7 minuten

Hedwiges Maduro werd op jonge leeftijd vergeleken met Frank Rijkaard, maar speelt in de herfst van zijn carrière op Cyprus. Een mooi voetbalavontuur bracht hem via Ajax naar Oranje, het WK en de Spelen en Valencia. In ‘Podcasten met Petersen’ deelt hij zijn voetbalvisie. De Almeerse jongen combineert zijn Ajax-genen inmiddels met Spaans realisme. “Winnen staat bij mij op nummer 1, het liefst met aanvallend voetbal, maar niet naïef. Je moet je altijd iets aan de tegenstander aanpassen, zelfs als je Barcelona bent.”

Interview: Neal Petersen
Tekst: Wouter Boerkamp

Straatvoetballer met diploma

De liefde voor voetbal van Hedwiges Maduro is niet zo moeilijk te verklaren. Zijn vader en broer voetbalden en Hedwiges werd zelf het prototype straatvoetballer: “Ik moest echt naar binnen geroepen worden om te gaan slapen, er werd gevoetbald totdat het donker wordt. Volgens mij gebeurt dat nu niet meer.” Ondanks zijn talent en de overstap vanuit Almere naar de jeugd van Ajax ging de jeugdige Maduro nog niet All-in op het voetbal. Mede door zijn ouders: “Mijn vader hamerde er altijd op dat school belangrijk was, zelfs toen ik bij het eerste bij Ajax zat ging ik naar school om het af te maken.”

Ajax

Met zijn diploma op zak bouwde Maduro verder aan zijn voetbaltoekomst. Hij wist zich vanuit de jeugd naar het eerste elftal op te werken, maar moest, voor Ajax-begrippen, vrij lang wachten op zijn debuut. Trainer Ronald Koeman had de 20-jarige speler voor het eerst echt nodig in het Uefa Cup-duel met Auxerre in 2005. De verdedigende middenvelder werd ingebracht om een 2-1 achterstand niet verder op te laten lopen, maar bij de eerste corner na zijn invalbeurt scoorden de Fransen. Dat tegendoelpunt betekende uitschakeling voor Ajax en het einde van Ronald Koeman bij de Amsterdammers.

Het vertrek van Koeman stond aan de basis van de echte doorbraak van Maduro: “Toen is het eigenlijk begonnen, de wedstrijd erop stond ik in de basis onder Ruud Krol en ben ik er eigenlijk niet meer uitgegaan.” De nieuwkomer kon zich ontwikkelen onder de vleugels van Tomáš Galásek, Zdeněk Grygera, Julien Escudé en Maxwell. Maduro had vooral baat bij de begeleiding van Maxwell: “Hij was de beste speler op dat moment en was echt een mentor voor me. Ik werd al vergeleken met Frank Rijkaard maar hij hield me met beide benen op de grond.” Het waren gouden tijden voor de talentenfabriek van Ajax, maar niet qua prijzen. Maduro speelde in een lichting met Ryan Babel, Urby Emanuelson en Nigel de Jong, maar mocht zelf nooit de kampioensschaal in handen houden.

Wel won hij twee keer de beker en speelde hij 107 duels in Ajax 1, ondanks dat niet elke trainer hem een basisplaats gunde. Hij stond voor zijn transfervrije vertrek naar Valencia zelfs op het punt om verkocht te worden nadat Ajax het contract in eerste instantie niet wilde verlengen: “Martin van Geel wilde me eigenlijk verkopen en mijn contract niet verlengen. Ik was eigenlijk al rond met Sevilla, maar trainer Henk ten Cate wist daar niets vanaf en stak er een stokje voor. Drie maanden later ging Ten Cate zelf weg naar Chelsea.” Na een sterk half jaar van Maduro wilde Ajax vervolgens alsnog verlengen, maar koos hij voor een vertrek naar de Spaanse subtopper Valencia.

