik me. Vast Ria, Nellie of Lies of zo, zoals alle warme moeders van deze wereld heten. Maar wat maakt het uit? De Moeder van Stefan de Vrij is een beetje zoals je eigen moeder. Die noem je ook niet bij haar voornaam. Nee, de moeder van Stefan de Vrij is De Moeder van Stefan de Vrij. Punt uit.
“Hee, hallo, moeder van Stefan de Vrij”, zeg ik tegen De Moeder van Stefan de Vrij. “Hee, jou ken ik”, zegt ze. “Jij bent die jongen die helemaal gek is van Lazio.” Ze was een dagje op en neer gevlogen voor de 25e verjaardag van Stefan en had sushi gegeten met onder anderen zijn zaakwaarnemer Doniphan en medespelers Felipe Anderson en Wesley Hoedt. De wedstrijd van haar zoon tegen Pescara, die Lazio met 2-6 won, heeft ze niet bijgewoond. Ik wel, net als Bologna – Napoli (1-7) een dag eerder. Ze moet lachen als ze hoort hoeveel tijd en moeite ik steek in het volgen van mijn favoriete club. “Ik schaam me er wel een beetje voor maar ik heb Stefan nog altijd niet in Rome zien spelen”, zegt ze schuldbewust. “De laatste keer was in december bij de derby. Stond hij uitgerekend wissel, omdat hij net terug kwam van een blessure. Je weet natuurlijk niet wat er van de zomer gaat spelen rondom hem. Dus ik moet snel nog maar een keer teruggaan.. Wil je trouwens een spelerskaart met handtekening? O, nee! Die zitten in mijn andere tas.”
Het is De Moeder van Stefan de Vrij ten voeten uit. Goudeerlijk en hartverwarmend. De tijd dat mijn ouders me op de luchthaven van vakantie ophalen ligt al jaren achter me. En met twee piepjonge kinderen vindt mijn vrouw het bij ‘weekendje Italiaans voetbal kijken nummer zoveel’ ondertussen ook wel mooi geweest. Het weerzien met De Moeder van Stefan de Vrij verbloemt op de luchthaven echter élk gemis aan warmte. En laat me heel stiekem weer even kind zijn.

Ze is ongetwijfeld hét geheim voor het o zo prettige doodnormale karakter van zoonlief Stefan, die is uitgegroeid tot een populaire speler van Lazio en één van de beste verdedigers van de Italiaanse Serie A. Met het bestormen van de absolute wereldtop als volgende doel. Hoe zeer ik Stefan de Vrij als leider van de verdediging bij Lazio zal missen, gun ik het ze van harte.

“Wat is uw naam eigenlijk?”, vraag ik haar toch maar bij het afscheid. “Corrie”, zegt ze. Ik grijns. Een warmere naam voor een moeder bestaat niet. “Tot de volgende keer Corrie!”