9 minuten

“Het viel allemaal op het goede moment samen. Het eerste jaar dat ik meedeed aan de Nawetan (de interwijkencompetitie in Dakar, nvdr) presteerde ik meteen heel goed en kwam ik per toeval de Nederlander Iwan Postel tegen. Dit was een man met een bedrijf in Monaco die spelers kwam bekijken. Ik was zeventien en ik mocht gaan testen in Frankrijk en kreeg uiteindelijk een contract bij Treviso, de meest racistische club van Italië. Ik herinner mij nog dit: toen een Nigeriaanse vriend van mij debuteerde bij het eerste elftal, verlieten de supporters uit protest tegen het opstellen van een zwarte speler het stadion. Als reactie op de racistische actie van de fans schilderden de week erna de hele ploeg én de staf het gezicht zwart.” – Mohammed Sarr

Illustrator: Barry Pirovano

Fatih Terim staat centraal in mijn kennismaking met Mohamed Sarr, de goedlachse en beresterke Senegalese verdediger. Terim’s nationale en internationale succes bood hem de kans om in de – op dat moment – beste competitie ter wereld aan de slag te gaan en hij verkaste in 2000 van Cimbom naar Viola, waar hij oefenmeester van het Fiorentina van Vittorio Cecchi Gori werd. In een tijd waar de livestreams van de D3 van Recreativo tegen de D2 van Extramadura nog niet beschikbaar waren op het internet, deed ik er alles aan om de wedstrijden van mijn idool bij te wonen. Het resultaat was niet altijd naar wens, maar de wedstrijden waren spectaculair en de aanhang in Florence was blij met Terim. Op één belangrijk persoon na: Cecchi Gori. Net na de feestdagen was het smullen met een 3-3 gelijkspel bij Juventus en de vernedering van Milan (4-0). Die uitslag zou de nodige indruk maken op de beleidsbepalers in Milaan en toen Terim na 20 speelrondes moest vertrekken bij Fiorentina, was zijn nieuwe werkgever al bekend. San Siro werd de nieuwe thuisbasis van Imparatore Terim.

 

Berlusconi en Galliani hadden vertrouwen in de Turkse oefenmeester, er mocht gebouwd worden aan een nieuw AC Milan. Contra en Moreno, sterkhouders van Alaves, kwamen over en ook oude Gala-bekende Ümit Davala verkaste naar Milaan. Het grote geld werd gespendeerd aan drie spelers, Andrea Pirlo, Pipo Inzaghi en Rui Costa, die een vaderlijke band kreeg met Terim in Florence. Vreemde eend in de bijt was Mohamed Adamma Sarr, die werd overgeheveld vanuit de eigen jeugdopleiding, iets wat al sinds eind jaren tachtig geen direct succes meer was gebleken bij de grootmacht. Terim liet de Senegalees debuteren in de UEFA Cup tegen Bate Borisov. Het mocht echter allemaal niet baten. Na 10 speelrondes vond een spoedscheiding plaatst, wat opmerkelijk was gezien de start onder Terim. Van de 14 wedstrijden die hij aan het roer stond werden er twee verloren, drie gelijkgespeeld en de rest riant gewonnen. Met op de tweede speeldag de geweldige wraak op Cecchi Gori, met 5-2 walste de Turk over zijn voormalige werkgever heen. Ondanks al het vertrouwen en het toegereikte budget, bleken er ineens dusdanige cultuurverschillen dat de Turk moest vertrekken. Er stond een gretige Ancelotti te wachten om met dit potentiële wereldelftal aan de slag te gaan, de Italiaan zou vervolgens een kleine 3000 dagen in dienst blijven. Ancelotti zag het echter niet zitten in de jonge verdediger. Hij zou Sarr uit het niets nog één keer als invaller gebruiken in een duel tegen Roma en aan het begin van het nieuwe seizoen werd hem duidelijk gemaakt dat hij op zoek mocht naar een nieuwe, tijdelijke werkgever.

 

Ondertussen bewees Mircea Lucescu in het Europese gedeelte van Istanbul dat niemand onvervangbaar is. Wat moest Galatasaray nu zonder Terim? Die vraag bleef maar heel kort rondbazuinen. Het eerste succes onder de geslepen Roemeen liet namelijk niet lang op zich wachten. In een heroïsch duel tegen het grote Real Madrid werd de Europese Super Cup in Monaco gewonnen. Ook de stier van de Bosporus, Hakan Şükür, bleek vervangbaar. Het volledige prijzengeld van de gewonnen UEFA Cup werd overgemaakt aan Porto en zo werd Mario Jardel binnen gehaald, wat zich direct terugbetaalde met twee goals in de finale.
In het eerste seizoen van de Roemeen werden de transfers grotendeels door het bestuur gedaan. In zijn tweede jaar maakte hij optimaal gebruik van zijn netwerk en stroomden de niet-Turken binnen, met bijzonder wisselend succes. De tribunes werden verliefd op de flamboyante Uruguayaan Fleurquin, die in het seizoen ’15-’16 op 40-jarige leeftijd nog actief was voor Defensor, en de van Marseille gehuurde Sebastien Perez. Mondragon was geen Taffarel, maar deed zijn uiterste best en was een bijzonder sympathieke vent. Ook was dit de transferperiode met misschien wel de slechtste deal uit de historie van Galatasaray. Verzachtende omstandigheden waren misschien dat Mario Jardel wel moest vertrekken, hij had allerlei privéproblemen en een vrouw die doodongelukkig was in Turkije. Hiij bracht € 4,5 miljoen op en daarbij nog drie ruilspelers van Sporting: Mbo Mpenza, Robert Spehar en Pavel Horvath. Dit drietal werd hetzelfde seizoen nog van de hand gedaan en niemand in Istanbul denkt graag terug aan deze namen.

De grote Fatih Terim zat ondertussen zonder club. Lucescu had een Super Cup gewonnen, de kwartfinale in de Champions League bereikt en was in dat seizoen met een overvol programma tweede geworden en in zijn tweede seizoen zelfs kampioen. Maar Fatih Terim… Het bestuur flikte de Roemeen een kunstje. En dat hadden ze beter niet kunnen doen.

Lucescu tekende direct na zijn vertrek een contract bij rivaal Besiktas. Fatih Terim roerde zich bij terugkomst minimaal op de transfermarkt. En toen belde Sarr. Ancelotti zag het niet in hem zitten. “Mister Terim, kunt u wat voor mij betekenen?” Ik ben ervan overtuigd dat hij de afhandeling van deze huurovereenkomst door anderen heeft laten doen, gezien zijn trots en manier van vertrek bij Milan. In Milaan waren ze allang tevreden dat Mohamed elders gestald kon worden. Momo begon fenomenaal. Naast de ervaren rot en clubicoon Bülent Korkmaz, was hij in zijn eerste paar duels erg solide en, met twee doelpunten en een assist in zijn eerste twee maanden, was hij ook nog belangrijk voor het doel van de tegenstander. Door een blessure en – naar wat ik altijd vermoed –  omdat aanvoerder Bülent liever de wat meer ervaren landgenoot Vedat naast zich wilde, raakte Sarr langzamerhand zijn plek kwijt. Als de concurrentiestrijd eerlijk is, ben je strijdbaar, maar als je hier vraagtekens bij hebt, is het beter om voor jezelf te kiezen. In de winterstop keerde de vrolijke Senegalees helaas alweer terug naar Milaan. Zonder Sarr zag Terim Lucescu met maar één verloren duel kampioen worden met Besiktas.

De tweede seizoenshelft vertrok Momo naar US Ancona. Zonder een minuut te maken keerde hij vervolgens weer terug naar Milaan. In het daaropvolgende seizoen werd het Atalanta, toen nog acterend in de Serie B: 540 speelminuten. In het seizoen ’04-’05 werd hij naar F.C. Vittoria gestuurd, nóg een niveau lager. Hier maakte hij wel minuten, maar wat had het nog voor zin? Een jaar later zag ik opeens het fijne persoon Momo weer voorbij komen op de televisie, op zondag bij de Belg. Sarr kwam vanaf 2005 uit voor Standard Luik, het enige echte gelukkige huwelijk van zijn loopbaan.

Over zijn tijd in België sprak ik met Guillaume Maebe van Het Nieuwsblad:

Zoals zoveel transfers van Italië naar Luik zal ook bij het aantrekken van Sarr de hand van wijlen Dominique D’Onofrio aanwezig zijn geweest. Tot dan had Sarr niet veel bewezen, praktisch niks. Waren er enige verwachtingen bij zijn komst?

Standard heeft dankzij Luciano D’Onofrio – broer van een berucht makelaar – altijd goede banden gehad met AC Milan. Witsel, Fellaini, Jovanovic: ze zijn allemaal al eens gelinkt geweest aan Milan. De komst van Sarr lijkt mij een vriendendienst te zijn. Standard kon nog wel iemand gebruiken achterin, terwijl Milan hem stilaan wel kwijt wilde. Bij Standard kreeg hij initieel ook maar een contract voor één jaar. Hij was niet de toptransfer, eerder een ingecalculeerd gokje.
Met trainer Michel Preud’homme ging het zowel met de club als met de speler steeds beter. Na seizoenen lang het net niet te halen, werd Sarr – en daarmee Standard – in zijn derde seizoen kampioen. Het was een bijzonder sterke en talentvolle selectie, mag Sarr de titel sterkhouder dragen?
Sarr vormde samen met Oguchi Onyewu een – naar Belgische normen – erg goed duo. De Senegalees was positioneel niet zo sterk, maar dat werd door de Amerikaan gecompenseerd. Net zoals de snellere Sarr de tragere Onyewu een handje kon helpen. Preud’homme slaagde erin om dit voetballend beperkte duo optimaal op elkaar te laten inspelen. Twee verdedigend sterke verdedigers die het opbouwen aan anderen lieten. Ook de rol van Dante (nu bij Nice) was belangrijk. MPH hanteerde in het eerste kampioenenjaar niet zelden een driemansdefensie centraal achterin met deze namen. Sarr mag dus achterin als een steunpilaar beschouwd worden, al werd hij vooral beter door de spelers door wie hij omringd werd.

Onder Bölöni ging het steeds slechter, zowel met de club als met de speler. Toen hij enige tijd op de bank belandde, wilde Sarr vertrekken. Was hij niet al een seizoen te lang gebleven, als we kijken naar het vertrek van de andere belangrijke jongens?

Ja, dat lijkt me wel. In de winter na het eerste kampioensjaar vertrok Dante en na de tweede titel vertrok Onyewu. Sarr was in 2008-2009 al niet meer de solide speler van het jaar daarvoor, maar na het vertrek van zijn kompanen kwamen zijn beperkte skills pas echt onder een vergrootglas terecht. Sarr had moeten cashen, maar én Onyewu én Sarr in één transferperiode laten gaan: dat had Standard nooit toegelaten. Nu, Sarr raakte in zijn laatste anderhalve jaar bij Standard geregeld geblesseerd. Hij kampte naar eigen zeggen ook met privéproblemen en werd daarbij het slachtoffer van de zoektocht van Standard naar een nieuw centraal duo achterin. In zijn laatste jaar heeft hij misschien met vier, vijf verschillende spelers moeten spelen. Toen aanwinsten Victor Ramos en Felipe begonnen te renderen en Eliaquim Mangala (voorheen vaak opgesteld als linksback) definitief doorbrak centraal achterin, werd Sarr vanaf april 2010 overbodig. Hij vertrok in het begin van het volgende seizoen en leverde Standard nog 300.000 euro op.
Zowel voor als na Standard is het nooit meer echt wat geworden met de ijzersterke verdediger. Ook de terugkeer naar België, bij Genk, mocht niet baten. Was het de hand van Michel? Was het toeval? Heb je een verklaring voor het tijdelijke, exceptionele succes, dat haaks staat op zijn carrière?
Zoals uitgelegd, het was een exceptioneel jaar, anderhalf jaar, waarin hij perfect matchte met de spelers rondom hem. Het was het ultieme voorbeeld van The Perfect Fit. Zijn situatie bij Hercules en Kreta ken ik niet echt, maar bij Genk werd hij zeer last minute door übermakelaar Mogi Bayat gehaald. Toenmalig trainer Mario Been kende hem niet eens en vertelde Sarr later letterlijk dat hij “alle andere verdedigers” boven hem verkoos. Dat Limburgse verhaal was dus al afgelopen voor het begonnen was.
Hoe zou je de tijd van Mohamed Sarr in België samenvatten?
Moeilijk. Hij was niet zo’n kleurrijke speler, eerder een werker die goed geconcentreerd bleef. Ik herinner me dat hij op bezoek bij Germinal Beerschot eens het slachtoffer werd van oerwoudgeluiden en hij heeft ook eens een publieke aanvaring gehad met Milan Jovanovic. Sarr had in een interview gezegd dat Jovanovic te veel met zichzelf bezig was, waarop Jovanovic repliceerde dat “Sarr een intelligentere speler is dan ik eerst dacht. Hij moet psycholoog worden.” Smullen voor de journalisten, dus. Nog een leuk weetje: Sarr werd in België MoMo genoemd, maar in Senegal noemen ze hem Sané, naar de achternaam van zijn moeder. Zijn moeder was huisvrouw, zijn vader deed in houtbewerking. Die vader was overigens groot fan van Marco van Basten, de transfer naar Milan kon die destijds dus wel waarderen. De jonge Sarr kon volgens zijn ouders niet tegen zijn verlies en kon nogal ‘kwaad’ worden op zijn vriendjes als die hem een nederlaag aansmeerden. Hieronder een citaat over zijn jeugd in een achterbuurt van Dakar:
“We speelden wedstrijdjes voor wat geld en vaak won ik. Daarvan kocht ik wat te eten. Verloor ik, dan wou ik mijn geld terug en kwam er heibel van. Bagarre générale . Vechten maakt deel uit van het dagelijkse leven in zulke achtergestelde buurten. Anderzijds kan ik mij niet herinneren dat er ooit een dode viel. Ik zag ook nooit dat er met messen werd gevochten, het gebeurde altijd met de blote vuisten. Eigenlijk was het hier vrij rustig leven”  (lacht).

 

Het werd dus Hercules, op het hoogste niveau in Spanje, voor Mohamed Sarr. Dan krijg je een zwaar seizoen voor je kiezen. Hij werd teamgenoten met Piet Velthuizen, Royston Drenthe en met een wereldspits op zijn retour, David Trezeguet. Uiteindelijk bleef het bij vier bijdrages, waarvan wel 90 minuten tegen Barcelona, waarbij Hercules kansloos met 3-0 verloor. Dan maar terug naar het land waar het allemaal wél lukte: Sarr vertrok naar Racing Genk. Zoals Guillaume al vertelde, liep dat – dankzij Mario Been – uit op een teleurstelling. In het hele seizoen mocht hij één helft meedoen, tegen het ijzersterke Valencia. De Belgen werden met 7-0 naar huis gestuurd.

 

Daarna werd het mantra als in het begin van zijn loopbaan: nieuw seizoen, nieuwe club. OFI op Kreta was de volgende bestemming van Sarr. Eindelijk kreeg hij weer een basisplaats en samen met de tot Belg genaturaliseerde Braziliaan Dennis Souza deed hij er alles aan om OFI op het hoogste niveau te houden. En dat lukte. Dit was hét moment om door te pakken, Sarr speelde hierna echter nooit meer een professionele wedstrijd. Hij was toen 29 jaar en in de bloei van zijn leven.

 

Inmiddels is Sarr 33 jaar en volgens transfermarkt.com een free agent. En toch weet ik bijna zeker dat we deze goedlachse jongen – ondanks alle beschikbare streams op het internet – nooit meer kunnen aanschouwen. Zonde.