(Jong) Oranje

Valencia haalde met Maduro een heuse international in huis, want hij mocht één maand na zijn Ajax-debuut het Oranje-shirt al aantrekken. Niemand minder dan Marco van Basten zag het in hem zitten, net als Foppe de Haan, de bondscoach van Jong Oranje. Onder ‘Foppe’ won Maduro als aanvoerder het EK met Jong Oranje en reisde hij af naar de Olympische spelen. Een onbetwiste basisspeler in het Nederlands elftal werd Maduro echter niet.

Hij bleef ongeslagen in alle 18 interlands die hij speelde (een record), maar moest veel vaker vanaf de reservebank toekijken. Geen schande gezien de moordende concurrentie in die tijd: “Ik heb gevoetbald in een periode waarin we voetballers van wereldklasse hadden. Sneijder, Robben, Van der Vaart, Van Persie, maar ook Van Bommel, Cocu, Van Bronckhorst, Nigel de Jong. Van Bommel was gewoon aanvoerder van Bayern München. Ik speelde gewoon bij Valencia, maar werd soms niet eens opgeroepen. Door die concurrentie heb ik ook vaak genoeg op de bank gezeten.”

Spanje

Ook raakte Maduro in Spanje een beetje buiten beeld voor de Nederlandse voetbalvolger. De Spaanse insiders en fans konden zijn prestaties bij Valencia (en later Sevilla) wel waarderen. Hij speelde 113 wedstrijden voor ‘Los Ches’. Het is misschien één van de redenen waarom, naast Amsterdam, ook die club in zijn hart zit. “Ik heb alles te danken aan Ajax, maar bij Valencia ben ik een man geworden. Die twee clubs hebben me gevormd als voetballer.”

De Spaanse liefde, ook nu nog, was echter wederzijds: “Dit klinkt misschien gek, maar ik voel eigenlijk veel meer liefde van Valencia dan van Ajax. Dat kun je ook zien in mijn tijdlijn op twitter qua fans. Ik heb meer volgers vanuit Spanje omdat ik daar mijn beste voetbal heb gespeeld voor een grote club als Valencia. Uiteindelijk krijg je ook de waardering daarvoor.”

Maduro speelde samen met grote spelers als Jordi Alba, Juan Mata, David Villa en David Silva en leerde ook anders te kijken naar voetbal: “Bij Ajax was je negen van de tien keer beter, je bent gewend de beste te zijn. Als je dan naar een club gaat die niet altijd de beste is, moet je je aanpassen. Dan heb je niet altijd de bal, en moet je achter de bal aanlopen. Dat is ook mentaal anders. Ik heb me geleerd om me daar aan aan te passen. Ik denk dat jongens van Ajax, Feyenoord en PSV nu moeite hebben om hetzelfde te doen omdat ze terecht komen bij middenmoters in plaats van in de absolute top.”

Maduro noemt Davy Klaassen als voorbeeld: “Als je gewend bent als speler van Ajax om twintig keer in de zestien te komen om een doelpunt te maken en bij Everton maar vijf keer, dan is dat toch anders. Dat heeft ook niks met zijn voetbalkwaliteiten te maken. Nederlandse spelers passen wat dat betreft ook beter in Spanje dan in Engeland. Ik denk dat Klaassen veel meer had kunnen brengen in de Spaanse Liga dan in de Engelse League, nu gaat het spel een beetje langs hem heen.”

Revanche in Cyprus

Maduro belandde zelf via Spanje, Griekenland en Nederland in Cyprus. Bij Omonia Nicosia bewijst hij dit jaar dat zijn verloren seizoen bij FC Groningen een incident was. In Nicosia staat de teller in dit seizoen ‘gewoon’op 23 wedstrijden, terwijl hij vorig seizoen nauwelijks in actie kwam. Maduro: “Ook als er geen middenvelders beschikbaar waren zat ik op de bank of niet bij de selectie. Dan werd er een verdediger op het middenveld gezet.” Het was een hard gelag na een goed eerste jaar onder Erwin van der Looi.

Maduro werd in zijn tweede Groningse jaar slachtoffer van een politiek spel. Groningen had al een andere speler gehaald om te anticiperen op zijn vertrek. Een transfer kwam er echter niet, waardoor de club een ‘ongewenste’ speler’ in de selectie had: “Dat heeft best wel pijn gedaan. Het had niks met voetbal te maken. Ik vind dat je naar kwaliteit moet kijken en niet naar andere dingen.” Trainer Ernest Faber hield zich echter aan het clubbesluit om hem niet meer op te stellen: “Ik begrijp het wel, maar het was het slechtste jaar in mijn carrière.”

“Trainer zijn is heel iets anders dan speler zijn.”

Maduro is niet ver verwijderd van een periode waarin hij zelf als trainer de knopen moet doorhakken. Zijn mening over het voetbal komt regelmatig aan de oppervlakte in praatprogramma’s of via social media-kanalen. De eerder genoemde analyse van Davy Klaassen staat niet op zichzelf. Via twitter gaat hij in op spelsituaties en kijkt hij ook naar andere kenners, ook als ze geen vergelijkbare voetbalachtergrond hebben. Maduro: “Ik vind het interessant om meningen te lezen en ik leer daar enorm van. Je ziet veel andere opvattingen en dat probeer ik mee te nemen. Pieter Zwart vind ik bijvoorbeeld tactisch sterk. Heel veel mensen zeggen iets wat iedereen ziet, maar hij zegt waarom iets gebeurd. Dat vind ik interessanter.”

Maduro sluit een carrière als analist of trainer zeker niet uit. Een versnelde cursus hoeven ze hem echter niet aan te bieden. “Ik ben het eens met Patrick Vieira. Trainer zijn is heel iets anders dan speler zijn. Je snapt het voetbalspelletje, maar het is heel anders om kennis over te dragen. Het is een totaal andere kwaliteit. Trainer zijn heeft niks te maken met speler zijn. Je moet een traject ondergaan om heel veel bij te leren.” De ontwikkeling dat trainers als Thomas Tuchel, Domenico Tedesco Julian Nagelsmann doorbreken juicht Maduro ook toe: “Het gaat allemaal om kwaliteit en niet of je een verleden heeft als voetballer.”

Topcoach in de dop?

Voorlopig staat Maduro zelf nog wel binnen de lijnen, het liefst nog een jaar of misschien wel meer. De ervaringen bij FC Groningen beletten Maduro niet om te denken over een terugkeer naar de Nederland Eredivisie. Zijn hart ligt echter nog steeds in Spanje: “Ik zou nog wel in de Segunda División willen voetballen. Daar voel ik met niet te groot voor en het gaat me meer om de cultuur en de voetbalfilosofie.”

Als zijn voetbalcarrière wel ten einde is, valt de nu 33-jarige Almeerder waarschijnlijk niet in een zwart gat. Een loopbaan als trainer ligt in het verschiet: “Valencia heeft me al benaderd om bij de jeugd te beginnen. Ik wel echter graag mijn trainerspapieren in Nederland halen. Ik ben erg benieuwd hoe de trainers hier worden opgeleid.”

De Spanjaarden zijn niet de enigen die een trainer zien in Maduro: “Mijn manager (Rodger Linse) zegt zelfs dat hij verwacht dat ik een grotere carrière ga hebben als trainer dan als speler. Op basis van hoe ik over voetbal praat en hoe hij me kent als persoon. De visie van ‘Ajacied’ Maduro is inmiddels aangepast aan internationale maatstaven. “Winnen staat bij mij op nummer 1, het liefst met aanvallend voetbal, maar niet naïef. Je moet je altijd iets aan de tegenstander aanpassen, zelfs als je Barcelona bent.”

Beluister hier de hele aflevering van ‘Podcasten met Petersen’ met Hedwiges Maduro: